Een virtuele linkse meerderheid

Links heeft een meerderheid in Nederland. Althans in de opiniepeilingen, bijvoorbeeld die van vorige week. Opgeteld zijn de scores daarin van PvdA (51 zetels in de Tweede Kamer), SP (13) en GroenLinks (11) goed voor 75 zetels, een winst van 16 ten opzichte van de laatste verkiezingen (2003). En als D66 (4) te zijner tijd van zijn huidige centrum-rechtse dwalingen terugkomt, zou links zelfs op 79zetels kunnen rekenen. Volgens die peilingen dan.

In de Volkskrant van afgelopen zaterdag stond een oproep afgedrukt van (acht) Kamerleden van PvdA, SP en GroenLinks. Zij putten hoop uit die virtuele linkse meerderheid, die voor een heel ander beleid zou kunnen zorgen dan dat van de coalitie-Balkenende. De oproepers bepleiten daarom nu alvast meer samenwerking van hun partijen. Nóg meer samenwerking, want zij menen dat hun partijen in het parlement al vaak goed met elkaar optrekken. Zij zien zelfs ,,een nieuwe sociale coalitie'' ter linkerzijde ontstaan, die met de vakbeweging en andere maatschappelijke organisaties een vuist kan maken. Zoals op 2 oktober 2004 toen honderdduizenden mensen in Amsterdam kwamen betogen tegen omstreden sociaal-economische plannen van het kabinet. Die plannen, omstreden vooral omdat zij mikken op een beperking van prepensioen- en VUT-regelingen, werden daardoor ,,op enkele belangrijke punten'' herzien, schrijven de oproepers.

Maar helaas, met de eenheid van opvatting blijkt het binnen de virtuele linkse meerderheidscoalitie toch minder gesteld dan die oproepers hopen, afgezien dan nog van de huidige positie van D66.

Zaterdag hield fractieleider Bos, de man die de PvdA als nieuwe lijsttrekker in de verkiezingen van 2003 van 23 naar 42 zetels voerde en die vast ook wat te maken heeft met haar voordelige stand in de peilingen, een rede in Londen voor het Policy Network, een internationaal forum voor centrum-linkse politici dat door premier Blairs New Labour is opgericht.

Wat zei Bos, kort samengevat? Onder meer dat onbeperkte migratie, en een mede daardoor falende integratie, en onbeperkte handhaving van rechten van babyboomers (op kosten van jongere generaties) de maatschappelijke solidariteit bedreigen. Hij had het, afgaande op de verslagen die ik las, niet met zoveel woorden over die massale betoging, vorig najaar in Amsterdam. Maar waar het bij die demonstratie voor een belangrijk deel ging om verdediging van sociaal-economische rechten van babyboomers, zeg mensen tussen 55 en 65 jaar, was duidelijk dat Bos toch een slagje anders denkt over de haalbaarheid of de wenselijkheid van handhaving van zulke rechten in vergrijzend Nederland. Meer nog: met zo'n opvatting staat Bos eigenlijk dichter bij Balkenende c.s., of bij de werkelijkheid, zo men wil, dan bij de auteurs van die linkse oproep.

En wie zaterdag in deze krant het interview las met Femke Halsema, fractieleider van GroenLinks in de Tweede Kamer, onder de kop Eenzaam in tijden van hysterie (pag. 35), zag nog niet meteen eenheid van opvatting met de PvdA van Bos voor zich. En zeker niet met een Bos die namens een linkse meerderheid zou moeten regeren. Kortom, het is niet verbazend dat Bos en PvdA-voorzitter Koole koeltjes reageerden op het zoveelste exclusief linkse actieplan.

Er is een ander, misschien wel ernstiger probleem aan de horizon voor de PvdA als potentiële regeringspartij. Ik ga voor de beschrijving daarvan te rade bij een interessante deskundige als Marcel van Dam, die begin deze maand (3 maart) in de Volkskrant een column schreef met als kop: De burger als troetelkind. In die column drukt Van Dam scepsis uit over de vraag of de grote ontevredenheid van de burger over `de politiek' wel te verhelpen valt met allerlei vormen van directere democratie die nu in discussie of in voorbereiding zijn. Zoals de gekozen premier, de gekozen formateur, de gekozen burgemeester, het gekozen districts-Kamerlid, het referendum en ga zo maar door.

Van Dam betwijfelt of dergelijke vernieuwingen, waar hij op zichzelf niet tegen is, het vertrouwen van de bevolking in het politieke proces zullen herstellen. En hij staat wat mij betreft in die twijfel niet alleen. Hij ziet voor de publieke onvrede over het politieke bedrijf andere, dieper liggende oorzaken. Zoals het einde van de verzuiling en de daarop gevolgde individualisering, waardoor de reikwijdte van de traditioneel op collectieve besturing gerichte overheidsmacht sterk beperkt is. Gevolg daarvan is dat vele burgers regels van de overheid steeds vaker als een onnodige inperking van hun keuzevrijheid zijn gaan zien. ,,De crisis in de democratie wordt veroorzaakt door een teveel aan bestuur. De burgers hebben de pest aan hun overheid gekregen'', aldus Van Dam. Het antwoord daarop zou veel minder regels en voorschriften moeten zijn en tegelijkertijd meer ruimte voor zelfbestuur en zelfregulering van burgers.

Anders gezegd: de overheid moet zich minder op gebodsregels toeleggen en meer op procesregels. Daarbinnen moeten burgers hun zaken, bijvoorbeeld in hun buurt of als huurder, zelf, en daardoor ook zo doelmatig mogelijk, kunnen regelen. Als marktpartijen, als het ware.

Er valt over te twisten hoe ver de overheid moet wijken als regelmachine. Zij is trouwens hier en daar soms al wat geweken in hoofdgroepen als deregulering en privatisering. Maar dat West-Europeanen vaak horendol worden van de regelende hand van de overheid (heer Albedil, zei de toenmalige CDA-premier Van Agt een kwart eeuw geleden wel, toen tot woede van veel linkse mensen), is moeilijk te betwisten.

Terug naar de PvdA, die zichzelf graag ziet als schild voor de zwakkeren, een groep die door haar kwetsbaarheid vaak gebaat is bij beschermende regels. Als er in Van Dams analyse een kern van waarheid zit, staat de PvdA als potentiële regeringspartij intern nog voor een heidens moeilijk karwei.

En zoveel is zeker, als deel van een exclusief links meerderheidsblok zou zij, afgezien van andere ongemakken daarvan, de uitvoering van zo'n karwei wel kunnen vergeten. Bos heeft ook in dit opzicht gelijk: de PvdA heeft, nu en straks, meer te verdienen in het midden dan in een links blok.