Wie mee wil tellen gaat Lissaboniseren... ...maar zeker niet demonstreren... ...en vooral ook niet agiteren

Wie vandaag de dag in Europa een beetje wil meetellen, heeft het over Lissabon. Voor gewone mensen is het een prettige vakantiebestemming – voor eurocraten een doelstelling. De `Lissabon strategie' – of zoals anderen zeggen het `Lissabon-proces' – staat voor de afspraak die de regeringsleiders van de (toen nog) vijftien EU-landen vijf jaar geleden met elkaar maakten om de economie van de EU binnen tien jaar de meest concurrerende ter wereld te maken.

Het is iets anders gelopen. De Verenigde Staten en Azië, de blokken waar volgens de Unie de strijd mee geleverd diende te worden, zijn de afgelopen vijf jaar alleen maar nog concurrerender geworden. In plaats van inlopen, raakte de EU verder achterop. Dat betekent niet dat de Unie de strijd heeft opgegeven. Integendeel. Volgende week zal het inmiddels tot 25 regeringsleiders uitgebreide gezelschap een nieuwe impuls geven aan Lissabon. Hoe? De oneindige waslijst aan goede voornemens is flink bekort en de tot frustratie leidende doelstelling is verdwenen.

Maar wat blijft, is dat wie een plan of idee voorziet van het etiket `Lissabon' een streepje voor heeft. Dus is het van het grootste belang dat wie aast op subsidiegeld zijn plan presenteert als passend in de Lissabon-doelstelling. Er bestaat inmiddels in het onuitputtelijke eurojargon ook al een woord voor: Lissaboniseren.

Het was dus slechts een kwestie van tijd voordat georganiseerd Nederland het Lissaboniseren ging ontdekken. Vorige week meldden de vier grote steden, Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, samenwerkend onder de titel G4, zich bij de vleespotten. Wat hadden de steden ontdekt? Dat zij ,,belangrijke spelers waren in de realisatie van de Lissabon-strategie'', zo schreven zij aan de regering en de Tweede Kamer. Als ,,broedplaatsen voor innovatie'' beschikkend over de ,,creatieve klasse'' van werknemers en ondernemers zijn de vier grote steden uitstekend geschikt om hun bijdrage te leveren aan de Lissabon-strategie.

Wat de grote steden in hun nota, die vanzelfsprekend position-paper heet, vooral laten zien is dat ze al een aardig woordje over de grens spreken. Zo hadden ze met belangstelling uitgekeken naar de ,,mid term review''. Nederland moet de Europese regelgeving met veel ,,sense of urgency'' oppakken. ,,Life-long learning'' is een bittere noodzaak De vier grote steden zijn de ,,hubs'' in de economie. En ja, ,,benchmarking, peer-pressure en peer-support'' dienen georganiseerd te worden. Kortom, aan de vier grote steden zal het niet liggen, als Lissabon onverhoopt geen succes zou mogen worden. Of zoals de notitie stelt: ,,De steden staan klaar om de uitdaging aan te gaan: Meet the Challenge!''

Het is in Brussel al eerder opgemerkt. Echt werk heeft Lissabon tot nu nog nauwelijks opgeleverd. Maar aan papierwerk des te meer.

Nervositeit bij sommige leden van het Europees Parlement. Vandaag zou de commissie constitutionele zaken zich buigen over het gedrag van de afgevaardigden. De Spaanse voorzitter van het Parlement, de socialist Josep Borrell, heeft zich zo geërgerd aan de manier waarop begin januari enkele van zijn medeleden in en buiten de vergaderzaal in Straatsburg hun ongenoegen over de Europese Grondwet hebben geuit, dat hij zint op maatregelen. Als het aan hem ligt, zal van europarlementariërs die met spandoeken of borden de vergaderzaal binnenkomen, de dagvergoeding van 262 euro voor maximaal tien dagen worden ingehouden. Bovendien zal hun de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

In januari waren het vooral de parlementariërs van de Britse Onafhankelijkheidspartij die demonstratief hun misnoegen kenbaar maakten over de Grondwet. Toen de stemming begon, staken zij grote borden met ,,Not in my name'' in de lucht. Bovendien zorgden ze later voor veel stampei in de wandelgangen waardoor zij het pro-grondwet feestje van voorzitter Borrell in de war stuurden.

De Nederlandse europarlementariër Hans Blokland van de gecombineerde fractie van SGP en Christenunie die in Europa met de Britse afvalligen in één fractie zit, vindt de voorstellen van Borrell ,,volstrekt overtrokken''. Hij verwijt Borrell selectieve verontwaardiging. Want toen een deel van de linkerzijde van het Europees Parlement eind vorig jaar tijdens de stemming over de toetreding van Turkije tot de Unie borden in de lucht stak met het woord `Evet' (Turks voor `ja') vond hij dat geen enkel probleem.

Maar zijn er voor Blokland dan helemaal geen grenzen? ,,Ja hoor'', zegt hij. ,,Ik vind dat we ons als parlement fatsoenlijk moeten gedragen, maar dat moet dan wel voor iedereen gelden''. Blokland geeft toe zich gestoord te hebben aan het gedrag van zijn Britse fractiegenoot Robert Kilroy-Silk die meerdere malen tot de orde moest worden geroepen, omdat hij consequent door de vergadering heen schreeuwde. De voormalige tv-presentator viel eerder in het Europarlement op door zijn zelfs voor Britse begrippen stevige taalgebruik. Zo betitelde hij de Commissie Barroso bij het aantreden als ,,een stelletje lamzakken''. ,,Hoe vaak je dit pak kaarten ook schudt, de joker komt altijd bovenop te liggen. Het is een zootje ongeregeld, dat bestaat uit mislukkelingen die hun beste tijd hebben gehad en zich op geen enkele manier weten te onderscheiden. Het gaat om leugenachtige, onbetrouwbare figuren en communisten'', aldus Kilroy-Silk. Hij werd zelfs voor zijn eigen medeleden een probleem, en besloot dan ook vlak voordat hij de fractie uit werd gezet, deze zelf te verlaten.

Blijft de vraag of de sanctievoorstellen van Borrell enige kans van slagen zullen hebben. Wat is bijvoorbeeld demonstreren? Het meevoeren van een spandoek of een bord, lijkt duidelijk. Maar wat toe doen met leden die T-shirts met een bepaalde tekst dragen? Het is een vaak vertoond verschijnsel in het Parlement. En hoe moet de actie van europarlementariërs gekwalificeerd worden toen de Oekraïense president Joesjtsjenko onlangs op bezoek was? Zij zwaaiden uitbundig met hun stemlijsten. Lijsten die toevallig wel oranje gekleurd waren, de kleur van de Oekraïense revolutie.

En dan zijn er nog de Poolse nationalisten. Zij zetten steevast een Pools vlaggetje voor zich neer als ze in de plenaire vergaderzaal zitting nemen. Wat moet daar dan mee gebeuren? Vragen, vragen, vragen. De insiders weten dan ook: zolang er zoveel onduidelijkheid bestaat, zijn definitieve maatregelen nog zeer ver weg.

De Tweede Kamer spreekt deze week over het openbaar maken van dossiers van uitgeprocedeerde asielzoekers, de wet financieel toezicht en de wet inburgering in het buitenland.