Weer meldt zich Serviër in Den Haag

De Bosnische Serviër Gojko Janković, die al sinds 1999 door het Joegoslavië-tribunaal wordt gezocht wegens oorlogsmisdaden, meldt zich vandaag vrijwillig in Den Haag. Hij gaf zich gisteren over aan de autoriteiten in de Servische Republiek in Bosnië.

Janković (50), bijgenaamd Hadžia, was tijdens de oorlog in Bosnië plaatsvervangend commandant van de militaire politie in Foča; hij leidde ook een eigen militie. Foča was een epicentrum van foltering, met name van moslimvrouwen.

Janković is de zesde Serviër die zich in minder dan twee maanden aan het Joegoslavië-tribunaal heeft overgegeven.

Afgelopen vrijdag kwam een andere gezochte Bosnische Serviër naar Den Haag: de vroegere minister van Binnenlandse Zaken van de Servische Republiek in Bosnië, Mico Stanišić. Ook niet-Serviërs, van wie sommigen zeer prominent, hebben zich recentelijk in Den Haag gemeld. Vorige week trad de premier van Kosovo, Ramush Haradinaj, af, alvorens naar Den Haag te reizen – hij werd vanochtend voorgeleid en verklaarde onschuldig te zijn aan de 37 aanklachten die tegen hem zijn uitgebracht. Ook de vroegere stafchef van het Bosnische regeringsleger, Rasim Delić, de oud-stafchef van het Joegoslavische leger, Momčilo Perišić, en de vroegere plaatsvervangende legerleider van de Bosnische Serviërs, Radivoj Miletić, zijn de afgelopen weken in Den Haag ingesloten.

Volgens Theodor Meron, de president van het tribunaal, is de komst van al deze vroegere kopstukken het resultaat van internationale druk die blijkt te werken. ,,De internationale gemeenschap heeft de regeringen in de regio heel, heel hard onder druk gezet om te voldoen aan de bevelen van het hof'', zo zei Meron in een vraaggesprek met het persbureau Associated Press. De komst van zeker tien prominente verdachten sinds januari is volgens Meron het resultaat van een combinatie van enerzijds de wens van de betrokken landen om uiteindelijk lid van de Europese Unie te worden en anderzijds druk van de Europese Unie zelf. ,,De boodschap van de EU is duidelijk: er komen geen onderhandelingen over het lidmaatschap als de bevelen van het hof niet worden gehoorzaamd'', aldus Meron. Die harde opstelling van de EU is nieuw.

Servië heeft te horen gekregen dat 31 maart een ultimatum afloopt: als het land dan niet voldoet aan de norm ten aanzien van het Joegoslavië-tribunaal, gaan besprekingen over een eventuele toetreding niet door.

Voor Kroatië loopt al op donderdag een soortgelijk ultimatum af. Kroatië moet generaal Ante Gotovina uitleveren; als hij donderdag niet in Den Haag is, wordt het toetredingsoverleg op de lange baan geschoven en kan Kroatië niet als gehoopt in 2008 lid worden. De Kroaten hebben de dreigementen uit Brussel langdurig onderschat, maar sinds vorige maand is Zagreb duidelijk dat de Europese Unie het meent. Sindsdien hebben Kroatische woordvoerders vrijwel dagelijks geroepen dat ze Gotovina niet kunnen vinden, maar krijgen ze eveneens vrijwel dagelijks van Brussel te horen dat het de Europese Unie ernst is.