Moderne hiv-pillen verminderen met name virusinfecties

De in 1996 geïntroduceerde HAART-therapie die aids tot een `chronische ziekte' maakte leidt tot een drastische afname, maar niet tot het geheel verdwijnen van aids-ziekten. Het aantal aids-gerelateerde ziekten daalde van 129,3 per 1000 mensjaren in de eerste drie maanden van de HAART-behandeling tot 13,2 in het derde jaar. Vooral virusinfecties waren sterk teruggedrongen. De afname was het kleinst voor schimmelinfecties en vormen van kanker, ook al bedraagt ze nog altijd rond de 55 procent per jaar. Dat blijkt uit de gegevens van ruim 12.500 mensen met hiv die deelnemen aan 13 Europese en Amerikaanse patiëntenstudies. Zij zijn goed voor bijna 23.000 mensjaren HAART-therapie (Archives of Internal Medicine, 28 febr).

Hiv tast het immuunsysteem aan. Daardoor krijgen bacteriën, virussen, schimmels en parasieten op den duur vrij spel en kampen aids-patiënten vaak met opportunistische infecties (infecties die bij gezonde mensen niet voorkomen) en met vormen van kanker. Sinds de jaren tachtig bestaan er medicijnen die de virusgroei remden, maar alleen toegepast was hun effect beperkt, omdat het virus er na verloop van tijd resistent voor werd. Dat probleem is met succes omzeild met de combinatietherapie, in vakjargon bekend als HAART, die sinds 1996 wordt toegepast. Hierbij worden drie verschillende virusremmers tegelijk toegediend.

Genezing brengt de HAART niet. Het virus blijft in het lichaam aanwezig, maar het afweersysteem herstelt zich voldoende om het aantal opportunistische aandoeningen en de sterfte daaraan drastisch terug te dringen. Hiv-patiënten bij wie de therapie aanslaat kunnen tegenwoordig een levensverzekering afsluiten.