Te weinig zicht op huiselijk geweld

Daders en slachtoffers van huiselijk geweld zitten in een neerwaartse spiraal, betoogden deskundigen gisteren op een conferentie. Justitie wil hardere maatregelen.

Het zijn oppotters, vermijders en ze hebben niet geleerd met conflicten om te gaan. Plegers van huiselijk geweld (veelal mannen) zijn soms ook te afhankelijk van hun partner, voelen zich snel gekrenkt en willen controle over alles.

Dat blijkt uit onderzoek van de Ambulante Forensische Psychiatrie Noord-Nederland (AFPN). Jaarlijks worden 50.000 mensen in ons land slachtoffer van huiselijk geweld. Een op de negen vrouwen tussen de 20 en 60 jaar krijgt ermee te maken. Van de totale geweldsmisdrijven in ons land bestond in 2003 35 procent uit huiselijk geweld. Eenvijfde van de slachtoffers praat er met niemand over.

Lange tijd was het een probleem dat privé was en waar de overheid weinig aan deed. ,,Maar de veiligheid van de vrouw moet ook achter de voordeur gewaarborgd zijn. Dat is een publieke zaak'', aldus voorzitter Peter Levenkamp van de stuurgroep huiselijk geweld van het ministerie van Justitie gisteren tijdens een rondetafelgesprek over `Uithuisplaatsing plegers huiselijk geweld' in Groningen.

In 2002 kwam het kabinet met de nota `privégeweld publieke zaak', waarin huiselijk geweld als maatschappelijk probleem wordt gezien. Volgens het kabinet was een gezamenlijke aanpak van politie, justitie en hulpverlening nodig. Vier jaar geleden ging in de drie noordelijke provincies het project `Thuisfront' van start, waarin politie, justitie en organisaties voor vrouwenopvang samenwerkten om huiselijk geweld aan te pakken.

Er werd een protocol ontwikkeld, `Eerste hulp bij huiselijk geweld', waarin een vroegtijdig ingrijpen en effectieve daderbegeleiding centraal stonden. Het was nieuw dat de hulp zich niet alleen richtte op het slachtoffer, maar ook op de pleger. In de praktijk blijkt dat 70 procent van de mishandelde vrouwen niet weg wil bij haar gewelddadige partner.

Volgens de noordelijke vrouwenopvangorganisaties zitten zowel pleger als slachtoffer in een vast stramien en gaan ze met elkaar om op een manier die geweld uitlokt. Alleen de dader aanspreken helpt niet, ook het slachtoffer moet inzicht in zijn of haar rol krijgen. Bij de noordelijke aanpak worden zowel slachtoffer als daders intensief begeleid en werken ook de hulpverleningsinstanties die hen beiden begeleiden, samen. Tijdens gesprekken praten daders over hun agressie en de gevolgen daarvan voor hun partner en eventuele kinderen. Gebleken is dat twee derde van de mannen na het volgen van een hulpverleningstraject niet opnieuw in de fout gaat.

Justitie werkt momenteel aan een wetsontwerp waarbij plegers van huiselijk geweld uit huis kunnen worden geplaatst, als ,,stok achter de deur'', aldus Levenkamp. ,,Nu verlaat het slachtoffer vaak de woning, terwijl degene die dat verdient, thuis blijft.'' Martin Sitalsing, plaatsvervangend korpschef van Politie Friesland, vindt de mogelijkheid hiertoe een groot pluspunt. ,,Er zijn situaties waarin nog geen strafbare feiten zijn gepleegd, maar waarbij je als politie wel vermoedt dat er iets aan de hand is.'' De Groningse burgemeester Jacques Wallage vindt wel dat er `secuur' moet worden omgegaan met de maatregel, die onder verantwoordelijkheid van de burgemeester valt. ,,Er moet een deskundige zijn, bijvoorbeeld een huisarts, die op inhoudelijke, medische gronden aangeeft dat uithuisplaatsing nodig is.''

Bij de vrijheidsbeperking mag de dader zich niet in de straat of in het huis van zijn partner begeven. In Oostenrijk, waar sinds enkele jaren een soortgelijke maatregel gehanteerd wordt, blijken de mannen voornamelijk naar hun moeder te gaan, aldus de Drentse hoofdofficier van justitie Roelie van Rossem. Zij vindt dat daders strafvermindering moeten kunnen krijgen als ze hulpverlening accepteren.

Slachtoffers willen vaak geen aangifte doen. Om die drempel te verlagen, stelt het ministerie van VWS geld beschikbaar om vanaf begin volgend jaar 35 advies- en steunpunten in het land op te zetten, waar iedereen huiselijk geweld kan melden. Hierdoor moet de hulpverlening sneller op gang komen. Directeur Riekje Kok van Toevluchtsoord Groningen, pleitte voor een landelijk meldnummer waar huiselijk geweld gemeld kan worden. ,,Ik denk aan 113 of 222. Van daar uit kun je dan worden doorgeschakeld naar een steunpunt in de buurt.'' PvdA-Kamerlid Marjo van Dijken, net als haar collega's Atsma (CDA) en Snijder (VVD) gisteren aanwezig, zei te voelen voor het omvormen van de Blijf-van-mijn-lijf-huizen tot `Blijf-van-je-wijf-huizen', waar mannen die ,,hun vrouwen meppen'' naar toe moeten.