Vuur in Zwerver dooft nooit

Oud-volleyballer (463 interlands) en coach van Omniworld Ron Zwerver (37) stoort zich aan de huidige internationals. ,,Waarom staan de spelers niet op en zeggen: nu is het afgelopen, ik wil dat een bondscoach wordt aangesteld.''

Ergens binnenin Ron Zwerver brandt een vlam die nooit zal doven. Zijn ontembare ambitie kenmerkte hem als volleyballer en blijkt niet verdwenen nu hij aan de zijlijn actief is. Bijna achteloos, als het Nederlands team ter sprake komt, laat hij zich ontvallen opnieuw te dromen van een gouden olympische medaille. Maar dan als begeleider van de nationale ploeg. ,,Ik zou graag nog een keer op dat podium staan.'' In 1996 won hij als speler goud.

Het oude gevoel kwam boven toen Peter Blangé hem onlangs belde met het verzoek een rol in de begeleiding te spelen in het geval hij als bondscoach zou worden aangesteld. ,,Peter wilde graag dat ik er dan bij betrokken zou worden'', vertelt Zwerver, die momenteel directeur volleybal is van de eredivisieclub Omniworld in Almere.

Blangé kwam niet tot overeenstemming met de volleybalbond, zodat Zwerver een lastige keus bespaard bleef. Want eigenlijk vindt hij zichzelf nog te onervaren. ,,Eerst maar eens bewijzen dat ik bij Omniworld kan slagen.'' Vandaag kan een stap in de goede richting worden gezet. Omniworld speelt dit weekeinde in Athene de final four van de Top Teams Cup. Samen met het Nesselande van Blangé overigens.

Zwervers ontboezeming impliceert dat hij nog toekomst ziet in het Nederlands team, dat na de succesvolle Spelen van 1996 geleidelijk is afgegleden naar een bedenkelijk niveau. ,,Ik denk aan de Spelen van 2012.'' Zwerver doelt daarmee op de spelers van het talententeam. Zij vormen de kern van het nationaal juniorenteam dat vorig jaar tweede werd bij de WK. Zwerver: ,,Hun mentaliteit lijkt beter dan die van de huidige internationals.''

Vooral de lichtzinnigheid van de spelers stoort hem. Hij begrijpt niet dat de internationals hun belangen zo slecht verdedigen. ,,Er is nog steeds geen bondscoach, maar niemand klaagt. Waarom zeggen de spelers niet: `nu is het verdomme afgelopen. Ik wil dat er een trainer wordt aangesteld.' We spelen dit weekeinde de Europa-Cupfinales, dan volgen in de eredivisie de play-offs. De prijzen worden verdeeld en dan ontbreekt de tijd mee te praten over de aanstelling van een coach. Dat was in mijn tijd niet gebeurd. Ik had oorlog gemaakt.''

De oorzaak van die lethargische houding? ,,De tijdgeest. En ik stoor me er vreselijk aan. Als de spelers naar de Spelen willen om een medaille te winnen, moeten ze ook die ambitie tonen. Maar eigenlijk mogen ze er niet over praten, want ze missen zelfs het niveau om zich te kwalificeren voor de Spelen. Het absurde is dat Blangé en ik met elkaar over ambitie praten, terwijl het vuur van de spelers zou moeten komen. Ik redeneerde altijd: het is mijn leven, ik bepaal wat er mee gebeurt. Tegen de internationals bij Omniworld zei ik: wat denken jullie? Over twee maanden pak ik mijn tas van het Nederlands team en ik ga lekker trainen? Maar wie traint jullie dan? En waar? Wie heeft er dan een zaal gehuurd? Waar is jullie heilig vuur?''

Het wordt volgens Zwerver tijd voor een generatie die zich onvoorwaardelijk overgeeft aan de hoge eisen die aan topvolleybal worden gesteld. ,,Die huidige spelers hebben interlands gespeeld, geen finales'', meesmuilt Zwerver. ,,Wij speelden geen World League om te leren, maar om te winnen. Eerst zorgen dat je de poule doorkwam en dan begon het pas. Wij speelden met een andere instelling. Het Nederlands team heeft het niveau dat wij destijds bij Martinus hadden, dat beseffen veel mensen niet. Deze spelers hebben nog niets bereikt; die hebben nog geen reet gewonnen. Ik vind niet dat onze erfenis versloft is. Zo ben ik niet bezig met het verleden. Maar ik zou wel willen meewerken aan de wederopbouw; dat de spelers kunnen profiteren van de kennis die wij hebben opgedaan.''

En mocht Zwerver ooit die gelegenheid krijgen, dan zal hij spelers voorhouden dat aan presteren investeren vooraf gaat. ,,Wij wonnen pas in onze laatste jaren finales, daarvoor verloren we ze. Al die opofferingen hebben na ons Bas van de Goor en Henk-Jan Held een beetje meegemaakt, maar Richard Schuil en Reinder Nummerdor niet; die hebben helemaal niets meegemaakt. In 1997 werd Nederland Europees kampioen. Mede dankzij Nummerdor? Flikker op. Ik heb voor dat toernooi mijn plaats aan hem afgestaan. Die jongens kwamen in een gespreid bedje, zij hebben geen bloed, zweet en tranen geplengd. Maar Schuil rijdt wel in een vette BMW. Prima, maar hij is ook het voorbeeld voor een nieuwe speler als Joppe Paulides, die het met een Lupo'tje moet doen.''

Zwerver was een product van de Amstelveense Bankrashal, waar de internationals eind jaren tachtig fulltime trainden, nadat zij uit de competitie waren gestapt. Daar werden ze vrijwel dagelijks afgebeuld door Arie Selinger, wiens impulsen Nederland uiteindelijk bij de wereldtop bracht. De oud-speler wil dat model niet idealiseren en helemaal niet opnieuw toepassen, maar het heeft hem wel gevormd. Zwerver: ,,Voor ons was het Bankrasmodel destijds dé oplossing. Wij ondervonden in Nederland met onze club Martinus geen enkele tegenstand; met competitiewedstrijden verdeden we onze tijd, het was zelfs nuttiger clinics te geven. De andere clubs gingen destijds in ambitie niet mee met Martinus. Daar is nu geen sprake van. Omdat Blangé met Nesselande aan de weg timmert, Van de Goor Dynamo ongetwijfeld zal laten meegroeien en ik bij Omniworld wat tot stand probeer te brengen. Een bondscoach heeft alleen in Nederland al drie ploegen waaruit hij kan putten.''

Zwerver vertelt over zijn werk bij Omniworld en zijn wens ooit Champions League te spelen. Maar hij blijft realist, gegeven de financiële (on)mogelijkheden. ,,Stel dat we ons plaatsen voor de Champions League, dan moeten we ons afvragen of meedoen verantwoord is. Het kost de club zeker 150.000 euro extra; een groot bedrag op een begroting van zo'n 600.000 euro. Als in 2006 de nieuwe topsporthal gereed is, hoop ik commerciëler te werken. Een voorwaarde om de top te bereiken. Als ik de toegangsprijs met één euro verhoog, schreeuwt iedereen moord en brand.''

Zwerver ziet volop kansen voor topvolleybal in een groeigemeente als Almere, zeker nu de relatie met het gemeentebestuur is genormaliseerd. Die was drie jaar geleden zo slecht, dat het voortbestaan van de club op het spel stond. Zwerver: ,,Het probleem was dat Almere bij de realisatie van Omniworld te veel naar de buitenkant heeft gekeken. Ik noem dat een luchtkastelenverhaal. Je moet weten wat je wilt om iets te kunnen opbouwen. Je kunt geen topploeg in een stad neerzetten en denken dat de toeschouwers vanzelf komen. Er moet eerst een fundament gelegd worden. Daar werken we aan. We hebben nu ook een goed contact met de provincie en werken voor talentontwikkeling nauw samen met scholen. Ik wil dolgraag in de Europese top meespelen, en ik proef die ambitie ook bij de spelers, maar we moeten dat langzaam opbouwen.''

Tot 2008 of 2009 ziet Zwerver nog een rol voor hem bij Omniworld weggelegd. Tenminste, als de bestaande werkverhoudingen niet worden aangetast. ,,Want zodra ik in politieke spelletjes terechtkom, ben ik weg. Het project `Omniworld' is in Almere een politiek issue geweest en ik wil voorkomen daar het lijdend voorwerp van te worden. Als de nieuwe hal volgend jaar klaar is, denken we nog een jaar nodig te hebben om de commerciële zaken op poten te zetten. Dan ben ik in 2008 of 2009 klaar en kan een ander het overnemen. Ik ben een bouwer, geen beheerder.''

En daarna? Zwerver heeft geen idee. Hij heeft enige tijd bij een sportmarketingbureau gewerkt, maar het volleybal bleef trekken. ,,Ik kan niet zonder. Pas sprak ik daar nog met Blangé over. Die heeft zich na zijn carrière ook eerst met andere zaken beziggehouden. Maar we zijn terug; dat zegt genoeg. Mijn lot is dat ik altijd in het volleybal werkzaam zal blijven. Maar wel op mijn manier. Ik stel de voorwaarden. Natuurlijk verkeer ik in de positie om dat te doen; maar dat heb ik zelf afgedwongen. Trouwens, ook ik moet me elke dag bewijzen. Mijn kop ligt op het hakblok als het misgaat bij Omniworld.''

Om te kunnen slagen in het leven, moet je volgens Zwerver standvastig zijn en je met hart en ziel ergens voor inzetten. ,,Die mensen komen het verst. Een kwestie van investeren in jezelf, net als met een studie in de avonduren. Ik heb me jaren het leplazarus getraind. De Bankrashal was mijn avondstudie; het is de basis geweest voor wat ik heb bereikt. Wat ik wil aangeven: geloof in wat je doet, handel stapsgewijs en zorg voor evenwicht in je leven. Op de passie volgt de beloning.''

Die instelling ziet hij terug bij zijn vriend Avital Selinger, die hij successen met het nationale vrouwenteam gunt. Alleen, dan moet de volleybalbond niet nog langer dralen en hem razendsnel een contract voorleggen, want een trainer van het kaliber Selinger ,,de beste van de wereld'' verdient zijns inziens een correcte en vooral respectvolle behandeling. ,,Geef hem nu gewoon waar hij recht op heeft'', foetert Zwerver. ,,Maar de bond durft geen besluit te nemen, omdat er geen geld zou zijn. Kom op zeg, dat moet voor Selinger toch te vinden zijn. Bovendien wordt er bij de bond te rationeel gedacht. Maar dat kan in sport niet altijd. Dat de bond die balans niet weet te vinden, stoort me mateloos. Je mag ze dat niet eens kwalijk nemen, maar het is wel frustrerend voor Selinger. Bovendien speelt de NeVoBo met vuur, want Selinger heeft tal van aanbiedingen.''

Voor het mannenteam heeft Zwerver eveneens een oplossing. Hij pleit voor de aanstelling van Gido Vermeulen, die verantwoordelijk is voor de jeugdopleiding bij de NeVoBo. Zwerver: ,,Niet iedereen is van hem gecharmeerd. Maar hij heeft als gevolg van de faillissementen van de beheersstichtingen TVN en Pro-Volley wel alle shit met het talententeam meegemaakt en weet goed hoe de zaken er bij de bond voorstaan. Er moet een team worden opgeleid. Dat kan Gido.''

Hoezeer Zwerver met volleybal verbonden is, merkte hij twee maanden geleden toen het `gouden team' van Atlanta bij elkaar kwam voor een demonstratiewedstrijd. Wat hem opviel was het gemak waarmee nog werd samengespeeld. ,,Alle patronen kenden we nog. Om niet geheel onvoorbereid te zijn hadden Selinger en ik een beetje getraind. Bij het inspelen was alles al weer vertrouwd. Hup, links en rechts slaan, tik op de grond en passen. Wij hielden het moeiteloos minuten vol, terwijl naast ons de ballen alle kant opvlogen. Je hoort mij niet beweren dat vroeger alles beter was, maar tegenwoordig is vijf minuten bovenhands oefenen voor een eredivisiespeler al te veel gevraagd. Ik werd er ook gek van als Arie Selinger weer eens met zijn defence-oefeningen aankwam. Had je de heupen helemaal open liggen. Maar ik ben er niet slechter van geworden.''