Adequate keuzes in de gezondheidszorg 2

Bestuursvoorzitter van het UMC Geert Blijham stelt een nieuwe indeling van de ziekenhuizen voor. Ik vertegenwoordig een totaal ander type ziekenhuis, maar in de kern spreekt zijn visie mij aan. Er zijn op dit moment zo'n 100 ziekenhuizen (ik verwacht dat dat richting 90 gaat). Blijham wil 75 `buurtziekenhuizen', en academische ziekenhuizen (acht). En topklinische centra. 10 à 15 dus. Het interessante van zijn idee is dat het raakt aan een potentiële tijdbom. Maar hij noemt hem niet. Die tijdbom zit hem in een teveel aan topklinische ambitie in Nederland.

Er zijn in Nederland rond 50 ziekenhuizen die zonder veel problemen kunnen inschuiven in het model-Blijham. Zo'n `buurtziekenhuis' (geen handige term) zal 800 tot 2.000 medewerkers hebben en een verzorgingsgebied van 200.000 inwoners. Ook in het Nederland van Blijham is de ziekenhuiszorg sterk gecentraliseerd!

Blijven over zo'n 40 niet-academische ziekenhuizen die meer willen. Daarvan hebben 20 ziekenhuizen zich aaneengesloten tot een club van `topklinische' ziekenhuizen. Dat is al te veel. Too many chiefs voor een land als Nederland. Maar het probleem is groter.

Enkele tientallen andere ziekenhuizen vechten zich momenteel naar de status van opleidingsziekenhuis. Of liever nog: topklinisch centrum. In die ziekenhuizen wordt enorm veel geïnvesteerd in te grote IC-afdelingen en in de dure diagnostiek. Er worden duizenden patiënten behandeld die in een academisch centrum horen. Vandaaruit wordt zelfs druk uitgeoefend op streekziekenhuizen (soms via zorgverzekeraars) om complexe pathologie niet naar het academisch centrum te verwijzen. De tijd zal zijn werk doen: 10, hooguit 15 topklinische centra zijn voldoende. Het model-Blijham oogt nog wat slordig (ik zie niet in waarom streekziekenhuizen niet kunnen concurreren met DBC-prijzen), maar het brengt een interessant probleem aan de oppervlakte.