Met Ali B naar de straatkinderen van Senegal

Paul Steenhuis reist met rapper Ali B mee naar Dakar, waar zijn project `Rap Around The World' begint

Hij was de afgelopen twee weken in Senegal en Malawi – donker Afrika –, is deze week even terug in Nederland, maar vertrekt volgende week naar Bangladesh. Ali B, Nederlands populairste rapper, heeft het druk. Niet alleen met optredens, maar ook met een groot project, om de problemen van jongeren in de derde wereld beter bekend te maken bij leerlingen van het Nederlandse vmbo-onderwijs, de vorm van middelbaar onderwijs waar de meeste jongeren in ons land naartoe gaan. Het project heet `Rap Around The World' en is opgezet door de hulporganisatie Plan Nederland in samenwerking met de muziektv-zender MTV.

Ali Bouali (24), opgegroeid als kind van Marokkaanse ouders in Amsterdam-Oost en Almere, zelf ooit vmbo-leerling, is gevraagd omdat hij zowel bij allochtone als autochtone jongeren populair is – en zelfs bij autochtone ouderen.

Hij kan de boodschap over problemen van jongeren in de derde wereld authentiek en duidelijk overbrengen bij Nederlandse jongeren, denken ze bij Plan Nederland. Het idee is dat Ali, met een cameraploeg van MTV en steeds met een andere Nederlandse rapper, kinderen en jongeren bezoekt in Afrika en Azië en Zuid-Amerika. Zeven landen in totaal. De raps en tv-documentaires die hij maakt worden vanaf september wekelijks door MTV Nederland uitgezonden. Voor het vmbo-onderwijs maakt Plan Nederland van dat materiaal speciale lespakketten. En als het aan hem ligt, komt er een cd en een concert ,,om de boodschap over te brengen'', zegt Ali B.

Hij is begin deze week net teruggekomen uit Malawi, waar hij met de vrouwelijke Surinaams-Nederlandse rapper Nina een Plan-project van aidswezen bezocht – kinderen die hun ouders aan aids verloren, en in groepen voor zichzelf zorgen.

DAKAR

De week daarvoor was hij in Senegal. Daar begon de `Rap Around The World' tour, in de nog tamelijk Westers ogende, drukke hoofdstad Dakar. Hij is er samen met een rapper uit Spijkenisse, Tim Beumers (28) van de rapgroep V.S.O.P. En met zijn manager, Breghje, een fotograaf en een MTV-cameraploeg.

Het thema voor deze eerste week, in Dakar, is straat- en zwerfkinderen. ,,Armoede, jonge straatcriminelen, kinderbedelarij vormen een groot probleem in een stad als Dakar, die een enorme aanzuigende werking heeft. Er leven hier honderden duizenden kinderen tussen de 5 en de 16 jaar op straat'', legt Geert van Asbeck uit. Hij is degene die met zijn productiemaatschappij Bibeck voor Plan de hele raptour organiseert. Hij heeft deze week bezoeken geregeld aan verschillende opvanginstanties en straatkinderen die bijvoorbeeld op het strand slapen - Dakar ligt aan zee.

,,Ik wil weten hoe het leven in elkaar zit. Daarom doe ik hier aan mee'', vertelt Ali B in Dakar. Hij is als artiest ook maatschappelijk betrokken. Zoals Amerikaanse rappers behangen zijn met dure, blinkende sieraden – bling bling – zo heeft Ali B een vracht aan goede-doelarmbandjes om. De gele van wielrenner Lance Armstrong, voor de strijd tegen kanker, de oranje `respect2all', een groene die bomenplantdag moet propageren. Van cabaretier Dolf Jansen kreeg hij nog een extra wit polsbandje, met de tekst `Kastanjes, ook leuk'. Dat draagt Ali B ook. Hij heeft een ruim hart.

Nadat er die eerste week in Dakar een bezoek aan een opvanghuis voor straatkinderen, L'Empire des Enfants is gedaan, waar Ali en Tim ook met verschillende Senegalese rappers optreden, weet Ali: ,,Het straatleven hier voor kinderen is niet te vergelijken met dat in Nederland. Kinderen in Nederland zijn op straat uit verveling. Ze hebben een keus. Hier in Senegal niet.''

Ali B mag expert genoemd worden op het gebied van het moderne Nederlands straatleven: zijn eerste cd-album, dat vorig jaar verscheen heet Ali B vertelt het leven van de straat, met in de titelsong regels als:

Het leven dat we leven is het leven van de straat

Macht en geld is waar het leven over gaat

Wie geeft je liefde, wie geeft je haat?

In de straten van Dakar dringt zich die waarheid nog veel harder aan je op, in de vorm van eindeloze stroom bedelende kinderen, die je met vragende ogen een leeg conservenblik voorhouden.

TALLIBEE

Dat zijn vaak niet zomaar in los verband bedelende kinderen: het zijn leerlingen van verschillende koranscholen die de straat opgestuurd worden om te bedelen. Ze worden tallibees genoemd, vertelt Van Asbeck: ,,In Dakar leven naar schatting zo'n half miljoen tallibees, leerlingen van een koranschool die door de koranleraar, een marabout, uit bedelen worden gestuurd. Soms worden die kinderen door de marabouts bij hun ouders weggehaald, en meegelokt om al bedelend geld te verdienen voor de marabouts – die daar soms heel rijk van worden. Unicef en andere hulporganisaties hebben ernstige kritiek op die traditie, die er voor zorgt dat bedelarij door straatkinderen in stand worden gehouden.''

Ons reisdoel is een niet zo rijke koranschool in een van de voorsteden van Dakar, de volkswijk Pikine. Veel lage, soms niet afgebouwde woningen van betonstenen, en een wirwar aan onverharde straten, waar geiten los rondlopen. In een van die onafgebouwde huizen is de koranschool `Dowatou Wal Ir Chadi' van marabout Serigne Mor Gueye gevestigd. In de onverlichte ruimtes zitten ruim honderd kinderen in het zand, met leitjes om Arabische lettertekens te leren. Als Ali B en Tim binnenkomen, barsten de kinderen in een lied uit, een vrolijk lied over Allah. Dat werkt aanstekelijk: ook Ali B en Tim barsten in gezang uit.

Op het dak van de school interviewen Ali B en Tim de marabout. Van de 110 leerlingen die hij heeft zijn er 35 tallibee, zegt hij. De meeste kinderen komen uit de buurt en eten en slapen bij hun ouders. Maar de 35 tallibee komen van ver, en slapen en eten bij de marabout – in een schuurtje op het zand, zullen we later zien.

Om die kinderen te voeden moeten ze een bijdrage in de kosten leveren, door te bedelen. 's Ochtends koranles, 's middags bedelen, met een blik onder de arm. Daaraan zijn de tallibee herkenbaar: ze bedelen met een leeg blik als bedelnap.

Ali B, zelf moslim, moet duidelijk niets hebben van deze gedwongen bedelarij en blijft de marabout kritische vragen stellen. Maar de marabout bezweert hem dat hij een arme marabout is – dat is aan zijn koranschool te zien – en dat de grote problemen bij de hele rijke marabouts zitten, die veel kinderen laten bedelen om zichzelf nog meer te verrijken. ,,Wij arme marabouts krijgen niets van rijke marabouts'', zegt hij. Alleen door een gezamenlijk aanpak zou de praktijk van de bedelende koranschooleerlingen kunnen stoppen, denkt de marabout. Terwijl het tv-interview op het dak doorgaat, drijven oudere leerlingen de jonge kinderen die nieuwsgierig komen kijken, slaand met korte riempjes, terug in de donkere betonhokken.

Later die middag spreekt Ali met een jongetje van acht dat weggelopen is van de koranschool, omdat hij niet wilde bedelen en geslagen werd. Hij is terug naar zijn ouders komen lopen, ver weg. Maar zijn vader wil hem opnieuw naar de koranschool sturen. Ali gaat in discussie met de vader, geëmotioneerd. ,,Ik zou dat nooit doen'', zegt hij later, ,,mijn kind naar de koranschool sturen en laten bedelen en mishandelen. Kinderen horen door hun ouders, thuis, verzorgd te worden. Je kunt je kind thuis ook de koran leren.''

HOOP & SINTERKLAAS

Ouders in Senegal kunnen hun kinderen ook naar de basisschool van de overheid sturen, maar dat kost geld. En er is in en rond Senegal een wijdverbreide traditie om kinderen naar koranschool te sturen, als tallibee: weer een mond minder te voeden. We spreken in een opvanghuis voor zulke kinderen, L'Avenir de l'enfant, dat Plan steunt, in het nabij Dakar gelegen Rufisque, ex-tallibees die uit buurland Guinee komen. Daar zijn de kinderen toen ze 11 waren door een marabout bij hun ouders weggehaald met de mededeling: geef je kind mee naar Dakar, dan kan het daar met mij bedelend geld verdienen. Een van de jongens, Demba, is weggelopen bij de koranschool omdat hij er mishandeld werd, en leefde op straat. ,,Er zijn honderdduizenden tallibees. Ze moeten per dag 200 of 300 CFA bijelkaar bedelen voor de marabout'', vertelt een medewerker van Plan uit Senegal, Papa Mäel Diop. CFA zijn West-Afrikaanse francs; 650 CFA is ongeveer 1 euro. ,,Als ze dat bedrag niet halen, krijgen ze vaak slaag. Moet je nagaan wat voor big business dat is voor de marabouts''

Het koranschoolsysteem dat de kinderbedelarij in stand houdt is het onderwerp waarover Ali B. en Tim hun eerste rap voor het Rap Around The World-project besluiten te maken. De beroemdste rapper van Senegal, Didier Awadi, zal een couplet meezingen. `Beatmaker' Boy `Presto' Eshuijs (26) gebruikt de geluidsopname van het blije kinderkoortje in de koranschool als basis voor de muziek van de rap. Ali B en Tim schrijven de tekst. Kritisch over de koranschoolkinderbedelarij. ,,Het is kindermisbruik'', zegt Ali B. Maar Tim en hij zijn niet alleen kritisch. ,,Die mensen hier. Ze leven van vijf rijstkorrels en een glas water uit de sloot. En toch lijkt het of ze elke dag de dag van hun leven hebben. Ze lijken gelukkiger dan wij. Daarom ben ik ook positiever nu ik dit allemaal gezien heb. Omdat die mensen zo positief en vol hoop zijn.''

Die hoop en positieve kracht moet in de rap doorklinken, vindt ook Ali B. Vandaar dat ze ook het gezang uit de koranschool in hun nummer verwerkt hebben: ,,Heb je die kinderen horen zingen? Ze zitten op een koranschool in een sloppenwijk van Dakar, maar ze zingen zoals ik kinderen nog nooit heb horen zingen. Zelfs toen ik meedeed met de verjaardag van sinterklaas heb ik Nederlandse kinderen niet zo blij horen zingen als deze Afrikaanse kinderen die helemaal niks hebben. En dat wil ik ook laten zien. Niet alleen maar het negatieve beeld van arme kinderen in Afrika.''

Meer: www.pauze.nl

Voor reisdagboek Ali B: zie www.alib.nl en www.plannederland.nl