Geen hulp zonder nette vorm van dwang

De oplossing voor overlast van verslaafde dak- en thuislozen wordt meestal gevonden in een combinatie van repressie en zorg. Maar daar hoort nog iets bij dat onontbeerlijk is om repressie, preventie en zorg te laten slagen: bouwen aan een goede organisatie van de hulp voor verslaafde dak- en thuislozen. Met daarbij een duidelijk doel voor ogen. Repressie en zorg kunnen nooit slagen als het doel alleen is dak- en thuislozen een bed te geven in een nachtopvang of een kopje koffie als het koud is buiten. Het doel moet zijn om verslaafden en dak- en thuislozen uit die situatie te halen en uitzicht te bieden op een normaler leven.

Wat daarbij ontbreekt, is een aantal instrumenten die we nu in Rotterdam aan het ontwikkelen zijn. Idealistisch? Ja. Ambitieus? Nee. Onrealistisch? Nee. Moeilijk? Nee. Lastig? Ja.

Het is niet ingewikkeld om organisaties beter samen te laten werken en meer resultaatgericht te laten werken. Daar is een cultuuromslag voor nodig, maar de tijdgeest is er nu naar en veel medewerkers binnen de zorgvoorzieningen reageren positief als zij worden geconfronteerd met het idee dat ze anders moeten gaan werken.

In de kern komt het neer op minder vrijblijvendheid. Zowel voor de dak- en thuislozen als voor de instellingen. Het principe `voor wat hoort wat' wordt opnieuw geïntroduceerd. Je kunt opgevangen worden, maar je moet je wel committeren aan afspraken. En de afspraak wordt dat zorg geboden wordt en dat je daaraan meewerkt. Ook instellingen committeren zich daaraan: als gemeente gaan we contractafspraken met ze maken. We beginnen met een goede registratie en een centrale intake. Nu shoppen onbehuisden nog langs de instellingen en kunnen ze op die manier resultaatgerichte zorg heel goed ontlopen. Het doel moet zijn door te stromen naar andersoortige opvang, zoals begeleid wonen en vandaar weer verder.

Niet meer willen wordt dus lastiger in de toekomst. Het is wel het belangrijkste probleem waarmee we bij dit vraagstuk worstelen, het probleem van de zorgwekkende zorgmijders. In Rotterdam zijn we ons aardig in deze groep aan het specialiseren. Doordat in het verleden te lang de nadruk is gelegd op de autonomie van individuen, is de overheid haar doel voorbijgeschoten. Het is wrang dat degenen die de hulp nodig hebben uiteindelijk ook niet zijn gebaat bij hun zelfbeschikkingsrecht. Wat wij hun daarmee hebben gegeven, is het recht om weg te kwijnen.

In deze situatie kan de Wet BOPZ (bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen) ook uitkomst bieden. In Rotterdam hebben we een richtlijn opgesteld waarin het zogenoemde gevaarscriterium duidelijker wordt uiteengezet. Daardoor kunnen ook verslaafden gedwongen worden opgenomen, zonder dat ze fysiek met een mes lopen te zwaaien. Want iemand is bijvoorbeeld ook een gevaar voor zichzelf of zijn omgeving bij zeer sterke verwaarlozing.

Maar helaas is gedwongen opname nog steeds geen gedwongen behandeling. En zo komt het natuurlijk voor, en dat zal ook in de toekomst zo blijven, dat er een kleine groep is van `draaideurverslaafden' die keer op keer naar goede zorg wordt geleid, maar die blijft terugvallen in overlast gevend gedrag. Voor hen ontwikkelen we nu, samen met de drie andere grote steden, een long stay voorziening, een voorlopig laatste fase in de zorg die aan zorgmijders wordt geboden. Het grootste verschil met bestaande voorzieningen of opvangcentra is dat hier niet meer wordt voorzien in dure behandelingen, maar alleen bed, bad en brood worden aangeboden. Geen briljante toekomst dus, maar wel rust, en wellicht leidt dat ertoe dat de zorgmijders na enkele jaren toch bereid zijn tot behandeling of aanpassing van hun gedrag. Tot die tijd zijn ze in ieder geval uit het straatbeeld verdwenen en behalve veel overlast scheelt dat ook veel maatschappelijke onkosten.

Vooralsnog beginnen we de long stay voorziening op basis van vrijwilligheid, maar het zou beter zijn wanneer ons vanuit de overheid de hand wordt gereikt en wettelijke mogelijkheden worden geboden om verslaafden verplicht op te kunnen opnemen. Verder moet nog gestudeerd worden op de omgang met drugs. Het heroïne-experiment, waarbij ernstig en langdurig verslaafden hun heroïne als medicatie kunnen krijgen, verloopt uitstekend. Hier zit het rendement onder meer in minder criminaliteit. Dat experiment zou moeten worden uitgebreid. Daarbij zou niet alleen naar de aantallen gekeken moeten worden, maar ook naar de drugs. Want de meest voorkomende verslaving aan harddrugs is thans die aan de coke en niet meer die aan de heroïne.

Zo lopen we altijd weer achter de werkelijkheid aan. Het ware beter voorop te lopen en hen om wie het gaat naar een beter bestaan te leiden. Daar heeft iedereen baat bij.

M. van den Anker is wethouder Veiligheid en Volksgezondheid in Rotterdam.