Eigenzinnig en man van het verzet

Zelden behaalde een Griekse president bij zijn verkiezing door het parlement zoveel steun als de zaterdag beëdigde 75-jarige socialist Karolos Papoulias.

In zijn geboortestreek, het afgelegen bergdistrict Epiros in het noordwesten van het land, wordt Karolos (die door zijn ouders werd vernoemd naar de socialist Karl Kautsky) op handen gedragen. Hij was, met vijftien jaar, tijdens de Duitse en Italiaanse bezetting de jongste deelnemer aan het verzet. Later maakte hij naam als kampioen verspringen van de Balkan. Nog steeds bezoekt hij ieder jaar Epiros, waar hij een boerderij bezit, om te helpen bij het scheren van de schapen.

Papoulias studeerde economie in Keulen, waar hij uiteindelijk dertien jaar bleef omdat hij niet wilde terugkeren naar Griekenland ten tijde van het kolonelsbewind (1967-1974). Hij kritiseerde de situatie in Griekenland regelmatig in Griekstalige programma's van de internationale zender Deutsche Welle. Ook werd hij lid van de socialistische verzetsgroep PAK van Andreas Papandreou.

Terug in democratisch Griekenland werd hij in het parlement gekozen voor het district Epiros. Bij de parlementsverkiezingen van vorig jaar kwam hij echter net zeventien stemmen tekort voor een zetel. Binnen de socialistische PASOK gold hij als een van de trouwste aanhangers van Andreas Papandreou. Daarmee werd hij ook criticus van Papandreou's opvolger, Kostas Simitis, en van de huidige leider Jorgos Papandreou. Zo was Papoulias een tegenstander van het plan van VN-secretaris-generaal Kofi Annan voor de hereniging van Grieks- en Turks-Cyprus.

Zijn eigenzinnige opvattingen over het buitenlands beleid van Griekenland brachten Papoulias, die van 1985-1989 en van 1993-1996 minister van Buitenlandse Zaken was, af en toe in aanvaring met Europese bondgenoten. Zo zocht hij destijds toenadering tot communistische regimes in Oost-Europa en tot ondemocratische regeringen in het Midden-Oosten. Hij was bevriend met de Bulgaarse leider Todor Zjivkov en bracht enkele bezoeken aan de toenmalige Servische president Slobodan Milošević. Hij zocht met succes toenadering tot Albanië, Turkije en Macedonië. Dat laatste deed hij in 1996, een jaar nadat hij een zeer omstreden embargo tegen de voormalige Joegoslavische republiek had uitgevaardigd.

Een smet op de beëdiging van Papoulias vormde de aanwezigheid van de door schandalen getroffen aartsbisschop Christodoulos. Zes afgevaardigden van de Coalitie van Radicaal Links verlieten de zaal. De leden van de PASOK bleven nadrukkelijk zitten bij Christodoulos' binnenkomst.