Het beeld

Wie denkt aan Jacques Brel op televisie ziet een zwart-wit close-up voor zich van een gezicht vol zweetdruppels. Dat beeld is afkomstig uit een concertregistratie van de AVRO uit 1963, getiteld Theater Domino. Regisseur Bob Rooyens vertelde gisteren in de documentaire Kan niet bestaat niet, toevallig deel van de AVRO-serie Close-up, dat hij vervloekt werd door zijn cameraman omdat de regie niet meer afstand wilde nemen van Brels gezicht. Na afloop vermeden de omroepbazen contact met de jonge regisseur, die met zijn eigenwijze opvattingen het optreden van Brel vermoord had. Hij was er tamelijk zeker van dat dit zijn laatste televisieshow zou zijn geweest. De volgende dag waren de televisierecensenten echter laaiend enthousiast en toen omarmde ook Hilversum een nieuw creatief televisiegenie.

De documentaire van Ruud van Gessel, waarvan de titel verwijst naar Rooyens' motto, bewijst eer aan een van de weinige televisiemakers in de hele wereld die je een auteurstatus zou kunnen toedichten. Je had in Frankrijk nog Jean-Christophe Averty, die ook veel experimenteerde met elektronische trucage, maar Bob Rooyens (Rotterdam, 1940) werd het vaakst geselecteerd voor het festival van Montreux. Niemand anders maakte zulke geraffineerd gemonteerde personality shows, met Esther Ofarim, Liesbeth List of Dusty Springfield, of durfde het aan een feministische amusementsshow te ontwerpen voor de WDR: Männer, wir kommen!

Rooyens zegt zelf dat voor televisie inhoud niet zo interessant is, omdat het dan toch vaak neerkomt op variaties op drie basisemoties. Bij televisie is voor hem de vorm het enige wat telt, en die moet dus zo origineel mogelijk zijn. Je zou Rooyens, die dit credo al vanaf de vroege jaren zeventig spectaculair gestalte gaf, wellicht een postmoderne auteur kunnen noemen, nog voordat het begrip goed en wel uitgevonden was.

In toenemende mate kwam Rooyens alleen nog in Duitsland aan bod, omdat de Nederlandse televisie zijn opvattingen te duur vond. Ook daar wordt het steeds lastiger: Rooyens' laatst gerealiseerde grote programma was in 1998 een quasi-rechtstreeks live-verslag van het tekenen van de Vrede van Munster, alsof er in 1648 al televisie was.

Marktwerking, zo legt Rooyens uit, is funest voor kwaliteitstelevisie, omdat je met dure programma's niet per definitie hogere kijkcijfers haalt. Hij is teleurgesteld in het gebrek aan moed bij de Nederlandse publieke televisie en wijst met name boos naar de falende NPS.

Als je nu fragmenten ziet uit de oude shows van Rooyens, of zijn ballet- of operaregistraties, of zelfs het popprogramma Moef Gaga, dan loopt het water je in de mond. Het waren moedige, persoonlijke programma's, die aantoonden dat televisie heel af en toe zelf kunst zou kunnen zijn.

Het Stimuleringsfonds voor de Nederlandse Culturele Omroepproducties gaat binnenkort confereren over de vraag wat kwaliteitstelevisie is. Misschien moesten ze Bob Rooyens maar eens een opdracht verstrekken, desnoods voor een amusementsprogramma.