Naar een wankelbaar geloof

Pedagoge Annelies van Leest-Borst pleit voor een concrete invulling van het vak burgerschapsvorming

MINISTER Van der Hoeven van Onderwijs vindt dat nieuwe scholen in hun schoolplan moeten opnemen wat ze aan burgerschapsvorming gaan doen. Annelies van Leest-Borst gaat in haar proefschrift nog een stapje verder. Zij wil dat burgerschapsvorming een verplicht vak wordt in het Nederlandse onderwijs.

Met de invoering van de opvoeding tot kritische en mondige burger moet volgens haar ook het toezicht door de Inspectie van Onderwijs strakker. ``De kerndoelen die de Inspectie nu hanteert zijn te vaag geformuleerd'', zegt Van Leest-Borst. ``Dat moet concreter.'' Daarmee is de onderwijsvrijheid in het geding erkent zij, maar dat is het waard. ``We geven een klein stukje onderwijsvrijheid op om de liberale democratie te behouden. Ik zeg dus niet dat het islamitisch, christelijke of joods onderwijs opgeheven moet worden. Scholen moeten alleen minder vrijheid krijgen bij de invulling van het vak burgerschapskunde.''

Minister van der Hoeven van Onderwijs maakte drie weken geleden duidelijk dat zij de invulling het vak geheel wil overlaten aan de scholen. ``Daarmee komt de verantwoordelijkheid terecht bij uitgevers van schoolboeken'', zegt Van Leest-Borst. ``Maar juist door duidelijk te omschrijven waar het vak aan moet voldoen kun je ervoor zorgen dat de neuzen de zelfde kant op staan.''

Het is iets meer dan acht jaar geleden dat Van Leest-Borst de eerste stappen zette in haar onderzoek naar burgerschapsvorming. ``Ik vroeg mij af hoe je een samenleving zo inricht dat de verschillende culturen bij elkaar komen en er toch voor iedereen een bevredigende samenleving ontstaat. Ik kwam indertijd tot de conclusie dat iedereen de ruimte moet hebben om kritisch te denken en zich moet kunnen verplaatsen in het standpunt van een ander. Dat heeft een maatschappelijk belang maar is ook goed voor het welzijn van het individu.'' onderzoek

Haar co-promotors wezen haar op `The Fundamentalism Project' van American Academy of Arts and Sciences in de Verenigde Staten. Een groep van meer dan honderd wetenschappers van meerdere disciplines deed een grootscheeps onderzoek naar fundamentalistische bewegingen en groeperingen in de wereld. Dat resulteerde vanaf begin jaren negentig in vijf boeken over de gevolgen van fundamentalisme voor politiek, wetenschap, vrouwenrechten, opvoeding en onderwijs. Door ontwikkelingen in de wereld en het islamitisch onderwijs in het bijzonder ontrolde het onderzoek van Annelies van Leest-Borst zich min of meer vanzelf.

Staat een fundamentalistische opvoeding een liberaal-democratische opvoeding in de weg, vraagt Van Leest-Borst zich af. En haar antwoord op deze onderzoeksvraag is volmondig ja. ``Een fundamentalistische opvoeding en een liberaal-democratische opvoeding staan lijnrecht tegenover elkaar. Niet in de politieke zin maar in de opvoedingsfilosofische zin. Een fundamentalistische opvoeding staat kritisch denken in de weg omdat er een onwankelbaar geloof is in de geschriften en traditie. Binnen fundamentalistische kringen bestaat een sterke sociale en morele gedragscode. Door middel van gewoontevorming en disciplinering wordt er op toegezien dat kinderen zich strikt aan die code houden. En er is verzet tegen de moderne westerse maatschappij. Men streeft naar een structurele verandering van de samenleving. Een liberaal democratische opvoeding voedt op tot een wankelbaar geloof. Kinderen leren kritisch naar hun eigen en andermans geloof te kijken. Daarmee hebben ze in tegenstelling tot kinderen in een fundamentalistische stroming een smalle morele basis. Er zijn weinig dwingende aanwijzingen in wat te denken. Daarnaast worden kinderen tot individuele burger opgevoed in tegenstelling tot de fundamentalistische opvoeding waarin kinderen meer in een groepscode leven.''

Van Leest-Borst toetst in haar proefschrift deze stelling aan de onderzoeken die de Onderwijsinspectie twee jaar geleden deed naar het islamitisch onderwijs in Nederland. De inspectie concludeerde dat er geen aanwijzingen waren dat het islamitische onderwijs integratieremmende factoren heeft. Van Leest-Borst sluit zich aan bij die conclusie, maar, betoogt zij, dat wil niet zeggen dat het islamitische onderwijs genoeg doet aan burgerschapsvorming. handvaten

Van Leest-Borst: ``De inspectie gebruikt in haar onderzoek de kerndoelen. Maar deze zijn zodanig vaag geformuleerd dat de inspectie geen handvaten heeft. De nadruk ligt op kennis, maar niet op de houding die kinderen moeten leren. Daarnaast zijn er de basiswaarden die de inspectie speciaal heeft geformuleerd voor haar tweede onderzoek in het islamitische onderwijs. De basiswaarden zijn vrijheid van meningsuiting, gelijkwaardigheid, begrip, verdraagzaamheid en het afwijzen van onverdraagzaamheid en discriminatie. Maar deze worden alleen negatief gebruikt: er wordt alleen gekeken of het onderwijs in strijd was met deze basiswaarden. Dat zegt niets over wat de kinderen wordt geleerd.''

Aan het eind van haar proefschrift stelt Annelies van Leest-Borst de vraag of het wel de taak van de overheid is om zich te bemoeien met de burgerschapsopvoeding op de scholen. Haar eigen voorstel strookt in ieder geval niet met grondwetsartikel 23, dat scholen voor bijzonder onderwijs de vrijheid geeft om bijvoorbeeld godsdienstlessen zelf in te vullen. ``Ik vind dat de overheid hier moet ingrijpen, juist in het belang van de democratische samenleving. Onze samenleving heeft belang bij een opvoeding tot kritisch denken. Het is niet dat kinderen de Nederlandse waarden en normen moeten overnemen. Nee, ze moeten leren kritisch nadenken en reflecteren. Ze moeten hun eigen levensoriëntatie toetsen.''

``Het is de afgelopen twee jaar zo gegroeid dat de overheid zich toch al meer inhoudelijk met het onderwijs bemoeit. In haar laatste onderzoek in het islamitische onderwijs heeft de inspectie onderzoek gedaan naar de inhoud van godsdienstlessen. De formulering van basiswaarden om te toetsen of het islamitisch onderwijs een bijdrage levert aan de sociale cohesie was ook een ingreep in de onderwijsvrijheid. Ik stel voor dat we daar nog een klein stapje verder in gaan en ook inhoudelijk toetsen of een school daadwerkelijk de leerlingen tot kritisch nadenkende burgers opvoedt.''