`Taaltoets is te moeilijk'

Nederlands leren in het buitenland is veel moeilijker dan minister Verdonk denkt, zegt een expert op het gebied van Nederlands als tweede taal.

De taaltoets die minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) heeft laten ontwikkelen voor migranten in het buitenland is té algemeen. Dat stelt taalwetenschapper M. Janssen-van Dieten, oud-voorzitter van de Staatsexamencommissie voor Nederlands als tweede taal. ,,De toets is geschikt om globaal het taalniveau binnen een groot bereik aan taalniveaus vast te stellen. Maar hij deugt minder om te meten of een geëxamineerde het Nederlands op één niveau, in dit geval het allerlaagste A1-min niveau, machtig is.''

Janssen-van Dieten was tot 1 oktober universitair docent toegepaste taalwetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen en van 1992-1998 voorzitter van de Staatsexamencommissie Nederlands als tweede taal (NT2).

De taaltoets maakt deel uit van het inburgeringsexamen in het buitenland, waarover de Tweede Kamer morgen overlegt met minister Verdonk. Het is de bedoeling dat het inburgeringsexamen in de zomer verplicht gaat worden. In totaal gaat het jaarlijks om 14.000 migranten, grotendeels importbruiden, die al in hun land van herkomst moeten ,,laten zien dat ze voldoende gemotiveerd zijn om naar Nederland te komen'', vindt de minister.

Op vijf onderdelen wordt hun kennis van het Nederlands getoetst. Onderdeel A is nazeggen, bijvoorbeeld van de zin `het is anders gegaan dan ik had verwacht'. Onderdeel B is het beantwoorden van korte vragen: Als je thee zet, gebruik je dan heet water of gebruik je koud water? Onderdeel C betreft opnieuw het zo precies mogelijk nazeggen van een zin. Onderdeel D gaat om tegenstellingen: de geëxamineerde hoort `laag' en moet dan `hoog' inspreken. Onderdeel E is het navertellen van twee verhaaltjes, elk in dertig seconden.

Volgens Janssen-van Dieten gaat het bij het nazeggen om zinnen die woorden en constructies bevatten die de aspirant-migrant nooit eerder heeft gehoord. ,,Van mensen op het A1-min niveau mag je niet meer verwachten dan dat ze uitermate korte zinnetjes als `het is mooi weer' of `het is koud buiten' kunnen begrijpen.'' Ze voorspelt dat geëxamineerden ,,volledig in paniek kunnen raken'' als ze een moeilijke zin als `het is anders gegaan dan ik had verwacht' moeten nazeggen. ,,Ze hebben maar een geringe kennis van de nieuwe taal. Het is niet waarschijnlijk dat ze veel van de woorden die worden gebruikt zullen herkennen.''

Verdonk onderschat ,,hoe razend moeilijk het is'' om geheel zelfstandig een taal in het buitenland te leren, zeker voor mensen met geen of een geringe opleiding. ,,De inburgeringscursussen in Nederland voor nieuwkomers zijn vrijwel allemaal gebaseerd op communicatie met leraren en medestudenten. Die interactie missen migranten die de Nederlandse taal uit boekjes en via cassettebandjes of videobanden moeten zien op te pikken.''

Een andere grief van Janssen-van Dieten is dat de taaltoets niet getest is op de mensen voor wie hij bestemd is, migranten die nog in het buitenland wonen. Voor het examen zijn 1.200 proefpersonen gebruikt allochtonen en autochtonen uit verschillende regio's in Nederland en uit verschillende landen. ,,Zo hebben we een gemiddelde, een norm ontwikkeld'', verduidelijkte Verdonk in februari bij de presentatie van het inburgeringsexamen in het buitenland. ,,Maar het gaat wel allemaal om mensen die in Nederland wonen, de taal om zich heen horen spreken en Nederlandse taallessen volgen of hebben gevolgd'', aldus Janssen-van Dieten. ,,Dat is niet de doelgroep waar minister Verdonk zich met het inburgeringsexamen in het buitenland op richt.''