Edwin

Voor het eerst had Edwin de Roy van Zuydewijn iets aandoenlijks, zoals hij er afgelopen vrijdagavond in het tv-programma Barend & Van Dorp bij zat. Zijn grote lichaam loeide van de eenzaamheid. Van God en Margarita verlaten, bespied en bespot door heel Nederland, was hij nu overgeleverd aan zijn ergste vijand, zichzelf.

Nadat hij thuis `badkuipen had volgehuild', begon hij aan zijn laatste mediaoffensief, waarin hij zou laten zien dat Nederland één groot complot was geworden dat hem kapot wilde maken. Het complot begon bij prins Bernhard en het eindigde bij `de hoofdredacteuren'. Hij kreeg een uur de tijd om de machinaties van zijn doodsvijanden te ontrafelen. Het bleek te weinig. Het zal in het geval van Edwin altijd te weinig zijn.

Sommige mensen zijn zozeer overtuigd van het onrecht dat hun is aangedaan, dat ze erin stikken als ze niet oppassen. Ze verwarren bijzaken met hoofdzaken en verliezen elk besef van betrekkelijkheid. Ze krijgen uiteindelijk niet het gelijk dat ze aanvankelijk leken te hebben.

Edwin is inmiddels begonnen aan enkele boeken over zijn helletocht. Ze zullen `in Amerika' uitkomen. Ook heeft hij een politieke partij in oprichting, gelukkig voorlopig nog alleen `in Nederland'.

Edwin dreigt te eindigen als een man die zich op een afgelegen plek verschanst achter muren van in eigen beheer vervaardigde boeken en filmbanden, waarin zijn grote gelijk ligt opgetast. Niemand zal nog naar hem luisteren, behalve een stagiaire van een kleine, plaatselijke krant die van haar baas `een sfeerstukje over die zonderlinge man' moet schrijven.

Alsof dat allemaal nog niet tragisch genoeg is, is er ook nog de liefde die Edwin in de steek heeft gelaten. ,,Waarom geef je aan je rancune de voorrang boven de liefde?'' vroeg Jan Mulder hem. ,,Ik heb geen rancune'', zei Edwin, en het was alsof we Quasimodo hoorden ontkennen dat hij een bochel had.

Toch begrijp ik misschien wat hij bedoelde. Voor Edwin vallen rancune en liefde samen. De rancune heeft hij nodig om de liefde van Margarita terug te krijgen.

Hij richtte zich vrijdag niet tegen ons, zelfs niet tegen `de hoofdredacteuren' en Beatrix, dochter van die vervloekte vader, maar tegen Margarita.

,,Ze hebben hun zin gekregen'', riep hij impliciet over onze hoofden naar haar, ,,ze hebben ons uit elkaar gespeeld. Laat je niet langer gebruiken en kom terug. Ik houd nog steeds zielsveel van je.''

Hield ze ook nog van hém? O ja, lachte hij zelfverzekerd, waarom zou ze anders haar verzoek om een echtscheiding hebben ingetrokken? Ze wilde weer naar hem terug, hij kon het niet anders interpreteren.

De volgende dag lazen we uit de mond van Margarita's advocaat dat de echtscheiding helemaal niet van de baan is. Hier en daar werd gesuggereeerd dat Margarita andere motieven, van financieel-juridische aard, heeft.

Ik ga de boeken van Edwin straks niet allemaal lezen, en ik zal niet op zijn politieke partij stemmen, maar dít gun ik hem wel: dat Margarita weer bij hem terugkomt. Een man alleen doet vreemde dingen.