`Op mijn vijfendertigste liep ik ineens weer stage'

Steeds meer mensen kiezen voor leuker werk dat minder betaalt. Eveline Stoel sprak met Geert Snoeijer (36), ooit advocaat, daarna fietskoerier en nu fotograaf

,,Na het atheneum wist ik één ding zeker: ik wilde reizen en veel mensen ontmoeten. Om mijn opties open te houden, koos ik voor rechten. Ik liep stage bij de Europese Commissie en belandde vervolgens bij een Brussels advocatenkantoor. Als para-legal deed ik de juridische voorbereiding van zaken. Prima werk, maar minstens zo leuk was het bruisende wereldje eromheen. Iedereen had geld, ik zat regelmatig in het buitenland en rende van feestje naar borrel. Na twee jaar zei iemand dat ik zelfstandig advocaat moest worden. Als Nederlander moet je daarvoor eerst drie jaar in Nederland in de advocatuur werken, wat betekende dat ik ergens anders moest solliciteren. Enthousiast was ik niet, maar ik dacht: dit is te leuk, zo kun je niet doorgaan. Tijd om volwassen te worden. Ik besloot om drie jaar gas te geven, maar toen ik mijn contract bij Houthoff ondertekende, voelde ik eigenlijk al dat het een verkeerde beslissing was.

,,Al vrij snel verzoop ik. Opeens had ik veel meer verantwoordelijkheden en moest ik ook vervelende dingen doen, zoals faillissements- en alimentatiezaken. Daarnaast was ik constant bang dat ik door de mand zou vallen. Als advocaat is een scherpe geest niet genoeg, je moet ook een persoonlijkheid zijn. Ik was verlegen, keek enorm op tegen de grote jongens. Maar ja, de sfeer was goed, ik verdiende lekker en Houthoff had een ontzettend gezellig voetbalteam.

,,Op een dag moest ik een verweerschrift schrijven. Een sympathiek bedrijfje had een uitvinding gedaan, maar was door een cliënt van ons te gronde gericht. Wij hadden de zaak gewonnen met een klinkklaar onzinargument en ik moest dat staande houden in hoger beroep. Dat was een keerpunt. Ik was niet mondig genoeg om nee te zeggen, maar voelde overduidelijk: hier ben ik niet voor gemaakt. Het is nog een tijd zo doorgegaan, maar uiteindelijk begon zelfs mijn lichaam te protesteren. Ik kon me niet meer concentreren, kreeg lichtflitsen in mijn hoofd en ben ten slotte op kantoor tegen de vlakte gegaan. Burn-out. Twee jaar later was ik enigszins opgekrabbeld, maar toen een collega voor zichzelf begon en mij vroeg om mee te doen, werd ik meteen weer duizelig. Toen wist ik dat er iets radicaal moest veranderen.

,,Ik heb diepe dalen gekend. Ineens leefde ik van een uitkering en betaalden mijn vrienden mijn drankjes. Maar – het is een cliché – daardoor leer je wel genieten van simpele dingen. Ik ben vrijwilligerswerk gaan doen en zo kreeg ik weer plezier in werken. Ik hielp bij een huiswerkinstituut, een castingbureau, een uitgeverij voor duurzaam toerisme en werkte als fietskoerier. Vooral dat laatste deed me goed. Het was zulk vrolijk, perspectiefloos werk. Tweeënhalf jaar na mijn vertrek moest ik een pakje bezorgen bij Houthoff – stond ik daar in mijn zeemleren broekje tussen mijn ex-collega's. Toch voelde ik me totaal niet minderwaardig. Ik hoefde me niet meer anders voor te doen dan ik was, ik was gewoon Geert.

,,Steeds meer besefte ik dat je je hart moet volgen. Daarom schreef ik me in voor een cursus fotografie, iets wat ik altijd al had willen doen, maar als beroep geen haalbare kaart vond. Na meerdere cursussen ging ik in de leer bij Emilio Brizzi, net als ik liefhebber van klassieke zwart-witfotografie. Hij stimuleerde me enorm en gaandeweg groeide mijn zelfvertrouwen. Ik meldde me aan als stagiair bij Het Parool en werd aangenomen. Op mijn vijfendertigste!

,,Inmiddels ben ik freelancer. Ik reis af en toe, ontmoet de meest uiteenlopende mensen en kom overal. De ene keer loop je een nacht op Westerbork, dan sta je weer op een society party. Ik werk zeven dagen per week en verdien minder dan mijn vrienden, maar het voelt te gek. Ik leef heel intens en krijg er nog voor betaald ook.''