Paarden hebben een duidelijke voorkeur voor links of rechts

Bij al te eenzijdige training kan een paard merkbaar en zelfs zichtbaar een `holle' en bolle' zijde ontwikkelen, in de lijn van de richting van zijn lievelingscirkel. Maar ook als dat voorkomen wordt, lijkt menig paard een voorkeurskant te hebben. Nu is het ook aangetoond: paarden zijn links- of rechtshoevig met een opvallend verschil tussen hengsten en merries (Applied Animal Behaviour Science, in druk/online).

J. Murphy en collega's van de Universiteit van Limerick, Ierland, gingen na hoe veertig nog ongeschoolde sportpaarden met een toekomst in de spring- en dressuursport uiteenlopende tests aflegden. Zij bekeken met welk voorbeen zij bij voorkeur begonnen met een overgang naar stappen of draven, welke kant zij kozen voor een omweg rond een obstakel, en vanaf welke zijde zij zich vergenoegd omrolden over een hooibed, na al die inspanning.

Tussen die keuzes en handelingen was er in het algemeen een consequente, vrij eenzijdige overeenkomst. Slechts tien procent van de paarden bleek géén uitgesproken voorkeur te hebben. Het merendeel van de merries had een duidelijk actievere rechterzijde. De meerderheid van de hengsten begonnen liefst met links. Paarden blijken dus wat `handigheid' betreft vergelijkbaar met andere zoogdieren, zoals de tot nu toe beter onderzochte honden en chimpansees. Lateralisatie is eerder regel dan uitzondering.

De Ieren vinden dat dit academisch gedragsonderzoek veel praktische consequenties heeft. Trainers van renpaarden en degenen die erop wedden krijgen er vele voorspellingsmogelijkheden bij, afhankelijk van looprichting en scherpte van de bochten. En trainers van springpaarden kunnen nu haast al bij voorbaat extra aandacht schenken aan de `zwakke' kant van hun hengsten of merries in opleiding. Een perfect uitgebalanceerd paard is ideaal.

In een ander onderzoek van Australische wetenschappers aan de Universiteit van Sydney, blijkt dat ook de reukzin van paarden gelateraliseerd is (eveneens Applied Animal Behaviour Science, on line). Bij niet minder dan 157 volbloed paarden bekeken zij welk neusgat zij vooral gebruiken bij het onderzoeken van een boeiende geur, in dit geval de mest van een onbekende hengst. Paarden jonger dan vier jaar gebruiken vaker het rechterneusgat, bij oudere paarden verdwijnt die duidelijke voorkeur. Er bleek geen verband met links- of rechtshoevigheid.