Aanklacht hof tegen Macedoniër

Het Joegoslavië-tribunaal heeft voor het eerst een Macedoniër aangeklaagd: ex-minister van Binnenlandse Zaken Ljube Boškovski is in staat van beschuldiging gesteld wegens oorlogsmisdaden tijdens de oorlog tegen de Macedonische Albanezen in 2001.

Samen met Boškovski werd de voormalige toppolitieman Johan Trčulovski in staat van beschuldiging gesteld. Hij zit in Macedonië in de gevangenis.

Boškovski zelf zit in Kroatië in de gevangenis, sinds augustus vorig jaar, toen hij in eigen land werd beschuldigd van de moord op zeven Aziatische immigranten. Kroatië heeft gisteren gemeld bereid te zijn Boškovski aan het Joegoslavië-tribunaal uit te leveren.

Ljube Boškovski is een van de meest radicale nationalisten in Macedonië. Hij was minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet van premier Ljubčo Georgievski, van mei 2001 tot september 2002. Hij stichtte tijdens de oorlog tegen de Albanezen een eigen militie, de Leeuwen, die zich al snel een reputatie van extreme hardhandigheid verwierf. De 3.500 man sterke militie, waarin nogal wat gewone criminelen waren opgenomen, stond bekend als `Boškovski's baby'; ze was alleen de minister verantwoording schuldig.

Boškovski is een wapenfanaat, die er een gewoonte van maakte honderden vrienden en bekenden – ministers, partijbonzen, parlementariërs, rechters en journalisten – hypermoderne geweren cadeau te geven. Hij is herhaaldelijk zelf gewelddadig geworden tegen al te kritische journalisten. Hij wilde ook gerenommeerde internationale non-gouvernementele organisaties als de International Crisis Group, de Soros Foundation en Transparency International uitwijzen omdat hun analyses hem niet bevielen. Volgens de minister waren dat ,,door criminelen geleide vijandige krachten'' die tegen Macedonië samenzwoeren.

Aangeklaagd is Boškovski wegens zijn rol in bij de `verovering' van het door Albanezen bewoonde dorp Ljuboten, nabij Skopje, in augustus 2001. Daarbij werden tien Albanese burgers mishandeld en vermoord. Een groot deel van het dorp werd bij de aanval van de Macedonische troepen vernietigd. Boškovski was persoonlijk in het dorp aanwezig tijdens het sluitstuk van het bloedbad.

Nog beruchter is Boškovski om een incident in maart 2002, waarvoor de oud-minister op dit moment in een Kroatische gevangenis zit. De Macedoniërs lokten zeven Aziatische illegalen – zes Pakistanen en een Indiër – die naar Griekenland wilden naar de Bulgaars-Macedonische grens en rekenden hen in. De zeven werden enige tijd vastgehouden. Daarna werden ze ten noorden van Skopje vrijgelaten met de mededeling dat ze zich vlakbij de Griekse grens bevonden. Vervolgens werden ze door leden van de Leeuwen-militie vermoord. De lijken werden gekleed in uniformen en uitgerust met automatische geweren om hen op islamitische strijders te laten lijken. Daarna werd bekendgemaakt dat de Macedoniërs een gevaarlijke cel van internationale terroristen met banden met het terreurnetwerk Al-Qaeda onschadelijk hadden gemaakt – terroristen die aanslagen op buitenlandse ambassades in Skopje wilden plegen. De bedoeling van de farce was het bij de Amerikanen in het gevlij te komen en te demonstreren dat Macedonië volop meewerkte in de oorlog tegen het terrorisme.

Boškovski – die naast de Macedonische ook de Kroatische nationaliteit heeft en die in Kroatië woont – vluchtte vorig jaar naar Kroatië toen zijn rol in de farce duidelijk werd. Hij werd in Macedonië aangeklaagd en in Kroatië gearresteerd. Daar wacht hij nu op een proces.