Adequate keuzes in de gezondheidszorg 1

Met verbazing heb ik het artikel over de gezondheidszorg en de mening van ziekenhuisbestuurder Geert Blijham gelezen (NRC Handelsblad, 10 maart). Hij stelt dat orgaangeneeskunde vooral in perifere ziekenhuizen en complexe geneeskunde meer in de Universitaire Medische Centra (UMC's) moet plaatsvinden. Akkoord, de complexe ziekten horen zéker thuis in een academisch ziekenhuis.

De werkelijkheid blijkt anders. Juist in het UMC te Utrecht waar Blijham voorzitter is van het bestuur, heeft datzelfde bestuur het beleid om complexe geneeskunde te elimineren. Complexe ziektebeelden zoals bepaalde vormen van erfelijke kanker worden uit budgetoverwegingen weggesaneerd. Bij een complex ziektebeeld zijn verschillende organen betrokken en de diagnostiek en behandeling worden door een team van verschillende medisch specialisten uitgevoerd. De keuzes tot nog toe zijn vooral vanuit financiële overwegingen gemaakt. De patiënt staat niet centraal. Aan de behoefte aan zorg wordt voorbijgegaan.

Preventie, continuïteit in de zorg en de winst op lange termijn komen niet aan de orde. Het bestuur blijkt hier vanuit een geïsoleerde positie te functioneren. Het gevolg is dat een door managers bedacht programma als `Durven Kiezen', gestart in het jaar 2000, op dit moment wordt uitgevoerd. Het ziekenhuisbestuur meent in dit plan, onafhankelijk van patiënten, medisch specialisten en landelijke infrastructuur zijn eigen keuzes te kunnen maken. Afdelingen worden hierbij geminimaliseerd en patiëntengroepen worden afgestoten zonder dat de gevolgen voor de zorg worden overzien. De laatste twee jaar is extreem bezuinigd op de medisch coördinerende disciplines. Eén van de gevolgen van `Durven Kiezen' is het uitsluiten van patiëntengroepen met aanleg voor complexe vormen van erfelijke kanker. Door de complexiteit van diagnostiek en behandeling moet deze topzorg in een universitair centrum plaatsvinden. Het uitsluiten van deze patiëntengroepen is geschied zonder overleg over taakverdeling met andere Universitaire Medische Centra. Aangezien overheveling van budget vanuit het UMC Utrecht niet tot de mogelijkheden behoort, kunnen deze patiëntengroepen niet in een ander ziekenhuis terecht.

Natuurlijk heeft niet ieder bestuur van onze academische ziekenhuizen zelf het recht te bepalen welke patiënten er wel en niet mogen worden behandeld. Op korte termijn zal er een besluit moeten worden genomen om de continuïteit van de complexe zorg van patiëntengroepen met aanleg voor erfelijk kanker, waarbij een netwerk van medisch specialisten noodzakelijk is, veilig te stellen.

De ziekenhuisbesturen zijn gezamenlijk met de verenigingen voor patiëntenbelangen, de medisch specialisten, de zorgverzekeraars en de overheid, na onderlinge afstemming, verantwoordelijk voor de continuïteit in de zorg. Zonder uitstel behoren alle partijen om de tafel te gaan zitten om te inventariseren, af te stemmen en om adequate keuzes in de gezondheidszorg mogelijk te maken. De tijd dringt.