Problemen in het onderwijs bestaan niet

De pest met onderbuikgevoelens is dat ze zo willekeurig zijn. Heb je een paar uur gekeken naar een documentaire over de nood van de leraar in het onderwijs, weet je eigenlijk nóg niks. Of het moet de geruststellende conclusie zijn dat is aangetoond dat DE problemen in HET onderwijs niet bestaan.

Drie uur lang duurt de VPRO-documentaire Voor de klas, waarin talloze leraren uitgebreid aan het woord komen over de stand van het Nederlandse onderwijs. En over zichzelf. De interviews, afgewisseld met beelden van leerlingen van het Minkema College in Woerden, zijn geen ogenblik saai, misschien wel omdat de bevlogenheid van de meest leraren zo zichtbaar wordt.

Het zit ze stuk voor stuk hoog. Er is van alles aan de hand in het onderwijs, zeggen ze. Maar wat is er dan aan de hand? Vroeger, vijfentwintig jaar geleden, mocht de leraar nog orde houden, zegt een oudere docent met heimwee.

Een andere docent, de onlangs als zij-instromer begonnen econoom Arnold Heertje, ziet het weer precies andersom: de leraar van vandaag moet de rol van ,,leeuwentemmer'' spelen. ,,Dat is de reden dat Nederland internationaal zo achterop raakt. Dat moet veranderen.''

Jongere leraren praten juist weer vol vuur over hun `nieuwe taak' van opvoeder, die ze graag op zich nemen omdat ouders het laten afweten. Een jonge lerares praat zonder ironie over ,,de jeugd van tegenwoordig'', terwijl een rector vindt dat niet de leerlingen op zijn school, maar hijzelf veranderd is.

Ook over het onderwijs zelf zijn de leraren verdeeld. De eerste zegt dat de school sinds de jaren tachtig een `leerfabriek' is geworden, waar scholieren in te grote klassen volgestouwd wordt met informatie. De tweede, een oudere leraar op een basisschool, praat met afschuw over de `verleuking' van het onderwijs. Zij krijgt bijval van een leraar Nederlands die zich opwindt over het verdwijnen van de literatuurgeschiedenis in het curriculum. ,,En daar zijn niet eens Kamervragen over gesteld.''

Meteen daarop: wéér een leraar aan het woord. De ellende, zegt hij weer, is dat er juist zo veel moet. Het vak Nederlands behandelt veel te veel stromingen en schrijvers, ,,terwijl je beter een paar dingen goed kunt doen'' gedichten van Bloem bijvoorbeeld, of Slauerhoff.

Na drie uur kijken overheerst de verwarring. Het lijkt er sterk op dat iedere docent vermeende problemen in het onderwijs meet aan de hand van eigen frustraties. Onderwijsminister Van der Hoeven, die luisteren naar de docent een prioriteit op haar ministerie vindt, heeft de ondankbare taak die particuliere observaties om te smeden tot beleid.

Thema-avond: Voor de klas, VPRO, Ned.3, 21.10-0.17u.