Een nieuw WAO-kartel

Van het WAO-front komt goed nieuws. De helft van de eerste lichting herkeurde WAO'ers is geheel of gedeeltelijk goedgekeurd en verliest (een deel van) zijn uitkering. Van geval tot geval kan worden getwist over de juistheid van de beoordeling, maar Nederland is nog steeds internationaal kampioen arbeidsongeschiktheid en dus is elke vermindering van de aantallen een verbetering. De uitkeringsinstantie UWV is nog lang niet klaar met herkeuringen en voorspelt dat het percentage goedgekeurden op 50 procent zal blijven. Ook neemt het aantal nieuwe WAO'ers af dankzij de Wet Verbetering Poortwachter, die werkgevers verplicht tot maatregelen tegen arbeidsongeschiktheid. Dat betekent dat er eindelijk geld kan worden bespaard op de hoge WAO-premie van 5,5 procent op het brutoloon die werkgevers – en indirect alle burgers – moeten betalen.

Helaas zien minister De Geus en de werkgevers- en werknemersorganisaties dat anders. Zij willen het bespaarde premiegeld niet teruggeven aan de burgers, maar investeren in een reorganisatie van de WAO, de vierde binnen vijftien jaar. Het nieuwe wetsontwerp waarover het kabinet vrijdag een akkoord bereikte, maakt een onderscheid tussen geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikten. De verzekering van geheel arbeidsongeschikten blijft publiek en valt toe aan de UWV. De verzekering van gedeeltelijk arbeidsongeschikten moet worden betaald door de werknemers en wordt gedeeltelijk geprivatiseerd. Particuliere verzekeringsmaatschappijen mogen op deze markt concurreren met het UWV.

Voor elke vernieuwing valt in theorie wel wat te zeggen, dus ook voor deze. Het is goed als werknemers verantwoordelijk worden gemaakt voor verzekering tegen gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Maar de praktische bezwaren zijn onoverkomelijk. De invoering van zogenoemde concurrentie bespaart geen geld, maar kost miljarden euro's die worden verhaald op de burgers. Particuliere verzekeraars zeggen dat ze niet kunnen concurreren met UWV omdat ze nieuw verzekeringskapitaal moeten opbouwen. Het publieke UWV moet daarom zijn premie verhogen om gelijk te komen met de particuliere verzekeraars. Uiteindelijk zouden door onderlinge verevening de samengestelde premielasten gelijk blijven, terwijl ze juist omlaag kunnen. Bovendien waarschuwt UWV dat het deze zoveelste vernieuwing administratief niet zo snel kan verwerken als de overheid wil, namelijk per 1 januari volgend jaar. UWV heeft al grote achterstand met de uitvoering van de laatste hervorming. De verzekeraars willen de premies nog verder verhogen dan het kabinet. De betaling van bestaande gevallen van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid willen ze afwentelen op de overheid.

Het kabinet voert dus geen concurrentie in, maar creëert een situatie waarin een nieuw kartel kan ontstaan van overheid, werkgevers- en werknemersorganisaties en particuliere verzekeraars die na onderling loven en bieden de premie-minima vastleggen. Het is een slecht plan dat veel geld kost. Door nieuwe aanpassingsproblemen kan UWV nog verder in het ongerede raken. De weg van geleidelijkheid is beter dan een reorganisatie per drie jaar. De bureaucratische en financiële lasten van de WAO moeten eindelijk worden verlicht.