Stadsdeel en Rijks spraken langs elkaar heen

Het Rijksmuseum is verrast door eisen die de gemeente stelt aan de nieuwbouw. Hoe kan dat?

Vanaf het moment dat de directie van het Rijksmuseum in 2001 architecten Cruz y Ortiz uitkoos voor de nieuwbouw, was zij zich ervan bewust dat haar visie afweek van het bestemmingsplan uit 1995. En wel op drie punten: het Aziatisch paviljoen en het Studiecentrum, allebei nieuwe, in de tuin te plaatsen gebouwen van moderne snit, én het in gebruik nemen van de onderdoorgang als entree. Maar, zo wist men bij het museum, voor een groots nieuwbouwproject kunnen bestemmingsplannen wel eens worden aangepast. Men besloot het erop te wagen.

Dinsdag bleek dat de gok van het Rijksmuseum is mislukt. Het ontwerp voor de nieuwbouw is gesneuveld op de geplande entree in de onderdoorgang. Directeur Ronald de Leeuw van het Rijksmuseum reageerde dinsdag geschokt toen bekend werd dat zijn plannen niet voldeden aan de eisen van het stadsdeel. Volgens het museum had het stadsdeel nieuwe eisen gesteld. Volgens het stadsdeel was het museum allang bekend met de voorwaarden. Heeft het stadsdeel zo onduidelijk gesproken? Of heeft het museum zich Oostindisch doof gehouden?

Uit interne stukken blijkt dat het aan mondeling overleg tussen museum en stadsdeel niet heeft ontbroken: er is gepraat van januari 2002 tot juni 2004, in een `tweewekelijks structureel overleg', een `breed overleg', een `vergunningenoverleg' en een `bestuurlijk overleg', met de onderdoorgang als belangrijkste discussiepunt.

In januari 2004 wijst de stadsdeelraad in een motie het voorlopig ontwerp van het museum af. De weg voor fietsers en voetgangers mag niet worden belemmerd door een entree in de onderdoorgang. Het museum wordt verzocht te zoeken naar alternatieven. Er moet volgens de motie een entree komen die ,,geen beslag legt op het grondoppervlak van de onderdoorgang''. Het signaal was: verplaats de ingang.

Het was geen signaal, zegt Peter Rijken, woordvoerder van het dagelijks bestuur van het stadsdeel Oud Zuid. ,,Het was een besluit.'' Voor het stadsdeel, zegt Rijken, was het plan voor een ondergrondse entree in de onderdoorgang daarmee van tafel.

Toch dient het Rijksmuseum in de loop van 2004 nog driemaal een alternatief ontwerp in, alledrie met een ondergrondse centrale ingang, met telkens andere afmetingen van fiets- en voetpaden ernaast. Die ontwerpen worden afgewezen. ,,Het museum presenteerde geen nieuw ontwerp, maar variaties op het oude ontwerp'', zegt Rijken. En dat oude ontwerp was strijdig met de motie.

Toch blijft het Rijksmuseum nieuwe tekeningen maken. Tijdens de vele overleggen tot december 2004 is blijkens interne stukken geen sprake geweest van een regelrecht verbod op een entree in de onderdoorgang. Stadsdeel-woordvoerder Rijken zegt nu: ,,Heel lang probeer je er met overleg samen uit te komen. Je probeert elkaar tegemoet te komen. Misschien zijn we te vriendelijk geweest. Te invoelend. Maar op zeker moment hebben we ons standpunt weer eens scherp verwoord.''

Op 16 december 2004 is er een overleg met alle hoofdrolspelers: staatssecretaris Van der Laan (Cultuur), wethouder Stadig (Ruimtelijke Ordening), de voorzitter van het dagelijks bestuur en vertegenwoordigers van het museum. Gesproken wordt over de eisen die verkeersontwerpers stellen aan de maten van voetgangers- en fietspaden. Rijken noemt het een ,,inventariserend'' gesprek. De vertegenwoordigers van het museum verlaten de bijeenkomst met het idee dat hun ontwerp moet voldoen aan de volgende wensen van het stadsdeel: een fietspad van 2,50 meter breed en een voetpad van 2,00 meter breed, in totaal 4,50 meter.

Intussen, halverwege 2004, komt het stadsdeel tot het oordeel dat het bestemmingsplan van de gemeente onvoldoende gedetailleerd is waar het om de bebouwing in de onderdoorgang gaat. Het bestemmingsplan wordt gepreciseerd in een zogeheten Ruimtelijk Afwegingskader. Aan dat stuk zal de bouwvergunning voor het Rijksmuseum worden getoetst. Het wordt in overleg tussen stadsdeel, de gemeentelijke dienst Ruimtelijke Ordening en ministerie van OCW opgesteld.

Begin januari stuurt het museum zijn laatste, aangepaste ontwerp naar het stadsdeel. Met opnieuw een ondergrondse entree, die op het smalste punt van de onderdoorgang 5,05 meter overlaat voor fietsers en voetgangers. Het museum denkt zo ruim tegemoet te komen aan de eisen van het stadsdeel.

Dinsdag werd het Ruimtelijk Afwegingskader gepresenteerd en daarin blijkt te staan dat het fietspad 6 meter breed dient te zijn. Rijken: ,,In verband met de veiligheid en de openbare orde is de breedste variant gekozen.'' Er gaan na 2008 naar verwachting jaarlijks 8 miljoen mensen door de passage: 1 miljoen voetgangers, 5 miljoen fietsers, 2 miljoen bezoekers.

Ronald de Leeuw, de directeur van het Rijksmuseum, reageerde dinsdag in eerste instantie geschokt. Hij maakt zich ,,ernstige zorgen over de voortgang van het project''. Komende dinsdag hoopt het Rijksmuseum de publieke opinie alsnog gunstig te beïnvoeden met een groot buitenspektakel, waarbij de nieuwe entree zal worden ,,nagebootst''. Het museum brengt twee argumenten in: er is wèl genoeg ruimte voor fietsers en voetgangers, en de onderdoorgang krijgt dankzij de nieuwe entree internationale allure, à la de glazen piramide voor het Louvre in Parijs.

Staatssecretaris Van der Laan stelt zich aan de kant van het Rijksmuseum op. Zij betreurt het ,,als de prachtige architectuur voor de nieuwbouw niet kan worden uitgevoerd''. Het afwegingskader ligt nu ter inzage op de kantoren van het stadsdeel. De inspraakperiode loopt tot en met 12 april. De week erna wil Oud Zuid een publieksdebat organiseren met alle betrokkenen. Half mei neemt het stadsdeel een besluit over de eisen waaraan een bouwvergunning van het Rijksmuseum moet voldoen.

Dossier www.nrc.nl/rijksmuseum