Parijse toren verliest `pracht'

De Parijse Tour Montparnasse, zo schrijft het Franse dagblad Le Figaro vanochtend, ,,heeft zijn pracht verloren''. Pracht? Daar is wel eens anders over gedacht, begin jaren zeventig bijvoorbeeld, toen de 210 meter hoge wolkenkrabber verrees. Het was het tijdperk van president Georges Pompidou, een modernist, die droomde van een volledig aan de auto onderworpen en uit futuristisch beton opgetrokken hoofdstad. De nog altijd als snelwegen dienstdoende oevers van de Seine zijn een gevolg van die droom, net als de Tour. Er is voldoende op gescholden om het experiment niet te herhalen.

Misschien is het omdat de 59 verdiepingen tellende Tour Montparnasse uniek is gebleven, dat inmiddels van `pracht' gesproken mag worden. Nieuwe smet op het blazoen is echter dat, zoals weekblad Le Journal du Dimanche gisteren onthulde, het bouwwerk al sinds 2002 blijkt te vallen in categorie 3 van de asbestschaal. Dat is de hoogste staat van alarm ten aanzien van het kankerverwekkende bouwmateriaal. Maar niet alleen de aanwezige hoeveelheid asbest is schokkend – dat niets is ondernomen na de ontdekking van het gevaarlijke spul is dat evenzeer. Alarmfase 3 impliceert subiete maatregelen, en zeker in een gebouw waarin dagelijks vijfduizend mensen werken.

,,Een ramp'', zo luidde de reactie van één van de driehonderd eigenaren van de Tour op het nieuws van gisteren. Het lijkt geen overdreven voorstelling van zaken, gezien de te verwachten kosten van sanering (vier miljoen euro per etage), van schadeloosstelling van de huurders en van eventueel smartengeld voor de slachtoffers van het asbest. Juridische gevechten tussen beheerders, eigenaren en gedupeerden lijken onvermijdelijk. Net als strafrechtelijke: bewuste blootstelling aan asbest is een misdrijf.