Provincie

Er staat Louis van Gaal een treurige levensavond te wachten. Als hij straks het rijke palet van zijn kunstjes gaat beroeren in de Alkmaarder Hout heeft AZ de opperste glorie al achter de rug. Er is niets meer toe te voegen, niet aan de groep, niet aan het palmares. Louis kan beter voor de breedte kiezen: sportmanager van Alkmaar, als een schaduwburgemeester.

Hoe zouden ze zich bij Ajax en bij Feyenoord voelen? De provincie heeft het succes overgenomen van de Randstad. Bij AZ zelfs zonder Braziliaan. Hollands glorie, nu met meer klei dan Adidas aan de voet. Bange blanke mannen hebben het groteske kapitalisme van Sjachtar Donetsk weggespeeld. Dan ben je van Europa. Ajax kon niet eens winnen in een Frans dorp, waar de zeldzame bourgeoisie zich beroest aan wijn en netelsap.

De provincie is hip.

Daar kijken vooral Nederlanders van op. In andere landen wisten ze dat al langer. PSG, AS Roma, Real Madrid, Anderlecht, Arsenal, Sporting Lissabon, het hoofdstedelijke elan flonkert al enige tijd niet meer. Hoe meer Europa, hoe meer regionalisme. Het voordeel van de provincie is dat de koorts van het succes niet op hoge hakken loopt en niet jaarlijks inwisselbaar is. Er is geduld en vertrouwen. Daar weten bezadigde heren als Co Adriaanse en Guus Hiddink mee om te gaan. Zo zitten ze zelf ook in elkaar, orgieën van geduld.

Het succes van AZ en PSV is verdiend. Hiddink en Adriaanse gaan hun eigen weg, niet gehinderd door de catwalk-commentaren van hoofdstedelijk Nederland. Ze putten zichzelf en het beperkte talent van hun spelers uit. Als voormannen op de werf. Ze zijn niet, zoals hun collega's van Ajax en Feyenoord, op zoek naar de Renaissance in het voetbal. Nee, werk, werk, werk. Gelukkig zijn met weinig. En een beetje lachen als alles meevalt. Juist het complexloze van AZ en PSV is ontroerend. De decadentie van verwaandheid à la carte van historische verworvenheden is ver weg.

Daar zou bondscoach Marco van Basten van kunnen leren. Nee dus. Marco wil zo graag souverein en eigenzinnig zijn. In een onbewaakt moment heeft hij zich eens laten ontvallen dat hij geen zin heeft om in de file te staan. Dan ga je niet naar Eindhoven, zelfs niet naar Alkmaar. Dan houd je het op de Arena. Biertje na is ook prettig.

Guus en Co, ze delen in het succes terwijl ze niet van elkaar houden. Guus is van de contemplatie, Co van de dialectiek. PSV is toch een megalomane etalage, AZ is meer innerlijk boerengeluk. Zelfs in de provincie zie je een strijd tussen micro en macro. Het is even gênant als aandoenlijk. Laten we elkaar nog kleiner maken dan we al zijn, die drive. Straks wordt het burgeroorlog tussen Eindhoven en Alkmaar, in de regie van Johan Derksen. De oude Harry van Raaij zal nog een keer het zwaard van Damocles laten wapperen en Dirk Scheringa zal het schisma van de Moerdijk opvoeren als legitieme frustratie. Ze doen maar.

Nederland is tenslotte weer in de vaderlandse geschiedenis.

Maar voetbal is van een andere orde. Ik zag hoe Mark van Bommel in de nek van Gomes hing en hoe Joris Mathijsen en Tarik Sektoui elkaars oksels wilden opvreten na het verlossende doelpunt. Dat geluk staat buiten de historie, zoals Cruijff buiten het soortelijk gewicht van geluk van AZ en PSV staat. Alleen, Johan lult maar door over vervlogen tijden. Cruijff krijgt daar ook voluit de kans toe, op de nationale televisiezender.

De Verlosser had het deze week over romantiek. Over het artistieke surrealisme van Barcelona dus. Treurig, diep treurig. Je kan de trainer van Chelsea, José Mourinho, een etter vinden, maar je kan hem niet het strategische meesterschap onthouden. Wat viel het me tegen van Frank Rijkaard dat hij na die hilarische wedstrijd zo klein in de nederlaag was. Iedereen zag hoe hij zijn lichaam dwong tot vijandigheid. Dat wil dan de vader van alle analyses, Johan Cruijff, niet zien. Hij hakkelt maar door, in zijn Bargoens.

Nee, het Nederlandse voetbal is niet dood. Het is springlevend. Maar nu langs andere krijtlijnen van succes. Nu langs de dijken die het neonlicht ontberen. Nu langs ondoordachtheid, alledaagsheid, poldermystiek. Het Nederlandse voetbal is teruggekeerd naar de wollen sokken van Dirk Scheringa. Daar moeten we, met zijn allen, nog aan wennen. Maar minder imponerend is het niet. Overigens, Guus Hiddink rookt sinds kort weer een sigaarje.