Carré loopt vol voor Wolkers

De 79-jarige Jan Wolkers beleeft als boekenweekauteur een nieuwe glorietijd. Vijftienhonderd fans kwamen gisteren voor hem naar theater Carré in Amsterdam.

,,Gisteravond met zijn vieren nog een keer naar Turks Fruit gekeken.'' ,,Ik was al om zeven uur op, bang dat ik me zou verslapen.'' Wie zondagochtend om half elf in theater Carré zat, wist zich omringd door de echte adepten. Véél adepten, want Carré, dat 1600 bezoekers kan bevatten, was bijna vol. Vanaf zijn energieke opkomst in zijn dezer dagen onafscheidelijke blauwleren jack, de witte haren door de felle lampen omgetoverd tot halo – ,,Weten de mensen wel dat ik eerst een bad van ezelinnenmelk heb genomen?'' – was duidelijk dat Wolkers niemand zou teleurstellen.

Dat mocht ook niet, want deze ochtend kwam in plaats van de vele literaire avondjes die in deze boekenweek met de auteur gehouden hadden kunnen worden – om de broze 79-jarige, die de onbetwiste ster van de boekenweek óók is, te ontzien. Met voldoende zelfvertrouwen om het gesprek met interviewer Paul Witteman niet voor te bereiden: ,,Ik ben improvisator. Dan kan ik derailleren.'' En dat deed Wolkers naar hartelust.

Witteman vroeg naar zijn eerste Boekenbal. De jonge Wolkers kreeg een kaartje als leerling van de academie die de zetstukken voor het bal vervaardigde. ,,Ik heb nog met de vrouw van Hermans gedanst, die met de harde rand van haar cocktailjurk steeds tegen mijn schenen stootte.''

Iedereen vindt het boekenweekgeschenk Zomerhitte een echte Wolkers, stelde Witteman. ,,Ja'', zei de schrijver, ,,het gaat over schoonheid, geweld en liefde. Het aardige is dat men hoopt dat ik nog een keer de boekenweekauteur word, zodat men Karina ook van de voorzijde kan bewonderen.''

Wolkers leek zich niet echt te willen verdiepen in de vragen. Door te wijzen op de soms gemengde reacties van recensenten, boorde Witteman wel even een bron van ongenoegen aan. ,,Je kan denken dat het boek een happy end heeft, maar het biedt ook een tweede einde, een angstdroom. Dat ontgaat ze.'' En dat zijn novelle te weinig diepe gedachten zou kennen, bezwoor Wolkers met een verwijzing naar het personage Federici. Die spreekt over de tragiek dat alle schoonheid vergaat. Om alle mooie dingen te kunnen blijven zien zou hij zich wel omhoog naar de sterren willen schieten. ,,Uit het verlangen schoonheid te bewaren is het verlangen naar leven na de dood ontstaan.''

Over zijn werkproces vertelde Wolkers dat zijn vrouw Karina zegt dat hij zijn werk droomt. ,,Ze mag wel luisteren, maar het niet opschrijven.'' Door problemen met zijn handen lukt zelf typen nu niet. Voor signeersessies, zoals gistermiddag op het tot Jan Wolkersplein omgedoopte Spui, heeft hij een grote stempel ontworpen, met handtekening en een haan – vanwege het jaar van de haan. Maar ook stempelen blijkt lastig met een onbedwingbare trilhand.

Schrijven in opdracht kan hij niet, zei Wolkers. Het boekenweekgeschenk bestaat alleen omdat het verhaal al klaar lag. Voor een roman aantekeningen maken doet hij niet, uit angst te zeer gebonden te zijn. Hij heeft één keer een romanschema gemaakt, voor De walgvogel. ,,Op zo'n groot wit papier. Ik heb het onlangs aan het Letterkundig Museum verkocht. Het aardige is'', zei hij op zijn typerende schalkse toon, met veel lucht bij de lange klinkers, ,,dat het achterop een foto van Harry Mulisch is geschreven. Als het in het museum hangt zal ik Harry eens meenemen. Die zal dan vast zeggen dat het andersom moet hangen.''

Zo reeg Wolkers zijn vrolijke, sterke verhalen aaneen. Hij had gehoord dat conducteurs reizigers opzij duwden om zijn Zomerhitte mee te kunnen lezen. En ach, de dood, zijn naderende dood, daar lag hij niet wakker van. ,,De dood maakt het leven zinvol.'' Zijn zoon Tom zong een liedje, hij las voor uit Wintervitrines en De Achtertuin, en plots was het uur om. Alsof iedereen niet nog veel langer naar hem wilde luisteren.