Klushal levert ook kennis

De Nederlander is betrekkelijk laat gaan doe-het-zelven, maar heeft de smaak nu goed te pakken. Bouwmarkten expanderen en verbreden het assortiment. En de klushal is niet meer het exclusieve domein van de man.

Parket leggen, het huis verven, de keuken verbouwen – Nederlanders doen steeds meer zelf. Die trend is in de jaren zestig begonnen en lijkt onomkeerbaar. De grootste profiteurs daarvan zijn de grote bouwmarkten met ketens als Gamma, Praxis, Karwei, Big Boss, Formido en Hornbach. De kleinere speciaalzaken als verf- en behangwinkels en ijzerwarenwinkels worden door deze megamarkten weggedrukt. Net zoals de zelfstandige kruidenier, bakker en groenteman het verliest van de supermarkt, zo kunnen deze winkels het niet bolwerken tegen de grote one stop shops met eigen parkeerplaats.

Volgens Sjoerd Veenstra van de vereniging van winkelketens in de doe-het-zelfbranche (VWDHZ) is de onstuimige groei van de bouwmarkten er nu wel uit, maar groeien ze nog steeds. Veenstra: ,,Ondanks de recessie met weinig nieuwbouw en weinig verhuizingen is de doe-het-zelfmarkt op hetzelfde peil gebleven. Maar wat je ziet, is dat de grote bouwmarkten ieder jaar meer terrein winnen op de kleinere speciaalzaken.''

En dat niet alleen. De bouwmarkten expanderen ook in hun assortiment. Verkochten bouwmarkten aanvankelijk alleen verf, hout, gereedschap, wat elektra en eenvoudige loodgietersmaterialen – het waren echte mannenzaken – nu is er vrijwel alles te koop op het gebied van woningdecoratie: luxe sanitair, gordijnen, parket, keukens en design-radiatoren. Veenstra: ,,De bouwmarkten mikken steeds meer op de vrouw. Per saldo is zij het vaak die beslist welke badkamer of keuken er komt. Dan kun je haar ook de lamellen, de gordijnen en het behang aanbieden.''

Daarnaast zijn de grote klushallen ook de strijd aangegaan met de tuincentra. Hornbach, de Duitse nieuwkomer met zijn gigamarkten, heeft van meet af aan de bouwmarkt met het tuincentrum verbonden. De overige bouwmarkten volgden, met wisselend succes overigens. Veenstra: ,,Nederlanders beschouwen het huis en de tuin toch nog als twee gescheiden werelden. Tuinieren wordt hier niet als doe-het-zelven beschouwd.'' Door alle expansie hebben de bouwmarkten een jaaromzet van een kleine 4 miljard euro.

Nederland is betrekkelijk laat gaan doe-het-zelven. Anders dan in het buitenland waar veel burgers zelf hun eigen huis bouwen, kwam het klussen hier pas laat op gang. Terwijl een Belg altijd al met een steen in zijn maag werd geboren en een Duitser bij het bouwen van zijn huis niet naar de bank ging maar Muskelhypothek nam op vrienden en familie, kon de Nederlander nog geen spijker in de muur slaan. Doe-het-zelven was tot in de jaren zestig eerder een soort zelfexpressie en werd verbonden met raffia en pitriet. Gereedschap kwam er nauwelijks aan te pas of het moest de figuurzaag zijn. Echt gereedschap was iets voor professionals. Bovendien was gereedschap gewoon duur.

Daarin hebben de bouwmarkten een radicale ommekeer teweeggebracht. De markt werd overspoeld met goedkoop gereedschap. Was er vroeger niet veel meer in huis dan een hamer, schroevendraaier en nijptang, nu zijn elektrische boormachines, decoupeerzagen en schuurmachines al heel gewoon. Wekelijks vallen folders in de bus met aanbiedingen voor opklapbare werkbanken, kettingzagen en freesmachines. Zelfs wordt er laserapparatuur voor het uitlijnen en waterpas stellen van muren en deurposten aangeboden. Veenstra van de doe-het-zelfbranche: ,,Zelf klussen is eigenlijk pas mogelijk geworden door de komst van het betaalbare gereedschap. Natuurlijk heeft dat niet altijd dezelfde kwaliteit als het professionele gereedschap. Maar dat hoeft ook niet. Een doe-het-zelver boort geen duizenden gaten in een week. Ook een heel enthousiaste klusser schuurt maar eens in de paar jaar zijn dakkapel. Dan hoef je aan dat gereedschap niet dezelfde eisen te stellen als de aannemer. Maar de bouwmarkten verkopen zeker geen rommel. Door de EU is de verkoper verplicht op ieder product garantie te geven. Dus ook op een accuboormachine van dertig euro zit één of twee jaar garantie. Slechte spullen verkopen kan de bouwmarkt trouwens niet – daarvoor is de concurrentie veel te groot.''

Inderdaad is de concurrentie in de klusmarkt net zo hevig als tussen supermarkten. Als de prijs of de kwaliteit hem niet bevalt, rijdt de klant gewoon een parkeerterrein verder. En de ketens houden elkaar goed in de gaten: heeft de één een nieuwtje, dan heeft de ander het volgende maand ook. Soms is de concurrentie alleen maar schijn: marktleider Gamma en Karwei (samen goed voor de helft van de omzet bij de klushallen) zijn in handen van één concern; Praxis en Formido (goed voor eenderde van de markt) zijn in handen van Vendex/KBB.

Kleinere ketens zoals Fixet, Multimate, Hubo en Doeland bestaan uit zelfstandige winkels die vaak geen zelfbediening kennen. De eigenaar biedt meer service en voorlichting en zaagt vaak het hout op maat. Deze kleinere winkels hebben het moeilijk, maar houden redelijk stand, vooral omdat zij de klant raad kunnen geven en te hulp schieten.

Maar daar zijn ook de grote klushallen mee begonnen. Sinds een paar jaar kennen zij een gemeenschappelijke vakopleiding, zodat het personeel meer is dan onwetende vakkenvullers. Er is veel foldermateriaal beschikbaar met informatie hoe je klussen moet aanpakken. Wie de moeite neemt om alle tips van de bouwmarkten van hun websites te downloaden, kan een omvangrijk klusboek samenstellen.

Eén sector blijft in de klushal betrekkelijk bescheiden: elektra en gasapparatuur. ,,Terecht'', zegt loodgieter Ton Kuilman van de Baderie in Heemskerk. ,,gas en elektriciteit blijven gevaarlijk. We merken wel dat het werk in de particuliere sector wat terugloopt, de kleine klusjes verdwijnen. Voor een behoorlijk deel gaan die naar de klusbedrijfjes, al dan niet zwart. Sinds de gemeente geen controle meer uitoefent, kan iedereen zijn gang gaan. Maar vaak komen de mensen er toch niet uit en roepen ze de vakman. En dan is het om te huilen wat je aantreft. Soms moeten we alles weer wegslopen.''

En ook daar heeft de bouwmarkt een antwoord op gevonden. Naast de klusfolders en websites met informatie houden veel klushallen spreekuren met aannemers en installatiebedrijven. Veenstra: ,,Dan kan de thuisklusser het makkelijke werk zelf doen en de kritische onderdelen door een vakman laten uitvoeren.''

De nieuwste trend in de klushal is de impulshandel: grabbelbakken met goedkoop gereedschap, branchevreemde producten als tafelvoetbaltafels, sokken, fietsen, magnetrons en stellingen met snoepgoed aan de kassa, dit alles meestal geleverd door een aparte, gespecialiseerde leverancier van impulsartikelen.