Erven Goudstikker breiden zoektocht schilderijen uit

De Amerikaanse erfgenamen van de joodse kunsthandelaar Goudstikker eisen niet alleen 235 schilderijen van de Nederlandse staat terug, ze zijn daarnaast begonnen systematisch en over de hele wereld nog zo'n duizend schilderijen uit Goudstikkers bezit op te sporen en terug te eisen. Ook Nederlandse musea, waaronder het Mauritshuis, kunnen een claim verwachten.

Dat zegt de New Yorkse advocaat van de erfgenamen, Lawrence M. Kaye. Voor het terugvinden van de werken hebben de erven-Goudstikker een speciaal team van kunsthistorici samengesteld.

De collectie van de Amsterdamse kunsthandelaar Goudstikker (1897-1940) is na de Tweede Wereldoorlog over de hele wereld verspreid geraakt. Steeds als een werk uit de collectie is getraceerd, wordt het opgeëist door Marei von Saher, de Amerikaanse schoondochter van Goudstikker. De weduwe van de kunsthandelaar is in 1995 overleden.

Het Israel Museum in Jeruzalem maakte vandaag bekend dat het een tekening van Edgar Degas aan de erven-Goudstikker afstaat. Daarmee hebben de erfgenamen nu negen schilderijen en een tekening in handen gekregen uit de collectie die Goudstikker achterliet in zijn kunsthandel, toen hij in mei 1940 voor de Duitsers naar Engeland vluchtte.

Tot de teruggegeven kunstwerken horen schilderijen van Anthonie van Dyck, Jacopo Bassano, James Ensor, Jan de Cock en Albert Cuyp. Een aquarel van Abraham van Strij en een doek van de 17de-eeuwse Friese landschapsschilder Jacobus Mancadan werden onlangs afgestaan door Nederlandse verzamelaars.

Over veertig andere opgespoorde werken wordt nu onderhandeld met de huidige eigenaren: musea, kunsthandelaren en privé-verzamelaars. Advocaat Kaye zegt dat hij nog niet is gestuit op een weigering tot teruggave, al lopen de gesprekken volgens hem `niet altijd even soepel'. Kaye: ,,We zijn onder meer in overleg met enkele grote Amerikaanse musea. Als die niet tot teruggave bereid zijn, dan zullen we een rechtszaak aanspannen.''

Ook Nederlandse musea kunnen claims verwachten van de erven-Goudstikker, zoals het Mauritshuis voor een werk van Jan van Goyen. Deze claims staan los van de strijd met de Nederlandse staat, waarin de erfgenamen al acht jaar verwikkeld zijn. Inzet van die strijd zijn 235 schilderijen uit de Goudstikker-collectie die na de oorlog in het bezit kwamen van het rijk.

Kort nadat Goudstikker in mei 1940 op de boot naar Engeland was verongelukt, werden zijn eigendommen zonder toestemming van zijn weduwe door zijn zaakwaarnemers in twee delen verkocht. Bijna 900 schilderijen gingen naar de Duitse rijksmaarschalk Göring, het restant plus de onroerende goederen naar de Duitser Alois Miedl, die de kunsthandel in de oorlog voortzette.

Na de oorlog werden 300 van de aan Göring verkochte schilderijen naar Nederland gerecupereerd. De weduwe Goudstikker trachtte die schilderijen aanvankelijk terug te krijgen. Maar uiteindelijk nam ze onder druk van de Nederlandse overheid genoegen met het geld dat er in 1940 voor was betaald. De werken vervielen toen aan de Nederlandse staat.

[Vervolg GOUDSTIKKER: pagina 9]

GOUDSTIKKER

In twee jaar al zeshonderd kunstwerken geïdentificeerd

[vervolg van pagina 1]

Een deel werd geveild, de overige 235 hangen nu in Nederlandse musea en ambassades. Voor deze 235 schilderijen diende Marei Von Saher in 1997 een claim in bij de Nederlandse regering. De claim, die in 1998 werd afgewezen, werd vorig jaar voorgelegd aan de Restitutiecommissie, die de regering adviseert over de teruggave van oorlogskunst. De commissie zal hierover naar verwachting in augustus een advies uitbrengen.

De meeste van de duizend schilderijen en tekeningen uit de collectie-Goudstikker die nu in opdracht van de erfgenamen worden opgespoord, hoorden tot de aan Göring verkochte kunst. Een kleiner deel is later in de oorlog door Miedl naar Duitsland verhandeld. Na de oorlog zijn de werken niet naar Nederland teruggebracht en raakten ze overal verspreid.

Het door de erven-Goudstikker aangestelde team van kunsthistorici, dat onder leiding staat van de Duitse `kunstrechercheur' Clemens Toussaint, heeft de afgelopen twee jaar 600 van deze kunstwerken kunnen identificeren. Hiervan zijn er inmiddels vijftig gelokaliseerd, en volgens Toussaint komen daar elke week een paar bij. Het identificeren van de kunstwerken gebeurt aan de hand van de inventarislijst van Jacques Goudstikker uit mei 1940.

Een van de recente ontdekkingen van het team is een werk van de schilder Jan van Goyen dat in 1967 door het Mauritshuis werd aangekocht bij de Haagse kunsthandel Nijstad. Het is een olieverfschets op papier, getiteld Vissers aan de oever van een plas (1651). Op de inventarislijst van Goudstikker heette het werkje Landschap met eikenboom. Het ging in 1940 naar Göring, werd in 1957 verkocht op een Berlijnse veiling en kwam later terecht bij Nijstad. Toussaint: ,,We zullen het Mauritshuis hierover zeker benaderen. Ook in andere Nederlandse musea verwachten we nog werken te vinden die in 1940 deel uitmaakten van de Goudstikker-collectie en na de oorlog zijn verhandeld.''

Frits Duparc, directeur van het Mauritshuis, reageert lakoniek op de aangekondigde claim op de Van Goyen: ,,We hebben hier een eenvoudige filosofie over. Als juridisch onomstotelijk is aangetoond dat stukken uit het museum voor of tijdens de oorlog op onrechtmatige wijze zijn verdwenen uit een collectie, dan is het ons beleid om ze te retourneren.

,,Van dit landschapje was ons bekend dat het in 1930 tot de Goudstikker-collectie hoorde, niet dat dat ook in 1940 nog zo was. Het is in goed vertrouwen gekocht. Overigens heb ik de weduwe Goudstikker, mevrouw Desi von Saher zoals ze later heette, vaak gesproken, niet alleen over haar schikking met de Nederlandse regering maar ook over de kunstwerken die niet waren gerecupereerd en die via de kunstmarkt overal terecht kwamen. Zij beschouwde dat als een afgedane zaak.''

www.nrc.nl dossier oorlogskunst