Ze zijn oorlogsmoe

Linkse guerrillastrijders en rechtse paramiltairen leggen de wapens neer in Colombia. Het gaat een stuk beter, maar de problemen zijn nog niet voorbij. Vaak ontpoppen de ex-strijders zich tot drugshandelaren. `FARC, ELN en Autodefensas smelten steeds nadrukkelijker samen tot één grote criminele groep.'

Luis Fernando zegt het vrijwel achteloos. Een terloopse verzuchting tussen de les rekenen en maatschappijleer op de patio van het schooltje in Medellín. ,,Zo'n twaalfhonderd vrienden van me zijn vermoord. Neergeschoten.'' En ter illustratie maakt hij duidelijk hoe dat klinkt. ,,Tata, tata, tata, ta.'' Dan tilt Fernando (33) zijn T-shirt op en stopt een denkbeeldig geweer achter zijn broekriem. ,,Snap je het nu?''

De vraag was om welke reden hij zijn wapens heeft neergelegd. Waarom besloot hij deel te nemen aan een ontwapeningsprogramma van de Colombiaanse regering? Luis Fernando is een van de ongeveer vierduizend paramilitairen die bereid zijn gebleken de strijd te staken. Na jarenlang vechten tegen guerrillastrijders en tegen het Colombiaanse leger. Met nog eens 6.000 guerrillastrijders die gedeserteerd zijn uit linkse groepen volgen ze een overheidsprogramma dat ze in staat moet stellen weer te leven als normale burgers.

Het zijn de eerste stappen gericht op ontmanteling van alle illegale gewapende groepen, in totaal zo'n 40.000 man. Terroristen, noemt de Colombiaanse regering ze. Ze houden in elk geval al ruim veertig jaar een gewapend conflict gaande dat in het Zuid-Amerikaanse land aan honderdduizenden mensen het leven heeft gekost.

Amper elf jaar was Luis Fernando toen hij in dienst trad bij de man die in de jaren tachtig in Medellín een reusachtig fortuin vergaarde met de handel in cocaïne: Pablo Escobar. Als manusje van alles werkte hij in het drugskartel. In december 1993 viel het uiteen omdat Escobar door de politie werd doodgeschoten. De jarenlange klopjacht op zijn baas door politie, en concurrenten, had de rangen behoorlijk uitgedund. ,,Van de 1.200 medewerkers van Escobar ben ik een van de twintig mannen die nog leven.''

Na Escobar werd Luis Fernando als vanzelfsprekend gerekruteerd door de volgende gewapende macht die in zijn gebied de dienst uitmaakte. Hij vocht bijvoorbeeld in verschillende rechtse paramilitaire groeperingen die hun stad verdedigden tegen de linkse guerrillastrijders. Wie zijn nieuwe werkgever werd kon hem nooit veel schelen. Schieten is schieten.

,,Goed opletten. Steeds om je heen kijken'', zegt Luis Fernando. Zo heeft hij twintig jaar vechten overleefd. Maar onbeschadigd is ook hij niet. Hij toont de littekens op zijn rug en zijn linkerarm, waaruit kogels zijn verwijderd. Een enkele keer werd hij opgepakt. Maar hij heeft nooit lang achter de tralies gezeten, naar eigen zeggen omdat hij een rechter omkocht.

Toch heeft hij gruwelijke dingen gedaan. Hij vertelt gedetailleerd over een van de moorden die hij in de jaren tachtig pleegde. Hij schoot een concurrent in de benen, liet het slachtoffer voor half dood liggen op de weg en reed er vervolgens met zijn auto net zo lang overheen tot het slachtoffer niet meer schreeuwde. En als je dan vraagt hoe hij zoiets kon doen, zegt Luis Fernando minzaam: ,,Het was een opdracht en ik kreeg er goed voor betaald. Ik moest de tegenstanders afschrikken.''

Maar genoeg is genoeg. En daarom was hij opgelucht toen zijn baas Comandante Adolfo Paz met zijn paramilitaire Bloque Cacique Nutibara – de laatste bende waarvan hij deel uitmaakte – als eerste van een reeks groeperingen op 25 november 2003 in een plechtige ceremonie, 868 man sterk, de wapens neerlegde. ,,Ik heb genoeg van het geweld. Ik wil rust.''

Wennen is het wel. ,,Toen we tijdens een plechtigheid ons wapen moesten inleveren, voelde ik me raar. Alsof ik publiekelijk al mijn kleren uittrok.'' Verzoening

Achter loket 306 op het betonnen gemeentehuis van Medellín wordt de heropvoeding van Luis Fernando en de zijnen georganiseerd. Vrede en Verzoening, staat er op het bord boven de balie waar sociaal werkers en psychologen kantoor houden. Ex-paramilitairen, die zich twee jaar geleden nog met hun wapentuig in de tropische bossen en heuvels rondom de stad verstopten, lopen nu in burgerkloffie het stadhuis in en uit. Een van hun bazen, Don Fabian, houdt er informeel spreekuur.

Don Fabian (53) was een van de paramilitaire leiders in Medellín. Hij zit in een rolstoel omdat concurrenten in april 2003 een bom onder zijn auto legden. Sindsdien mist hij beide benen. De paramilitair is nu subdirecteur van de Corporacíon Democracia. Het nieuwe bedrijf, een soort sociale werkplaats, moet er op toezien dat zijn voormalige vechtersbazen gewoon leren werken.

,,We proberen dit conflict tot een gelukkig einde te brengen'', zegt Don Fabian. En in één adem waarschuwt hij de politici in Bogotá die momenteel straffen bedenken voor ex-paramilitairen die misdrijven hebben begaan. ,,De plannen die nu worden besproken dragen bij aan wraak en zullen geen verzoening geven. Als men ons wil vernederen, gaan we zo weer vechten.''

Ja, het vredesproces in Medellín is nog broos, zeggen de ambtenaren. ,,Het is belangrijk om de ex-para's bezig te houden. We moeten voorkomen dat ze terug verlangen naar hun oude activiteiten'', zegt Jorge Gaviria, psychosociaal medewerker van de dienst. Maar vooralsnog gaat het goed. Het is echt rustiger in Medellín. ,,De vorige week waren er drie dagen dat er geen enkele moord is gepleegd! Dat is dertig jaar lang niet voorgekomen'', zegt Gaviria.

Ook de gekozen burgemeester Sergio Fajardo – een in jeans en overhemd zonder das gestoken vriendelijke oud-wiskundeprofessor – schermt later op de dag enthousiast met cijfers. ,,In 1991 werden er in de stad ruim zesduizend moorden gepleegd. Medellín was de gevaarlijkste stad ter wereld. In januari 2003 stierven door geweld nog 170 mensen, in januari 2004 waren dat er 107 en in januari dit jaar nog maar 60. Medellín is een gemiddelde Latijns-Amerikaanse stad geworden.'' Crimineel

De illegale bewegingen vochten eerst, begin jaren zestig, tegen de `onderdrukkende staat' en uiteindelijk vooral met elkaar. Het gewapende conflict is verworden tot een veldslag van groepen met alleen criminele belangen.

In het prachtige land vol bergen, bruine rivieren en oerwouden wordt bijvoorbeeld gevochten om gebieden waar brandstofleidingen doorheen lopen. De leidingen worden opengebroken, de benzine afgetapt en met honderd procent winst verkocht. Bewoners worden afgeperst om belasting te betalen aan de nieuwe machthebbers. Ontvoering is het incassomiddel.

Maar het belangrijkste strijdtoneel in Colombia zijn de gebieden waar cocaplanten kunnen worden geteeld. Om de Europeanen en Amerikanen te kunnen voorzien van een lijntje stimulerend wit poeder vallen in Colombia elke dag vele doden bij de strijd over bijvoorbeeld een weg of een rivier. Bendes zoeken een smokkelroute die hun in staat stelt cocaïne vanaf de kust via speedboten over de oceaan af te voeren. Naar Panama, Jamaica, Aruba of Curaçao. Tussenstations op de weg naar een discotheek.

Om het verloren terrein terug te winnen heeft de Colombiaanse president Álvaro Uribe beloofd een einde te maken aan de terreur van alle bendes. Toen hij aantrad in 2002, stonden er nog tanks aan de rand van de hoofdstad Bogotá om het binnenvallen van groeperingen als de FARC en ELN te verhinderen. De Colombiaanse staat, lees het leger, heeft inmiddels weer grote delen van het land in handen. In de meeste Colombiaanse gemeenten functioneert een politiebureau.

Maar omdat de strijd in het onherbergzame Colombia op het slagveld nooit helemaal valt te winnen, is de Colombiaanse regering begonnen aan een onderhandelingsproces met de gewapende groepen. De meeste aandacht gaat nu uit naar het ontbinden van paramilitaire eenheden. Het gaat om ongeveer 20.000 strijders die zich Autodefensas Unidas de Colombia (AUC) noemen. Deze `zelfverdedigers' werden in de jaren tachtig actief omdat het leger volgens hen te weinig deed tegen het geweld van communistische terroristen.

In de loop der jaren hebben die para's zich ontpopt tot net zulke schoften als hun tegenstanders. Vaak met steun van het leger richtten ze menige massaslachting aan. Ze vermoedden dan dat de bevolking in een dorp heulde met de tegenstanders. De Autodefensas hebben zich ook net zo hartstochtelijk in de drugshandel gestort als bijvoorbeeld de `marxisten' van de FARC.

Op de zesde verdieping van het senaatsgebouw in Bogotá zit senator Rafael Pardo. ,,De nieuwe regeling moet bereiken dat zij die misdaden hebben gepleegd daadwerkelijk worden bestraft. Ze moeten een bekentenis afleggen waardoor hun criminele bolwerken kunnen worden ontmanteld en hun slachtoffers schadeloos worden gesteld'', vertelt hij. In Colombia zijn ruim drie miljoen mensen op de vlucht nadat ze uit hun huizen zijn gejaagd.

Het huidige wetsvoorstel bevat een minimumstraf van 5 tot 8 jaar, een confiscatieprocedure voor illegaal verkregen goederen en oprichting van een fonds waarmee gedupeerden van de oorlog schadeloos kunnen worden gesteld. Pardo: ,,Het is moeilijk een voorstel te maken waardoor misdadigers kunnen worden gestraft en tegelijk voorkomt dat paramilitairen weer gaan vechten.''

De wettelijke regeling moet gelden voor alle gewapende strijders. Alleen met de FARC – ongeveer 15.000 strijders – wordt niet onderhandeld. Uribe hoopt de FARC – die in 1983 zijn vader heeft vermoord – nog steeds militair te verslaan.Pardo is oud-minister van Defensie en was betrokken bij onderhandelingen die vijftien jaar geleden leidden tot de ontmanteling van linkse groepen als M-19 en EPL. ,,Dat was anders omdat de gewapende groepen destijds ideologisch gemotiveerd waren. Toen waren er bovendien 5.000 strijders en nu misschien het tienvoudige.'' Commandante

De streek rondom de plaats Santa Fe de Ralito, in de noordelijke provincie Córdoba, is er een van eindeloze grasvelden en veeboeren. Op het prikkeldraad langs de weg zijn dode roofvogels gespannen om hun soortgenoten afschrikwekkend duidelijk te maken dat het hier slecht kippen vangen is. Het is er meer dan warm.

Hier volgen de bevelhebbers van de paramilitaire troepen het politieke debat –in hun eigen paramilitaire vrijstaat van 368 vierkante kilometer. Dertien commandanten, generaals van regionale eenheden, hebben zich met vijfhonderd strijders teruggetrokken in een gebied dat in overleg met de regering alleen toegankelijk is voor Autodefensas. Ze genieten hier immuniteit in afwachting van de afronding van onderhandelingen.

Na een half uurtje rijden van provinciehoofdstad Montería volgt de eerste wegcontrole. Een groepje politiemannen bemant een slagboom bij de stofweg. Een snuffelhond controleert de auto. Even verderop volgt een van de wegversperringen van de para's. Jongens met machinegeweren en een meisje met een zakdoek voor haar mond geknoopt monsteren de vreemde bezoeker. Er volgt overleg per walkie-talkie en uiteindelijk toestemming om Paramilitaristan te betreden.

Santa Fe de Ralito is een boerengat vol houten gebouwen en mannen met hoeden die zich te paard verplaatsen. Aan de rand van het dorp staan kantoortjes met rieten daken voor alle betrokkenen in het vredesproces: para's, regeringsvertegenwoordigers en waarnemers van de Organisatie van Amerikaanse Staten. Córdoba is een gebied waar paramilitairen traditioneel een sterke aanhang hebben. Al blijft het een beetje een haat-liefdeverhouding. ,,Wij zijn de hoer van Colombia. Overdag wil niemand iets met ons te maken hebben, maar als het donker wordt, zoekt iedereen onze bijstand'', zegt Don Fernando. Hij is 33, naar eigen zeggen oud-correspondent van CNN in Colombia, en nu woordvoerder van de para's.

De eerste commandant die ons te woord staat wordt plotsklaps in een colonne geblindeerde auto's aangevoerd. Lijfwachten stappen uit en begeleiden een man die zich even later voorstelt als Comandante Diego Vecino. Hij is leider van de groepering Autodefensas Montes de María en in die hoedanigheid een van de hoofdonderhandelaars van de para's.

Vecino draagt een gevechtspak, pistool op zijn heup en petje op zijn hoofd waarop staat Israel Army. Zijn echte naam geeft hij niet. Zijn leeftijd ook niet – ,,ongeveer veertig''. En een foto mag niet worden gemaakt. ,,Ik ben bij het publiek niet echt bekend en dat wil ik zo houden'', aldus Vecino die naar eigen zeggen al sinds 1994 vecht tegen de guerrillastrijders. Hij praat met luide stem, alsof hij in dit kleine, airco-gekoelde kamertje een heel peloton toespreekt.

In het departement Sucre waar Vecino's groep opereert zijn vier jaar geleden in het dorpje Chengue 27 boeren vermoord. Ze werden met stenen hamers en kapmessen doodgeslagen door tachtig paramilitairen. Het onderzoek naar deze zaak is nooit echt gevorderd omdat drie onderzoekers werden vermoord. Ook de officier van justitie die de zaak behandelde is doodgeschoten.

Vecino wil niet praten over concrete zaken. ,,In het algemeen kan ik wel zeggen dat het altijd makkelijk is om achteraf daders aan te wijzen. De Colombiaanse staat heeft door zijn jarenlange afwezigheid de huidige problemen veroorzaakt. We zijn daar allemaal slachtoffer van.''

Vervolgens legt hij uit dat de para's niettemin bereid zijn zich over te geven. ,,Maar we willen met respect worden behandeld. De regering heeft ons militair niet weten te verslaan, dus waarom zouden we ons dan nu aan de onderhandelingstafel volledig overgeven?''

En respect betekent vooral geen gevangenisstraf. Het is voor hem zelfs onbestaanbaar dat ook para's die moorden hebben gepleegd ,,in een gevangenis gaan zitten, in een gebouw. Gevangenisstraf leidt nooit tot resocialisatie. Dat is bekend'', zegt Vecino. Hooguit zouden para's bereid zijn zich enige tijd terug te trekken op een boerderij om sociaal nuttig werk te verrichten.

Dat men bereid is in eigen land een milde straf te ondergaan heeft een juridische reden. De paramilitairen zijn bang anders te worden gedagvaard voor het Internationaal Strafhof in Den Haag. Bovendien hebben de Verenigde Staten een lijst met de namen van ongeveer 170 vooraanstaande guerrillastrijders en paramilitairen opgesteld van wie men de uitlevering wil. Dan kun je beter zorgen dat je in Colombia boete doet.

De justitiële belangstelling van de Verenigde Staten – voornaamste bondgenoot van president Uribe – wordt vooral ingegeven door de drugshandel van de gewapende groepen. Vecino ontkent de verwevenheid tussen para's en cocaïnehandel niet. ,,Elke oorlog wordt gekenmerkt door penetratie van drugs. Dat is de brandstof die dit soort conflicten gaande houdt.''

Huisideoloog

Dat laatste zegt ook de 49-jarige advocaat Iván Roberto Duque Gaviria. Hij was begin jaren tachtig een van de oprichters van de paramilitairen. ,,Wij moeten ophouden het land voor te liegen en gewoon toegeven dat het alleen nog maar de drugs zijn die dit conflict gaande houden'', zegt hij.

Duque is directeur politieke zaken van de autodefensas. Tijdens de vredesonderhandelingen mocht hij vorig jaar van president Uribe het Colombiaanse congres toespreken. Dat viel niet bij iedereen in goede aarde. De para, die zich comandante Ernesto Báez noemt, is eerder veroordeeld voor betrokkenheid bij een massaslachting in 1997 in Santander.

Duque is ook de huisideoloog van de para's en de aanvoerder van het 5.500 man tellende Bloque Central Bolívar. Hij is naar eigen zeggen van kindsbeen af communistenhater. Vandaar de strijd. Báez maakt een verstrooide indruk, mompelt aanvankelijk dat hij geen tijd heeft, maar begint vervolgens aan een lang intellectueel betoog over de inertie van de Colombiaanse staat waardoor de paramilitairen wel in actie moesten komen. Hij schreeuwt, fluistert en maakt voortdurend brede gebaren.

Pas bij het afscheid nemen, wordt hij rustig. Melancholiek. ,,We hebben uiteindelijk met onze beweging meer schade aangericht dan problemen opgelost'', verzucht hij. Maar dat was in ieder geval niet de bedoeling, dus laat de samenleving ze niet te hard vallen. ,,De bevolking betaalde liever aan ons dan dat ze belasting afdroeg aan de overheid. Het kan toch niet zo zijn dat wij verdedigers van het volk worden gestraft door de staat?''

Toch klinkt in de hoofdstad Bogotá al maar luider de roep om harde bestraffing van de gewapende groepen. Steeds duidelijker wordt dat de `vredesonderhandelingen' in feite gesprekken zijn over ontmanteling van een van 's werelds grootste misdaadclubs. Een organisatie die jaarlijks een paar miljard dollar winst maakt.

,,FARC, ELN en Autodefensas smelten steeds nadrukkelijker samen tot één grote criminele groep'', zei de Colombiaanse minister van Defensie Jorge Alberto Uribe vorige maand. ,,We ontdekken steeds vaker dat ze samenwerken met als doel er financieel beter van te worden. Ze hebben geen politieke of ideologische doelstellingen meer.'' Bovendien bestaat het vermoeden dat groepen die zich exclusief met drugshandel bezighielden pas recentelijk een gevechtspak aantrokken. Ze doen zich nu voor als paramilitairen in de hoop er op die manier mild vanaf te komen.

Maar het is de vraag of ze hun profijtelijke criminele praktijken staken na het bereiken van een politiek akkoord. De vooraanstaande senator Rodrigo Rivera waarschuwt dat er volledige duidelijkheid moet komen over wat de gewapende groepen hebben verdiend met hun drugshandel. ,,Anders eindigt dit vredesproces in een enorme witwasoperatie van crimineel verkregen inkomsten.''

Voorlopig praten de partijen nog. Want ook de para's raken oorlogsmoe. De ontwapende para Luis Fernando in Medellín zegt: ,,Ik ben gelukkig met het leven nu. Ik kan rustig over straat lopen met mijn dochtertje.'' Zelfs commandante Diego Vecino geniet van de wapenstilstand. ,,Afgelopen weekeinde heb ik voor het eerst in twee jaar tijd mijn moeder kunnen bezoeken.''

En zelfs een die-hard als comandante Báez droomt van andere dingen. ,,Ik zou terug willen naar de universiteit om te doceren'', zegt hij. En hoe is het eigenlijk buiten Colombia?, vraagt hij. Hij heeft Venezuela wel eens gezien vanaf de Colombiaanse zijde van de grens maar in zijn bijna 50-jarige leven is hij nog nooit in het buitenland geweest.

In de hitte van het vrijstaatje van Santa Fe de Ralito lijkt de vechtlust na een jaar nietsdoen af te nemen. Vrijdagmiddag komen de schoonheidskoninginnen uit de omgeving. Voor een beetje ontspanning. Twee meisjes drentelen opgewonden en mooi uitgedost bij de ingang van het paramilitaire kampement. Het weekeinde staat voor de deur.