De Matthäus Passion van Koopman is tijdloos mooi

Een kwart eeuw geleden was de Matthäus Passion van Ton Koopman opwindend `modern', want erg `authentiek' uitgevoerd. Zijn Matthäus klonk ongeveer als bij Bach zelf: in kleine bezetting, transparant en in vaak vlotte tempi. Nu is die uitvoeringsstijl van Koopman volgens sommigen hopeloos ouderwets, want niet `authentiek' genoeg. Bach werkte in Leipzig immers met veel minder zangers, uitsluitend jongens bovendien.

De Engelse dirigent Paul McCreesh maakte twee jaar geleden een Matthäus-opname met slechts acht zangers, die ook alle koorpartijen zongen. En Jos van Veldhoven voert volgend jaar bij zijn Nederlandse Bachvereniging de Matthäus uit met slechts twee keer acht zangers voor solopartijen, koren en koralen, toch nog twee keer zoveel als bij McCreesh. Het jongenskoor is bij McCreesh teruggebracht tot één, Van Veldhoven denkt er vijf nodig te hebben. Op de nieuwe Johannes-cd van Van Veldhoven zingen slechts negen zangers.

Ton Koopman, al jaren meer `rekkelijk' dan `streng', gelooft niet in de historische `bewijzen' voor zulke kleine vocale bezettingen. Dit jaar telt zijn Matthäus twee keer veertien koorzangers, twaalf jongens en zes solisten.

De Matthäus Passion volgens Ton Koopman is wereldberoemd. Zijn prachtopname uit 1993 haalde enorme verkoopcijfers, met deze Matthäus gaat hij ook nog op tournee langs Parijs, Napels en vier Spaanse steden. Vooraf repeteerde hij zes keer, hoewel zijn koor en orkest Bach door en door kennen, ook wegens de jarenlange opnamen voor de complete cantates.

Typerend voor Koopman, die zijn Matthäus leidt vanachter zijn continuo-orgel, zijn de dramatische contrasten, de soms grote dynamiek, de afgewogen keuze aan zangers, de extraverte stijl met speelse versieringen, de perfecte detaillering, het prominent klinkende jongenskoor, de overrompelende grote koorscènes, zoals Sind Blitze, sind Donner en het fantastisch heldere slotkoor van deel I O Mensch, bewein dein Sünde gross.

Opvallend in de aanvankelijk wat vlak aandoende maar allengs steeds emotionelere opbouw zijn de intens roerende aria's als Aus Liebe en Sehet Jesus hat den Hand, de fraai gevarieerde klank van orkest, continuo (met theorbe) en de begeleidingen van de aria's. Komm süsses Kreuz gaat met de gamba, Geduld met de cello. De nummers sluiten snel op elkaar aan, wat leidt tot een uitvoering van twee uur en 35 minuten, tien minuten korter dan zijn cd, maar zonder een gehaaste indruk te maken.

Koopmans Matthäus is geen strenge reconstructie van wat ooit in Leipzig moet hebben geklonken, ook niet in de ruimtelijke organisatie, want tijdens de aria's blijven de solisten op hun plaats, ongeacht welk van de twee orkesten hen begeleidt. Koopmans Matthäus richt zich met tijdloze aansprekende en integere muzikale en vocale middelen rechtstreeks tot het hart.

Concert: Amsterdam Baroque Orchestra and Choir, Sacramentskoor Breda o.l.v. Ton Koopman m.m.v. Jörg Dürmüller (Evangelist), Ekkehard Abele (Christus), Cornelia Samuelis (sopraan), Bogna Bartosz (alt), Paul Agnew tenor), Klaus Mertens (bas). Gehoord: 12/3 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 21/3 O.L.V. kerk Breda; 22, 23/3 St Joriskerk Amersfoort; 26/3 De Doelen Rotterdam.