`Koreanen hebben passie voor muziek'

Voor de derde keer vertrok de `Amsterdamse' dirigent Alexander Liebreich naar het vrijwel gesloten communistische Noord-Korea om op een menselijk niveau contact te onderhouden.

Net zoals de eerste twee keer vertrok de Duitse dirigent Alexander Liebreich zaterdag van Schiphol naar Noord-Korea met een slechts op het laatste moment gekregen visum. Liebreich, 36 en al negen jaar Amsterdammer, is wel een van de weinige westerlingen die welkom zijn in het orthodox-communistische Noord-Korea. Veel westerlingen willen daar trouwens ook niet naartoe. Volgens de Amerikanen maakt het land, dat onlangs verklaarde een atoombom te hebben, deel uit van `de as van het kwaad'.

Liebreich gaat naar Noord-Korea om muziek te maken met Noord-Koreanen, onder andere de Tweede symfonie van Gustav Mahler, die daarmee zijn Noord-Koreaanse première beleeft. Zijn door hemzelf geïnitieerde muzikale missie wordt ondersteund door het Goethe Instituut en de Deutsche Akademische Austausch Dienst. En ook de Duitse Bondsdag stemde in met het leggen van culturele contacten met Noord-Korea, waardoor het land ook deelnam aan het Berlijnse Filmfestival. In Noord-Korea was er inmiddels een festival met films van Werner Herzog.

,,Duitsland heeft een verleden als een gedeeld land. Daarom was het duidelijk dat culturele uitwisseling belangrijk is, ongeacht het regime dat Noord-Korea heeft. Je mag geen communicatie onmogelijk maken omdat de politiek van de regering niet klopt.'' Liebreich verklaart zijn engagement met Noord-Korea ook vanuit zijn familie: ,,Mijn vader was een jood uit Sudetenland, mijn moeder komt uit Beieren. Thuis waren er vaak botsingen.''

In 2002 was Liebreich voor de eerste keer in Noord-Korea, toen hij met de Junge deutsche Philharmonie de Achtste symfonie van Bruckner uitvoerde. ,,We speelden tijdens een groot festival met een aantal jonge Noord-Koreanen in het orkest. Via Peking gingen we naar Zuid-Korea en daar speelden we Bruckner met jonge Zuid-Koreanen. In Noord-Korea kregen we de hoofdprijs, vooral een manier om te zeggen: `wij willen toch internationale relaties hebben'.

,,In 2003 was ik daar weer terug als de eerste buitenlandse gastdocent bij het Isang Yun Ensemble. Als ik in Nederland daarover sprak, zei men: `men gaat niet naar Noord-Korea, dat doet men niet'. Zo'n houding is niet goed. Ik ben niet voor de Irak-oorlog, maar ik ga toch naar het Boston Symphony Orchestra, daar heb ik muzikale vrienden, met wie ik een relatie wil houden. In mei ga ik weer terug naar Noord-Korea en dan is het de bedoeling dat Martin Maat en Hans Hermans meegaan voor het maken van een documentaire voor het NPS-programma Het uur van de wolf, die in het najaar ook moet worden vertoond op het IDFA.''

Alexander Liebreich, die vlak voor zijn vertrek naar Noord-Korea terugkeerde van concerten in Nieuw Zeeland, is een muzikaal wereldburger, die vaak veel geluk heeft en zelf ook een carrière begon op basis van internationale contacten. In München sprak hij ooit als directiestudent na een concert met Bernard Haitink, en hoewel Liebreich niet aan de kwalificaties voldeed, mocht hij in 1996 in Hilversum deelnemen aan de Kirill Kondrasjin Masterclass. Liebreich was een van de winnaars en werd door Edo de Waart meteen aangenomen als assistent-dirigent van het Radio Filharmonisch Orkest.

Zijn eerste grote kans kreeg Liebreich nog geen twee maanden later, toen De Waart ziek werd en hij met veel succes het concert met muziek van Boulez en Bruckner overnam. En in 2000 verving hij de zieke Mariss Jansons bij het Concertgebouworkest. Liebreich, die ook tweede dirigent was bij het Brabants Orkest en dirigeerde bij het Noord-Nederlands Orkest en de Nationale Reisopera, maakte een internationale carrière met onder andere optredens in Noorwegen, Frankrijk, Duitsland en in Salzburg met de Berliner Philharmoniker. Vanaf volgend jaar is hij chef-dirigent van het Münchener Kammerorchester, ook vaak in het buitenland op tournee.

Liebreich beschrijft Noord-Korea als een enclave in de wereld: ,,Geen privé-auto's, weinig verkeer, je loopt op straat zoals in Venetië, er is een vaste sociale structuur, geen criminaliteit, je hoeft geen beslissingen te nemen, het is al voor je geregeld. Op vrijdag moet je iets doen voor de leider Kim Jong Il. Kinderen vegen de straat, huizen worden geschilderd.

,,Voor mij was de grootste verrassing de passie voor muziek. Je komt het land binnen, je krijgt een gids, een tolk en een chauffeur en bij de lunch gaan ze voor je zingen bij een piano. Ik heb zelf zang gestudeerd, dus ik zong voor hen de finale van Figaro en Winterreise van Schubert. Door de langdurige banden met Rusland is er in Noord-Korea deels een bijna westers muziekleven: ze spelen op westerse instrumenten, kennen Tsjaikovski en Sjostakovitsj, de muzikale propaganda lijkt op Weil en Eisler.''

Een bijzondere band tussen Noord-Korea en Duitsland wordt gevormd door de in 1995 overleden Koreaanse avant-gardistische componist Isang Yun. Als pacifist zat hij in Zuid-Korea verschillende keren in de gevangenis en ging daarna in Duitsland studeren. In 1967 werd hij uit Duitsland ontvoerd door de Zuid-Koreaanse geheime dienst. Hij kreeg levenslang, werd vrijgekocht door de toenmalige bondskanselier Willy Brandt en werd een nationale held in Noord-Korea. Daar bouwde hij met Duitse steun een muziekinstituut, ontworpen door de architect Scharoun, die in West-Berlijn de beroemde Philharmonie bouwde. ,,In die Noord-Koreaanse Philharmonie in Pyongyang geef ik les in Duitse muziek die ze niet kennen, van Haydn tot Hindemith en Hartmann.''

Liebreich keert zich tegen de Noord-Koreaanse atoombom. ,,Dat is uit den boze, dreiging daarmee is immoreel.'' Maar hij ergert zich ook aan de clichés over Noord-Korea, zoals die in het Ster-spotje met marcherende robotten in een stadion. ,,Ik wil in de documentaire een portret geven van musici die eigenwijs en met overtuiging werken aan een Mahlersymfonie, ik wil een beeld geven van mensen.''