Het beeld

Filmcritici vonden tot een halve eeuw geleden genrefilms – een klucht, een western, een musical – per definitie oninteressant. Alleen serieuze drama's waarin belangrijke onderwerpen werden aangesneden telden echt mee. Een stel rare Fransen ging toen beweren dat een thriller van Alfred Hitchcock of een western van John Ford zo'n eigen invulling gaf aan het genre dat je van een `auteursfilm' kon spreken.

Bij televisie, als massamedium ruim ruim vijftig jaar jonger dan de cinema, ligt de zaak ingewikkelder. Linkse televisiewetenschappers wierpen zich al lang geleden op soaps als Dallas, en ontdekten allerlei subversieve subtext. Televisiecritici zien fictie vaak over het hoofd, omdat ze de representatie van de werkelijkheid belangrijker vinden. Wel krijgen door de Amerikaanse betaalzender HBO geproduceerde dramaseries als The Sopranos, Six Feet Under en Sex and the City doorgaans uitstekende recensies. Terecht, want alle drie werpen ze een onverwachte, auteursachtige blik op aloude genres als de misdaadserie, de familiegeschiedenis en de romantische komedie.

Gisteren waren er twee nieuwe series te zien die de bakens niet zo ver verzetten als de HBO-producties, maar wel kwaliteit bieden met inachtneming van de regels van hun genre: de eerste twee – herhaalde – afleveringen van Lost (Net5) en de eerste van zes delen van de BBC-serie Hustle (BNN).

Van Lost zul je niet veel wijzer worden over de menselijke conditie, maar het is wel lekkere kijkkauwgom. 48 overlevenden van een vliegramp zijn gestrand op een onbewoond eiland in de Stille Zuidzee, dat zich allengs in de Twilight Zone blijkt te bevinden. Er loopt een ijsbeerachtige Godzilla rond, zenders hebben geen bereik en in listige flashbacks naar de laatste minuten voor de ramp maken we kennis met prototypen van potentiële lastposten voor een Expeditie Robinson: een neuroot, een agressieve vechtersbaas, een zwangere vrouw, een veteraan van Saddams Republikeinse Garde, een misdadiger, een US Marshal, een aan drugs verslaafde rockster en een kettingroker. Het gaat dus nergens over, maar je wilt wel weten hoe het verder gaat.

Hustle is eerder marshmallow dan bubblegum: honingzoet, beeldig en luchtig. De helden vormen een team van Londense oplichters, onder wie een ranke dame, een zwarte gentleman, een morsige kaartspeler en een veteraan, in wie we de 71-jarige Robert Vaughn herkennen, in 1964 als Napoleon Solo de ster van The Man from UNCLE. We leren de trucs en de dubbele bodems, elke ontknoping krijgt een verrassend klapje toe en soms spreken de helden een lesje recht in de camera: ,,Het is onmogelijk een eerlijk man voor de gek te houden.''

De referenties, ook in de beelden, zijn duidelijk: films als Ocean's Eleven en The Sting, series als De wrekers en hun talloze klonen. Ook dit is leuk, vooral als je niets beters te doen hebt. Want het gebrek aan originaliteit plaatst Hustle net in een andere divisie dan bijvoorbeeld de oplichtersfilms van David Mamet. En toch zullen series als Lost en Hustle ooit auteurs voor het kleine scherm voortbrengen.