Toekomst van de tabaksrook

Jean-Paul Sartre rookte Boyard, de dikste sigaret ter wereld, zware geurige tabak gedraaid in niet volkomen wit maar heel lichtgeel maïspapier. Twintig in een donkerblauw pakje met daarop in reliëf een Boyard, een Russische edelman. Drie pakjes per dag. Een paar jaar voor zijn dood had hij het plan een documentaire te maken over de jongste Franse geschiedenis. De uitvoering daarvan had voorrang boven een boek dat overigens ook dringend moest worden geschreven. Toen werd hij blind. Zijn toekomst was voorbij. Hij werd geïnterviewd door een redacteur van Newsweek. ,,Meneer Sartre'', vroeg de Amerikaan, ,,schrijven en lezen kunt u niet meer. Waarvoor leeft u nog?'' Sartre stak een Boyard op. ,,Om verder te leven, en te roken.''

Ter ere van zijn honderdste geboortedag is in de Bibliothèque Nationale een tentoonstelling. Op het affiche staat een portret van de schrijver, zonder sigaret. De foto is gemaakt in 1946. Op het origineel zit hij met sigaret en rookwolkjes. Die incriminerende toevoegsels zijn weggeretoucheerd. De directeur van de bibliotheek was bang dat een rokende Sartre in strijd zou zijn geweest met een wet uit 1991 die tabaksreclame verbiedt, en dat de sponsors zouden `afhaken' als hun naam met nicotinegebruik werd geassocieerd.

Er is een beroemde foto van Lenin terwijl hij voor een geestdriftige menigte proletariërs een redevoering houdt. Eén van zijn toehoorders is Lev Trotski, zijn beroemde mederevolutionair. Dan valt Trotski in ongenade, wordt door Stalin de partij en het land uitgewerkt. In de volgende druk van de sovjetencyclopedie staat dezelfde foto van Lenin. Maar waar is Trotski? Weggeretoucheerd. Lenin, luidt de herschreven versie, heeft nooit iets met die smeerlap te maken gehad. Dat is de nieuwe sovjetwaarheid.

De biografen van Ronald Reagan staan voor een gewetenskwestie. Er is een foto van de latere president, dan nog populair filmacteur, waarop hij lachend, sigaret in de linkermondhoek, reclame maakt voor Chesterfield. Voor hem op tafel liggen zes sloffen van dit merk. Buy the beautiful Christmas-card carton, staat eronder. En de toekomstige president zegt: ,,I'm sending Chesterfields to all my friends. That's the merriest Christmas any smoker can have.'' Zo hoor je het eens van iemand anders, zegt men tegenwoordig. Maar zal die foto in de biografie staan? Ik wed om een slof sigaretten. Nee.

De held van 1984, het boek van George Orwell, heet Winston Smith. Hij verdient zijn geld als ambtenaar op het ministerie van de Waarheid, bij de afdeling die zich bezighoudt met het aanpassen van het het verleden aan het heden. Hij heeft zich gespecialiseerd in de dagbladpers. Heeft Big Brother iets gedaan of gezegd, of zijn de gevolgen van zijn handelen niet in overeenstemming met wat er toen werd voorspeld, dan herschrijft Winston de krant van toen. Zo komt alles weer in orde. Sartre heeft nooit gerookt. En sigaret opsteken is het symbolisch equivalent van ,,het zich op een destructieve manier de wereld toe-eigenen''. Dat heeft de grote fenomenoloog toen zelf gezegd. Goed gezien. En aan president George W. Bush is het te danken dat daaraan nu definitief een keihard einde wordt gemaakt.

Voor alle zekerheid: ik weet dat roken ontzettend ongezond is. Nooit zal ik proberen, iemand `aan de sigaret te helpen', maar integendeel, iedereen steunen die ervan af wil. Uit mijn tijd van abstinentie weet ik hoe walgelijk de sigaret van de ander kan stinken. Ook ben ik het eens met het rookverbod in treinen en vliegtuigen en openbare gebouwen. Maar na al die redelijkheid is in de westelijke wereld een ogenblik aangebroken waarop de zorg om de openbare gezondheid tot dictatuur begon te worden.

Eerst kwamen de fundamentalistische fanatici die de straat overstaken als ze zagen dat je met een sigaret in je hand naderde. Of ze riepen pfff! pfff! en maakten afwerende gebaren terwijl ze passeerden. Toen kreeg je het rookverbod op allerlei plaatsen in de open lucht. Nu zag ik op de televisie dat sommige Amerikaanse bedrijven hun personeel verplichten zich voor het betreden van de werkruimte aan een ademtest te onderwerpen. En ze blazen gehoorzaam. Ik vond het schokkende beelden.

In 1919 werd door het Amerikaanse Congres het 18de amendement op de Grondwet aangenomen, waarmee de Prohibition, de tijd van de drooglegging was begonnen. Alcohol is ook heel slecht voor de mens. Maar er zijn omstandigheden waaronder hem dat niets kan schelen, of niks kan verdommen. De Amerikanen wilden hun slokje terug. Dat werd voortaan geleverd door de smokkelaars, de bootleggers, die de speakeasies van drank voorzagen, tenminste als ze onderweg niet werden overvallen door de hijackers. Zo hebben Elliot Ness en de gangsters hun carrière kunnen maken, Al Capone, John Dillinger. In 1933 hebben de abstinenten het opgegeven.

Geheime rookplaatsen hebben we nog niet. Wel een rookpolitie, die een overval kan doen in kantoren om te controleren of niet de hand wordt gelicht met het antirookreglement. En smokkelaars al in overvloed. En een voorhoede van geschiedvervalsers. Daarom deze vraag: mag in de oorlog aan het front gerookt worden? De New York Post van woensdag 10 november 2004 heeft op zijn voorpagina de foto van een gehelmde soldaat. Zijn gezicht is vuil van het vechten, hij heeft een schram op zijn neus, met half toegeknepen ogen houdt hij de vijand in de gaten. SMOKIN' staat erboven. `Bloodied but unbowed, a leatherneck of the U.S. Marines First Division, 8th Regiment, takes a drag of a well-deserved smoke after he and his comrades stormed the terrorist stronghold of Falluja, wiping out bands of bloodthirsty guerrillas', is het bijschrift. Well-deserved smoke. Wat zal de geschiedenis ervan maken?