Tussen de regels

Het 18de-eeuwse dagboek dat Otto van Eck vanaf zijn tiende moest bijhouden is een van de vroegste Europese kinderdagboeken.

OTTO VAN ECK leefde van 1780 tot 1798. In zijn 19-jarige leven liet hij een onuitwisbare indruk na. Otto hield namelijk een dagboek bij. En waarschijnlijk omdat hij zo jong stierf (aan de gevolgen van tbc) werd dit dagboek als een monument voor Otto goed bewaard in de familie en later in het Rijksarchief in Gelderland.

Deze stapel rafelige schriftjes kwam twee eeuwen later in handen van de historici Arianne Baggerman en Rudolf Dekker, verbonden aan de Erasmus Universiteit. Zij reconstrueerden aan de hand van deze dagboeken hoe het leven van Otto eruit zag. `Het blikveld van het kind bepaalde onze onderzoeksagenda, zijn interesses werden onze interesses', schrijven zij in het voorwoord van hun boek `Kind van de toekomst. De wondere wereld van Otto van Eck'. Het resultaat is een zeer lezenswaardig boek dat een levendige blik biedt op de woelige tijd van vernieuwing waarin Otto leefde.

Het dagboek van Otto is een van de vroegste en best bewaarde kinderdagboeken die tot op heden in Europa zijn teruggevonden. Het onderzoek naar kinderdagboeken is nog een onontgonnen terrein, vertelt Baggerman op haar werkkamer. ``Als historicus hoor je nooit de stem van het kind. Het is uniek dat je dat hier wel hebt. Het normaal opgroeien van een jongetje is nooit gedocumenteerd, maar ook nooit bestudeerd.''

Otto woonde op landgoed De Ruit nabij Delft. `Ottootje was een lief, grappig, open kind', omschrijft Baggerman hem. `Ondeugend ook en slim. Een normaal, gewetensvol mannetje.' Otto ging in Den Haag naar school en kreeg later thuis privé-les van de beste docenten in de regio. Uit alles blijkt dat Otto's ouders heel bewust omgingen met de opvoeding van hun kinderen. Otto's vader, Lambert van Eck was patriot. Samen met zijn zwager Pieter Paulus reisde hij af naar Parijs om steun te zoeken voor de revolutie in Nederland. Van Eck geloofde in de maakbaarheid van de samenleving en van de mens. Hij gaf zijn eigen Verlichting vorm in de opvoeding van zijn kinderen. Otto moest de volmaakte negentiende-eeuwer worden, met een modern geweten. De dood van Otto en de tegenslagen in zijn politieke ambities (Van Eck werd gevangen gezet wegens zijn ideeën) brachten de deceptie: maakbaarheid bleek zijn grenzen te hebben.

Otto begon met zijn dagboek toen hij tien jaar oud was. Dat was geen vrije keuze. Hij moest het van zijn ouders. En zij lazen mee. Het schrijven van een dagboek diende namelijk een hoger doel: voor het kind was dat zelfreflectie en voor de ouders de observatie van hun kind. Het was voor Otto een vreemde spagaat: je bloot moeten geven, terwijl je weet dat er meegelezen wordt. Het verklaart volgens Baggerman en Dekker het feit dat het dagboek nogal cryptisch van aard is. Dekker: ``Het dagboek zelf geeft bijna niets prijs, dat gebeurt pas als je de hele context kent.'' Daarom lazen Baggerman en Dekker de boeken die Otto las en bezochten ze de huidige nazaten van de familie. Hierdoor was het hun mogelijk om tussen de regels van het dagboek door te lezen hoe Otto's ouders in het leven stonden.

Het idee om een dagboek bij te houden komt niet uit de koker van de ouders van Otto. Waarschijnlijk hebben zij dit gelezen in het Duitse `filantropijnse' pedagogisch tijdschrift `Vriend der Kinderen', dat ook in Nederlandse vertaling verscheen. In deze tijd werd er namelijk voor het eerst geschreven en gediscussieerd over pedagogiek. De aanzet hiertoe werd gegeven door de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau, die in zijn boek `Emile ou de l'éducation' een (theoretische) ideale opvoeding schetst, gebaseerd op het principe dat kinderen zoveel mogelijk vrij moeten worden gelaten. `Alles is goed zoals het uit handen van de Schepper komt, alles raakt verdorven in handen van de mens.' Rousseau maande pedagogen om hun pupillen beter te bestuderen, omdat kennis van het kind tot een betere opvoeding zou leiden. Zie hier de wieg van het dagboek. Duitse pedagogen, de Filantropijnen, legden zich erop toe de ideeën van Rousseau naar de praktijk te vertalen, met de nodige voetnoten daarbij: zij hielden er wél de visie op na dat menselijk ingrijpen onmisbaar is in de opvoeding. De Filantropijnen stichtten scholen waar kinderen veel in de praktijk leerden (ervaringsleren), een eigen tuintje hadden en gymles kregen (met het hier ontwikkelde paard en de bok), een meriten-tafel kregen (het schoolrapport) én een dagboek bijhielden. Het waren de voorlopers van de huidige scholen. Otto's opvoeding was geïnspireerd door het filantropijns gedachtegoed.

Uit Otto's dagboek blijkt dat het centrale thema in zijn opvoeding het ontwikkelen van het geweten was (door Otto's moeder `het mannetje van binnen' genoemd) en het leren beheersen van de driften. Hij schrijft: `Vooreerst kan ik in dit journaal melden dat, hoewel mijn gedrag van deze week op verre na niet is geweest zoals het geheel behoorde te zijn en ik mij dikwijls vergrepen heb in onordentelijkheid, onachtzaamheid, drift, fainéantise (luiheid) en diergelijken, mama echter over 't geheel veel meer content is geweest dan voor acht dagen.'

Wat frappeert is dat ouders van toen net zo worstelden met de opvoeding van hun kinderen als ouders van nu. Tijdens een wandeling komen Otto en zijn vader een vrouw tegen die haar kind een klap verkoopt. Otto is waarlijk geschokt, waarna zich een gesprek ontspint over hoe verkeerd het is om je kind te slaan. Vandaag de dag is de discussie rondom het al dan niet wettelijk verbieden van een pedagogische tik nog steeds levend.

Maar sommige worstelingen van toen zouden nu weer aandacht verdienen, vindt Baggerman: ``Otto behoorde tot de eerste generatie kinderboekenlezers die de eerste generatie kinderboeken las. Zijn ouders lazen de boeken eerst en gaven aan welke boeken wel en niet geschikt voor hem waren. Daar was een publiek debat over, vanuit het idee dat slechte dingen de kinderziel de verkeerde kant op konden doen gaan. Als je kijkt naar wat er nu allemaal op kinderen afkomt, via televisie en internet, dan zou dat debat wel opnieuw gevoerd mogen worden.''

`Kind van de toekomst. De wondere wereld van Otto van Eck (1780 - 1798)' Uitgeverij Wereldbibliotheek ISBN 90 284 2083 5