Literaire canon 2

Als de nu samengestelde canon van de Nederlandse literatuur op scholen gebruikt gaat worden als richtsnoer voor wat de middelbare scholier in ieder geval gelezen moet hebben, zou dat prachtig zijn. Hulde dus voor dit fraaie overzicht.

Maar zou het niet beter zijn om de poëzie weg te laten uit de literatuurcanon? Niet omdat het geen literatuur zou zijn, maar omdat de poëzie een eigen canon verdient, en allerlei dichters die nu niet, of slechts tussen neus en lippen, genoemd worden, dan de eer krijgen die ze verdienen.

Dat biedt meteen ook de gelegenheid om enkele schrijvers die in een canon van de Nederlandse literatuur thuishoren alsnog te vermelden. Wat te denken van Elsschot, Lijmen/Het Been, de Anton Wachter-romans van Vestdijk? En dan is er ook ruimte voor de historische romans van Hella Haasse en het magisch-realisme van Lampo. Een taalvirtuoos als Marten Toonder zou ook niet mogen ontbreken, net zo min als Jan Wolkers of Theo Thijssen. Tot slot: de kinderliteratuur komt er bekaaid van af met de inmiddels toch wel antieke Hieronymus van Alphen; hoeveel generaties zijn er inmiddels niet groot geworden met Puk van de Petteflet en Jip & Janneke?