Een schimmenspel langs de badrand bij herstart VdH

Ruim zes maanden na zijn laatste optreden, afgelopen zomer bij de Spelen, zwom Pieter van den Hoogenband weer een wedstrijd. Veel bleek hetzelfde.

Van de voorzitter van de Vlaamse zwemfederatie kreeg hij gistermiddag een klef zoentje in de nek. Groots was zijn prestatie niet, verre van dat zelfs, maar dat de olympisch kampioen überhaupt de moeite had genomen om naar het Wezenbergbad te komen, ja, dat vervulde de Belgen met trots.

Vlaanderen is dan ook héél blij met Pieter van den Hoogenband en Pieter van den Hoogenband, sinds drie maanden woonachtig in Belgisch Limburg, op zijn beurt is weer héél blij met Vlaanderen. Want België mag dan weinig tot niets meer voorstellen in de internationale bassins, ook na het afscheid van twee gelauwerde schoolslagzwemmers (Brigitte Becue en Fredje Deburghgraeve) blijkt de regionale bond tot aanzienlijk meer in staat dan de rijker bedeelde collega's uit Holland, die het organiseren van een topevenement desondanks maar wat graag overlaten aan de profploegen.

Of wat daar nog van over is. Want de versnippering van kennis en talent is zo mogelijk groter dan in België, het land waar de taalgrens óók in de (top)sport niet zelden als splijtzwam fungeert. In Nederland praten alle bij het topzwemmen betrokken partijen dezelfde taal. Maar begrijpen doen (of willen?) ze elkaar niet.

Al maanden wachten de vier zich als profploeg presenterende stichtingen op een teken van leven vanuit Nieuwegein. Wie mag zich bondssteunpunt noemen en wie niet? Met andere woorden: wie kan rekenen op financiële steun van de zwembond (KNZB) en wie niet? Het zijn vragen waarop de hoofdrolspelers in Antwerpen het antwoord schuldig moesten blijven. ,,Terwijl het nu toch echt tijd wordt een einde te maken aan dit schimmenspel'', mopperde Van den Hoogenbands trainer Jacco Verhaeren.

Nu is de oud-rugslagzwemmer uit Rijsbergen de laatste die zich zorgen hoeft te maken. Het PSV-bolwerk steekt, niet in de laatste plaats dankzij alleen al de aanwezigheid van Van den Hoogenband, met kop en schouders uit boven de rest. Voor het nieuwe lange-termijnproject koos `Eindhoven' dan ook een provocerende nieuwe naam, die op de buitenwacht nogal paradoxaal en pretentieus overkomt: Nationaal Zweminstituut Eindhoven.

Zorgen maken de betrokkenen zich vooral in Dordrecht en in Amsterdam, waar sinds het schisma dat volgde op de grotendeels mislukte Olympische Spelen twee partijen lijnrecht tegenover elkaar staan: Topzwemmen Amsterdam en Team Hes. De eerste heeft de faciliteiten (kennis en sponsors), Team Hes de zwemmers (Marleen Veldhuis met name). Een hereniging is, hoezeer de bond dat ook zou toejuichen, uitgesloten.

KNZB-employé André Cats had gisteren mogelijk licht in de duisternis kunnen verschaffen. Maar waar was de bondscoach bij de eerste serieuze test van (het grootste deel van) de Nederlandse zwemploeg? Niemand die het wist, en niemand die geïnteresseerd leek in het antwoord. ,,Hij schijnt `iets' met technische zaken te doen'', grimaste Fedor Hes van de gelijknamige en naar sponsors hengelende formatie.

En dus was de conclusie dezelfde als voorheen: iedereen gaat zijn eigen gang in het Nederlandse topzwemmen, van centrale sturing is geen sprake. Het zijn sombere bespiegelingen, die Van den Hoogenband onderschrijft. Maar nu even niet, althans niet openlijk. Want het boegbeeld van de aan alle kanten rammelende sport heeft snode plannen, en dus géén tijd voor bestuurlijke sores. In wat al bijna de herfst van zijn imposante carrière is, hoopt hij `eindelijk' de ontbrekende titels aan zijn erelijst toe te voegen: wereldkampioen langebaan (50 meter). Op de 100 en/of 200 meter vrije slag.

Een eerste aanzet daartoe deed de vandaag 27 jaar geworden VdH afgelopen weekeinde in Antwerpen. Zaterdag verzekerde hij zich op de 200 vrij van deelname aan de wereldkampioenschappen van komende zomer in Montreal, gisteren kwam hij op het koningsnummer (100 vrij) tot de ontdekking ,,dat ik nog een lange weg te gaan heb'', getuige zijn fletse race waarin hij in de slotmeters van vermoeidheid bijna naar de bodem zonk: 50,39.

Sinds vijf weken is Nederlands sportman van het jaar (2004) weer in training na vijf maanden van alles en nog wat te hebben gedaan, behalve zwemmen. Hij gaf zich, enigszins tegen heug en meug, over aan commerciële verplichtingen, nam onder meer een radio- en een tv-spotje op, en voerde een curieus genoeg kennismakingsgesprek met KNZB-directeur Jos Kusters. Beiden bleken elkaar vooral van naam te kennen.

Tussen de bedrijven door staarde Van den Hoogenband vanuit zijn tentje op de savanne in Botswana ademloos naar de sterrenhemel en had hij informeel contact met zijn al even getalenteerde collega Marleen Veldhuis. Die zou wat hem betreft zo snel mogelijk de overstap moeten maken naar `zijn' Eindhoven: de enige plek in Nederland waar volgens hem inhoud aan het begrip topzwemmen wordt gegeven. Waar of niet, de in recordtempo volwassen geworden Veldhuis (25) houdt voet bij stuk: zij blijft Amsterdam en Hes trouw. En dus blijft het lastig kiezen voor de KNZB.