Geteste zekerheid voor vaders

Vaderschapstesten kunnen eenvoudig via internet bij Nederlandse bureaus worden besteld en uitgevoerd.

Geen opmerking tijdens een kraamvisite zo afgezaagd als die dat het kind toch wel erg veel van de vader weg heeft. Vermoedelijk bedoeld om twijfel over het vaderschap in de kiem te smoren, want, zoals een Engelse zegwijze luidt: `Mama's baby, papa's maybe.' Uit recent onderzoek blijkt dat er steeds meer steun is voor mannen die zeker willen weten of de uiterlijke gelijkenis inderdaad op biologische gronden stoelt. Commerciële bureaus springen op die behoefte in met DNA-tests via de postbode.

Uit een recent onderzoek van TNS Nipo blijkt dat de acceptatie van vaderschapstests vooral bij jongere Nederlanders groot is. Volgens dit bureau vindt 58 procent van alle Nederlanders tussen de 18 en 34 dat een man het recht heeft om via een vaderschapstest te weten of een kind van hem is, ook als de moeder geen toestemming heeft gegeven voor de test. Bij 55-plussers is dit percentage overigens maar 40 procent; bij Nederlanders tussen de 35 en 54 45 procent. Over de hele bevolking gemeten is 48 procent voor het recht om zonder toestemming van de moeder zekerheid over het vaderschap te krijgen.

De DNA-testen zelf kunnen worden besteld bij tal van commerciële bureaus, met klinkende namen zoals humatrix (www.humatrix.nl), BSure (www.bsure.nl) en Verilabs (www.verilabs.nl). Erg veel onderzoek naar de kwaliteit van de testen is er niet. De Consumentenbond onderzocht in 2001 wel BSure, waaruit bleek dat het bedrijf een vader-dochter-relatie correct herkende, maar een oom-neef-relatie niet. De waarde van deze Consumentenbondtest is echter relatief. BSure heeft sindsdien haar werkwijze aangepast, en het van oorsprong Duitse humatrix was in 2001 nog niet eens in Nederland actief. De prijzen lopen nogal uiteen. Verilabs vraagt 500 euro, BSure 600 euro, en humatrix zelfs 740 euro.

Uiteraard schermen de bureaus zelf met indrukwekkende nauwkeurigheidscijfers van ver boven de 99 procent. Als een DNA-test correct is uitgevoerd, kunnen dergelijke nauwkeurigheden inderdaad gemakkelijk worden behaald. Het principe van een vaderschapstest is eenvoudig. Allereerst moet erfelijk materiaal worden afgenomen van in elk geval het kind en de vermoedelijke vader. De testbureaus sturen desgewenst een pakket toe met daarin materiaal om wangslijm af te nemen. Humatrix rekent voor het testpakket nog eens 20 euro. BSure ook, maar hier wordt het bedrag verrekend als de klant uiteindelijk het materiaal ook laat onderzoeken.

Het afnemen van het wangslijm gebeurt met een wattenstaafje, dat eerst moet drogen voordat het in een speciale container mag worden opgestuurd naar het laboratorium. Daar wordt een DNA-profiel gemaakt, een soort vingerafdruk van het genetisch materiaal. Vervolgens wordt gekeken of de DNA-vingerafdruk van het kind op bepaalde locaties (afwisselend door de bedrijven markers, merkers of loci genoemd) overeenkomt met die van de vader en eventueel ook de moeder. Omdat een kind de helft van het genetisch materiaal van ieder van zijn ouders heeft, moeten alle markers op diens DNA-profiel overeenkomen met die van de moeder óf de vader.

Aangezien het moederschap over het algemeen niet betwijfeld wordt, begint het laboratorium daarom met het wegstrepen van alle kenmerken die bij moeder en kind hetzelfde zijn. De overblijvende DNA-kenmerken van het kind moeten dan logischerwijs overeenkomen met het DNA van de vermoedelijke vader. Is dat niet zo, dan staat vast dat de geteste man niet de vader is.

Zijn de gegevens van de moeder niet beschikbaar, dan worden alleen loci van de vader met die van het kind vergeleken. In de helft van de gevallen moeten de genetische kenmerken dan overeen komen. Dat de loci overeenkomen, betekent echter niet per se dat een man wél de vader is. Er is een (weliswaar minieme) kans dat ergens een andere man rondloopt bij wie de vergeleken secties van het DNA toevallig exact hetzelfde zijn. Tenzij de vermoede vader nog ergens een eeneiige tweelingbroer heeft rondlopen, is dat echter geen realistisch scenario.

Voor de test is enkel wangslijm van het kind en de vader nodig, maar een clandestien uitgevoerde test hoeft niet per se tot een voor de vader gunstig resultaat te leiden. In juli 2004 deed de rechtbank van Maastricht uitspraak in een zaak van een man die via een in de Verenigde Staten uitgevoerde DNA-test had vastgesteld dat hij niet de vader was van een kind waarvoor zijn ex-partner alimentatie eiste. De rechter oordeelde dat de test in Nederland nog een keer overgedaan moest worden.

In Duitsland gaat recente jurisprudentie nog verder. Het Bundesgerichtshof, het hoogste hof van beroep in Duitsland, oordeelde dat clandestiene DNA-tests geen wettig bewijsmateriaal vormen, omdat daarmee de privacy van het kind zou zijn geschonden. In elk geval één vader, Adolf Weikert, gaat nu een oordeel vragen aan het Bundesverfassungsgericht, het Duitse constitutionele hof.

Goed onderzoek naar de frequentie van onechte kinderen ontbreekt. Maar in ongeveer dertig indirecte onderzoeken zijn, volgens een uit 2000 daterend artikel uit het weekblad Elsevier, uiteenlopende percentages van 2 tot 30 procent onechte kinderen gevonden. Cijfers van de testbureaus zijn er ook. Hella van Leeuwen, woordvoerster van humatrix: ,,In Duitsland wordt in ongeveer 80 procent van onze testen het vaderschap bevestigd.'' Een op de vijf onderzochte kinderen in deze tests is dus onecht. Er speelt mee dat veel mannen die een vaderschapstest laten doen, wellicht meer dan gemiddeld reden te hebben om te twijfelen. De tests zijn te duur voor frivool gebruik.