Goochelen met dodencijfers in Afrika

Het aantal slachtoffers van de oorlog in Darfur ligt veel hoger dan tot nu toe geraamd was, zegt een topman van de VN. Cijfers in Afrika zijn notoir onbetrouwbaar. Hulpverleners hebben de neiging het aantal slachtoffers te overdrijven om een noodtoestand onder de aandacht te brengen.

De natte vinger wordt in Afrika zonder aarzeling gehanteerd. De berekening van dodencijfers bij rampen en oorlog blijkt altijd weer een gok. ,,Het is vele malen 70.000 doden'', zei VN-topman Jan Egeland vorige week al over het aantal slachtoffers van de oorlog in de Soedanese regio Darfur. ,,Is het drie maal dat dodencijfer, misschien wel vijf keer? Ik weet het niet.'' Gisteren kwam Egeland met de nieuwste schatting: 180.000 doden.

Jan Egeland is de hoofdcoördinator van de hulpverlening bij de Verenigde Naties. In de media staat hij bekend om zijn wanhopige pogingen met de overtreffende trap de aandacht te trekken. Hij noemde vorig jaar de rebellie in Noord-Oeganda ,,de meest onnodige en vergeten noodtoestand op dit moment'' en enkele weken later die in Somalië ,,de meest vergeten en veronachtzaamde crisis, waarbij die in Darfur verbleekt''.

Het vergaren van informatie en fondsen gaat binnen de VN samen. VN-functionarissen moeten schreeuwen om gehoord te worden: ieder jaar waarschuwen ze voor miljoenen doden door honger in Ethiopië, waarna maanden later niemand meer rept over de aangekondigde ramp.

In Darfur bleven de schattingen vorig jaar steken op 70.000 doden. Onduidelijkheid bestaat over wat een oorlogsslachtoffer is. De cijfers van Egeland betreffen doden als gevolg van de oorlogstoestand, niet slachtoffers door geweld. Burgers die niet meer naar een kliniek konden voor behandeling en vervolgens stierven, zijn opgenomen in dat getal van 180.000. Hiermee rekt hij de definitie van oorlogsslachtoffers op.

De Internationale Crisisgroep stelt in een vorige week uitgebracht rapport dat ,,er geen algemeen aanvaard dodencijfer voor Darfur bestaat'' en noemt vervolgens 300.000 doden. De Nederlander Jan Coebergh schreef een rapport op basis van informatie van hulpverleners en komt tot een aantal van ruim 100.000 doden door oorzaken die gerelateerd zijn aan de oorlog, en ruim 73.000 door rechtstreeks geweld. Amerikaanse kranten hanteren sinds weken het dodencijfer van 200.000 in Darfur.

In Congo vindt al jaren dergelijk gegoochel met cijfers plaats. Op basis van een onderzoek in vier dorpen meldde in 2000 een Amerikaanse hulporganisatie 1,7 miljoen doden in geheel Congo ,,als gevolg van de oorlog en aan de oorlog gerelateerde oorzaken''. Eén jaar later was dit opgelopen tot 2,5 miljoen en in 2003 tot ,,tussen de 3,3 en 4,7 miljoen''. Een andere hulporganisatie kwam met veel lagere schattingen en erkende ,,dat het lastig is om cijfers vast te stellen''. De media neigen er naar altijd de hoogste cijfers over te nemen.

Cijfers zijn notoir onbetrouwbaar in Afrika. Het Britse weekblad The Economist dat getallen altijd vele malen natrekt alvorens tot publicatie over te gaan, begon een reportage over Nigeria eens met de woorden: ,,Al de cijfers die U gaat lezen, zijn vermoedelijk onjuist.''

Stephen Ellis reconstrueert in zijn boek The Mask of Anarchy het aantal slachtoffers van de burgeroorlog in Liberia. Hij komt uit op tussen de 50.000 en 80.000. Het `officiële' cijfer ligt veel hoger: tussen de 150.000 en 200.000. Die raming is volgens Ellis op een `foutje' binnen de VN gebaseerd.

Het ontbreekt Afrika aan bureaucratische capaciteit om in detail tellingen te houden. Economen en vertegenwoordigers van de Wereldbank worden wanhopig als ze de boeken moeten inkijken van Afrikaanse regeringen, want de cijfers kloppen niet. Toch wordt op basis van onbetrouwbare cijfers besluiten genomen, hoewel deze gegevens vaak een schijnwerkelijkheid weergeven.