Knikje van Balkenende aan graf van Arafat volstaat

`Hoopvol gestemd' en `het verdriet van de Palestijnen voelend' vermijdt premier Balkenende de diplomatieke klippen en valkuilen bij zijn bezoek aan Ramallah en Israël.

De mukataa, het presidentiële kantoor van de Palestijnse Autoriteit in Ramallah, maakt een schoongeveegde indruk als de rode loper wordt uitgerold, ditmaal voor de Nederlandse minister-president. Autowrakken, antitankbarricades, legergroene zandzakken en andere decorstukken uit de periode dat Arafat hier verschanst leefde, zijn verwijderd. Geroutineerd zet majoor Ahmed Rajoub het peloton van Eenheid 17 in het gelid. Samen met vice-premier Saath inspecteert Jan Peter Balkenende de erewacht van militairen, waarvan de meeste officieren volgens Israël ,,terroristen'' zijn.

Bij het mausoleum van Arafat worden Balkenende en Saath voorafgegaan door twee Palestijnse militairen die de Nederlandse krans bij het graf plaatsen. De Nederlandse premier wordt vriendelijk door vice-premier Saath naar voren gewenkt, naar de rand van de met bloemen en foto's overdekte graftombe, maar Balkenende raakt de krans niet aan. Dat is niet afgesproken.

De Nederlandse vertegenwoordiger bij de Palestijnse Autoriteit, Frans Kopuyt, herschikt daarom de driekleurige linten. Balkenende knikt kort in de richting van de beeltenis van Arafat. In dit soort details, waar de rechtse Israëlische media zich over kunnen opwinden, schuilt het diplomatieke verschil tussen het respecteren van ,,het verdriet van de Palestijnen, dat je toch heel duidelijk voelt'', zoals de premier zijn indrukken omschreef, en het rouwen om de overledene, die in de ogen van de volgende gastheer – premier Sharon – een terroristenleider was. Binnen, buiten het zicht van de camera's, tekent hij het condoleanceregister tot Palestijnse tevredenheid.

De rest is strak geregisseerde routine, voor de Palestijnen én later ook voor de Israëlische regeringsleiders, die gisteren en vandaag tientallen presidenten, premiers en ministers van Buitenlandse Zaken te gast hebben in verband met de opening van het nieuwe holocaust-museum van Yad Vashem. ,,We hebben nog nooit zulke drukke dagen gehad'', vertelde de Palestijnse majoor Rajoub, wiens oom Jibril een belangrijke adviseur van president Abbas is tijdens een rookpauze in het va-et-vient van internationale politici, secretaris-generaal Kofi Annan voorop.

Voor de aaneenschakeling van bezoekers aan Abbas waren de bezoeken natuurlijk allerminst routine en met een zekere verwondering werden dan ook door leden van de Nederlandse delegatie de gebombardeerde vleugels van de mukataa bekeken. De zwaar gewapende Palestijnse gardisten met hun kalasjnikovs en de Jordaanse helikopter op het terrein en de demonstraties buiten tegen de Israëlische muur en voor de vrijlating van gevangenen complementeren het beeld van een oorlogszone, die de mukataa allang al niet meer is.

Het bezoek van de Nederlandse premier aan president Abbas was op zichzelf een teken dat de verhoudingen veranderd zijn sinds de dood van Arafat. Het was in 1996 voor het laatst dat een Nederlandse regeringsleider de Palestijnse gebieden bezocht. Dat was premier Kok, die in Gaza-stad samen met Arafat zand in zee schepte als symbolisch begin van de aanleg van de haven aldaar. Die haven werd in 2000 vernietigd door de Israëlische luchtmacht en de Palestijnen doen nu opnieuw een financieel beroep op Den Haag.

Maar over de wederopbouw van die haven (een Palestijnse vraag), de afschaffing van de Palestijnse doodstraffen (een Nederlandse zorg) en de ontmanteling van Hamas (een Europese wens) werd wel gesproken, maar niets afgesproken. Balkenende vertrekt daarna richting Jeruzalem, onder de indruk van ,,de goede wil'' van Abbas en ,,begrip'' voor de Palestijnse klachten over het veiligheidshek en de honderden nederzettingen.

Als premier, die voor het eerst in de bezette Palestijnse gebieden en Israël is, wil Balkenende geen van zijn gastheren voor het hoofd stoten en dat leidt tot een zekere, neutrale vlakheid in zijn stellingnames, want geen afkeurend woord over de muur en de illegale nederzettingen – hoewel de EU daartegen toch duidelijk stelling heeft genomen – komt over zijn lippen. ,,Luisteren, vragen stellen, ik heb geen concrete ideeën'', zo ziet de Nederlandse premier zijn klippen en valkuilen omzeilende rol.

Enkele uren later in Jeruzalem wordt hij hartelijk ontvangen door premier Sharon, die duidelijk aanvoelt dat het hart van de gereformeerde Zeeuw Balkenende in Israël harder is gaan kloppen. Een kwestie van opvoeding en het joods-christelijke erfgoed, had de premier tijdens een Nederlandse receptie in Tel Aviv gezegd.

Sharon spreekt zijn ,,diepe waardering'' uit voor de Nederlandse rol bij het plaatsen van Hamas en de Libanese Partij van God, Hezbollah, op de lijst van terreurorganisaties. En de Israëlische regeringsleider is helemaal content als Balkenende toezegt dat Nederland alles zal doen om het nieuwe antisemitisme in Europa te bestrijden. Over het hoofd van Balkenende heen waarschuwt Sharon Abbas dat hij in actie moet komen tegen Hamas en ,,de terreur-optie'' moet afzweren. De Nederlandse premier, die het daar volkomen mee eens is, vertrekt richting Haifa voor een bezoek aan de Philips-vestiging aldaar, ,,hoopvol gestemd'' over de nieuwe openingen in het Midden-Oosten, maar ook onder de indruk ,,van de weerbarstigheid van de stellingnames van Sharon en Abbas.''