Geen academische worstelpartijen

Twee diametraal tegenover elkaar staande verhalen afgelopen zaterdag; in de Volkskrant van Karen Vintges (docent sociale en politieke filosofie aan de Universiteit van Amsterdam), in NRC Handelsblad van Rick van der Ploeg (hoogleraar economie, onder meer verbonden aan de Universiteit van Amsterdam). Alsof ze het afgesproken hadden en ons flink wilden laten schrikken. Dat is dan aardig gelukt.

Volgens Karen Vintges zijn studenten nog steeds bereid de wereld te verbeteren, zij het om andere redenen dan vroeger, en volgens Rick van der Ploeg zijn studenten ongeïnteresseerde luiwammessen die de Nederlandse academische wereld een slechte naam bezorgen.

Jammer dat de twee verhalen van deze twee zeergeleerde mensen zo weinig feiten bevatten. Ik krijg heimwee naar het pleidooi van Warna Oosterbaan, in deze krant op 23 december vorig jaar, waarin hij uitriep: genoeg meningen, geef ons feiten. In die zin geef ik Rita Verdonk gelijk, als zij zegt dat iedereen maar wat meent over die 26.000 uit te zetten asielzoekers, maar dat niemand zich verdiept in de feiten. Daarom wil ze de dossiers van die asielzoekers openbaar maken en ze heeft groot gelijk: dan wordt het een eerlijke strijd, je zult zien hoeveel leugens door deze asielzoekers verkondigd zijn, je zult zelfs mensenhandelaren en moordenaars tegenkomen, die nu een beetje zielig staan te doen.

Volstrekt eens dus, onder voorwaarde dat Verdonk alle 26.000 dossiers openbaar maakt, en niet alleen die dossiers waaruit elke simpele geest kan opmaken dat het hier om een schurk en een leugenaar gaat. Ik ben er namelijk van overtuigd dat niet alle 26.000 uitzetbaren schurken zijn, maar dat is, zolang ik de dossiers niet heb kunnen inzien, maar een mening. En zoals Warna Oosterbaan zei: genoeg meningen, geef ons feiten.

Goed, het gaat nu niet om asielzoekers, maar om studenten. Gewoon Nederlandse jongeren die Rick van der Ploeg meteen op de boot zou willen zetten, terwijl Karen Vintges ze koestert als de mensen die de toekomst rooskleuriger zullen maken.

Dat van op de boot zetten is door Rick van der Ploeg letterlijk bedoeld: die studenten, zegt hij, die ongeïnteresseerde, matig intelligente luiaards, die kiezen na hun middelbare school die ze met zesjes zijn doorgekomen, de eerste de beste universiteit om de hoek, zodat ze niet te vroeg hoeven op te staan en bijbaantjes kunnen nemen. Het zijn `pretstudenten', zegt Van der Ploeg, ze willen alleen een prettige jeugd; de toekomst of een serieuze wetenschappelijke carrière zal ze een zorg zijn. Van der Ploeg wil dat jongeren, althans degenen die een beetje talent hebben, op de boot stappen en aan een buitenlandse universiteit gaan studeren, zoals ook buitenlandse studenten hier moeten komen studeren, want de markt voor universitaire studies is een `mondiale groeimarkt'. De man is econoom, zulke mensen gebruiken zulke woorden.

Tegenover de pretstudent stelt Karen Vintges de ethisch-spirituele wereldverbeteraar. Tja, de vrouw is filosoof, filosofen kunnen het ook niet helpen. Karen Vintges spreekt van `het nieuwe engagement', dat niet meer gebaseerd is op een algemene theorie, zoals het socialisme, maar op een zelf gevonden ideaal. Noem het een hubo-betrokkenheid.

Vintges geeft veel voorbeelden, zij ziet overal jongeren bezig met het verbeteren van de wereld: ze helpen oudjes en vluchtelingen, ze organiseren vakantiekampen voor allochtone kinderen, ze doen aan derdewereldprojecten, ze doen aan interculturele contacten en cross-culturele samenwerking. Dat is allemaal niet zomaar liefdadigheid, maar heus `do-it-yourself-activisme'.

Die bijbaantjes waar Rick van der Ploeg zo smalend over doet, die zijn volgens Karen Vintges juist uitingen van ontroering en affect, van een eenheid van lichaam en ziel, van ethische spiritualiteit.

Het is inderdaad verschrikkelijke proza wat Karen Vintges uitslaat, met uitstapjes naar niet-westerse ethisch-spirituele stromingen in Azië en Afrika en Griekse oefeningen waarin je in aantekenboekjes opschrijft wat voor goeds je vandaag weer gedaan hebt voor de mensheid.

Ik zie Rick van der Ploeg al in een deuk liggen van zijn eigen gelijk, omdat hij juist waarschuwt voor middelmatige professoren die een coalitie sluiten met hun pretstudenten en het Nederlandse academische onderwijs zo om zeep helpen.

Het verhaal van Rick van der Ploeg is wat dat betreft zo sterk als het ijzer van het gezond verstand: jaag de domoren de universiteitsgebouwen uit, dwing de jongeren tot hard werken, ook tijdens de paasvakantie, laat ze zelf flink betalen voor hun studie, waardoor ze alleen nog harder gaan werken, en dan krijgen we tenslotte sublieme geesten die weten waar ze het over hebben. Mensen die hun vak verstaan en zich daaraan houden.

Het gekke is, diezelfde Rick van der Ploeg die zoveel weet van mondiale groeimarkten, die was een tijd staatssecretaris van Cultuur. Zo'n vakidiotie die hij de jongeren nu aanpraat, daar heeft hij zelf dus nooit last van gehad. Ik ken Rick van der Ploeg als een erg betrokken jongeman, als ik zo wazig was als Karen Vintges zou ik zeggen: een toonbeeld van ethisch-spirituele zelfcreatie.

Maar genoeg gelachen om Karen Vintges. Ik vind domweg dat zij gelijk heeft, hoe onhandig en zweverig haar formuleringen ook zijn. Ik heb wat ervaring met jeugd, ten eerste omdat ik die ooit heb gehad, ten tweede omdat ik die jeugd tegenwoordig in huis heb rondlopen. Ze willen helemaal niet excelleren, ze willen helemaal niet de briljantie om de briljantie, ze willen iets betekenen voor de mensheid en voor de beschaving. Ze willen, zoals ook wij toen wij het socialisme nog hadden, een beetje meer menselijkheid, rechtvaardigheid, verbondenheid, ook als ze daarvoor een tentamentje moeten over doen, wat voor Rick van der Ploeg een grote vloek is.

Ik ben, met Karen Vintges, van mening dat je jonge mensen niet kunt afhouden van de neiging tot het goede. Ook ben ik van mening dat academische opleidingen niet moeten worden gereduceerd tot worstelpartijen waarbij er, volgens het principe van Rick van der Ploeg, een paar kampioenen zijn en een heleboel verliezers. De universiteit is er voor de algemene ontwikkeling en ontwikkelde mensen zijn tot het goede geneigd, zoals Vintges zegt, en ze heeft gelijk. Daar heb je geen spirituele rimram voor nodig.

ramdas@nrc.nl