Literaire canon 3

Als neerlandicus van voor de Mammoetwet kan ik met een gerust hart zeggen dat ik voldoe aan uw eisen. Maar hier wringt ook de schoen anno 2005.

Destijds, in de late jaren '50 en vroege jaren '60, heb ik mijn liefde voor literatuur gekregen van een bevlogen leraar Nederlands, nadat ik daarvoor twee of zelfs drie volkomen oninspirerende heren voor hetzelfde vak gehad had. Ik kan u vertellen dat hij Hadewych, de Vos R. en nog een paar van die dingen slechts aangestipt heeft en dat die werkjes voor ons moeilijk te begrijpen waren door de taal. Ook de Hollandsche Spectator vonden wij niet om door te komen, ook al waren wij intussen zelf bevlogen gymnasiasten geworden. Wat wij geweldig vonden, waren de experimentele dichters, Elsschot, De avonden. Dingen die wij herkenden omdat ze van onze tijd waren. Maar ook Slauerhoff, omdat het avontuurlijk en mysterieus tegelijk was. En daar zit het probleem: leerlingen van middelbare scholen willen door iets gegrepen worden, en daar moet een leraar dan ook beginnen, en dan hun belevingswereld langzaam oprekken door meer gevarieerde teksten aan te bieden, en vooral te blijven wijzen op het verband met hun eigen belevingswereld. Bijvoorbeeld door hen Karel ende Elegast te laten opvoeren als toneelstuk.

Zoals u weet is het onderwijs sinds de Mammoetwet (1968) geleidelijk ontmanteld. Voor Nederlands staat in de bovenbouw geloof ik nog 2 uur. De nadruk ligt op tekstbeheersing, een overigens nuttige zijtak van ons vak. Boeken hoeven ze nauwelijks meer te lezen. Laten we dan blij zijn dat ze niet meteen de dikste boeken van Mulisch, Claus e.a. lezen, maar bijvoorbeeld De aanslag en Siegfried. En laten we ze dichters aanbieden als Nijhoff (Het uur U vinden ze geweldig!), Marsman (sluit aan bij hun puberhartstochten), Kopland, i.p.v. Leopold en Faverey.

Wil je iemand kopschuw maken voor lezen, dan moet je tweederde van je canon tussen 1200 en 1900 plaatsen, en een derde uit de minst eenvoudige teksten van daarna.

Daar komt nog een nieuw probleem bij: jonge neerlandici hebben uw canon zelf niet gelezen. Ik denk dan ook dat u er beter boven had kunnen zetten: Dit zijn de boeken die neerlandici gelezen moeten hebben. Er komt nog wel eens een jongmens naar me toe die van school Lanceloet en het hert... moet lezen en daar niets over kan vinden. Zijn leraar heeft zelf geen idee waarnaar hij zo'n kind moet verwijzen. Ik kan me voorstellen dat u drieën het gloeiend met elkaar eens bent over uw canon, maar ik denk dat het veel te gespecialiseerd is en veel te ver van de tegenwoordige Nederlandse lezer en neerlandicus verwijderd. Wat in 30 jaar is afgebroken, moet ook in 30 jaar weer worden opgebouwd.