Lage landen

Waar mensen bang zijn voor de toekomst, bloeit de nostalgie. Hier wordt opgeroepen het verleden te koesteren, een verleden waar we best wel eens trots op mogen zijn, het verleden dat ons gemaakt heeft tot wat we zijn, het verleden dat, anders dan die Britse schrijver beweert, helemaal geen vreemd land is waar ze de dingen anders doen, maar gewoon ons land met zijn verbluffend rijke verleden, dat we veel te weinig ... alles, alles om ons maar niet met de toekomst bezig te houden.

Waar de grens ligt tussen intelligent historisch bewustzijn en bedwelmende, infantiele nostalgie? Ik ben bang dat die allang hopeloos vervaagd is. Echt bewustzijn komt niet in golven, en wanneer je in de boekhandel van de ene dag op de andere tientallen boeken tegenkomt met `Lage landen' in de titel, dan weet je dat er in Nederland meer gevlucht dan ontdekt wordt. Geschiedenis als pleister op de wonde, als geruststellend doekje voor het bloeden niet voor niets bloeit naast de nostalgie ook de historische parallel. Er kan niets schokkends gebeuren of er komt een historicus op de opiniepagina melden dat het al eens eerder gebeurd is, in 1135, in 1672, in 1848, in 1968, dus waar maken we ons eigenlijk druk om? Wat een troostende gedachte dat in dit land de geschiedenis zich eigenlijk alleen maar herhaalt!

Nog een symptoom: de quiz.

Ik heb niets tegen spelletjes met feitenkennis, maar er wordt in Nederland de laatste tijd net iets te veel gequizd om niet een beetje achterdochtig te worden. Quizzen zijn voor mensen die liever iets weten dan dat ze erover nadenken en je kunt de televisie niet aanzetten, een krant of weekblad openslaan of je komt een verantwoorde quiz tegen. De gezapige euforie waarmee kandidaten glunderend `Appel-bessen!' roepen, of `De zwembadpas!' of vertellen hoeveel kogels Balthasar Gerards in Delft afvuurde op de Vader des Vaderlands of wie er van de toren in Barneveld sprong of hoeveel gouden medailles Inge de Bruijn bij elkaar zwom een beetje misselijk word je ervan. Is het de dag of maand van de de poëzie? Laten we een quiz maken. Filosofie? Een quiz!

Na iedere oproep tot een hernieuwd historisch bewustzijn wordt er meteen gediscussieerd over wie de vragen gaat maken.

In slechte tijden bloeit de literatuur maar in ons land is zelfs de literatuur hopeloos doortrokken van nostalgie. Arme Jan Wolkers, eens de schrijver van een rauw en onaangepast oeuvre, inmiddels opgenomen in de reeks onweerstaanbaar gezellige herontdekkingen Ja Zuster, Nee Zuster, Swiebertje en Het gevoel van ..., de jaren dat een taboe nog gewoon doorbroken moest worden en ordinaire billenknijperij als een vitale daad van verzet tegen de vergankelijkheid werd gezien. Zelfs zijn thematiek natuur seks dood is nu tot een betekenisloze mantra geworden, iets voor een quizvraag. Oude meesters moeten gehuldigd worden, desnoods iedere twee jaar, desnoods op precies dezelfde manier, maar wanneer het beeld van de hedendaagse literatuur alleen nog maar uit huldigingen en vraag-en-antwoord bestaat, uit kwesties over wie er niet welkom is op het Boekenbal, uit vragen als kan Jessica Durlacher best wel een beetje schrijven of juist helemaal niet, dan moet je niet verbaasd zijn dat op een dag niemand de Nederlandse literatuur meer serieus neemt en het geheel ziet als een soort bedaagde gezelligheidsvereniging waar je in principe welwillend tegenover staat maar uiteindelijk toch vriendelijk voor bedankt. Folklore moet er zijn, maar dat betekent niet dat de hele Nederlandse literatuur folklore moet zijn.

Ik weet het, je moet oppassen met oproepen tot kunstenaarsengagement straks stelt Ronald Giphart zich ergens kandidaat voor maar het is toch een beetje vreemd dat Nederland al jaren in rep en roer is en dat men in het buitenland ons land ziet als een laboratorium waarin de heetste hangijzers van onze tijd bestudeerd kunnen worden, terwijl de literatuur een en al nostalgie en gezapigheid en kleinzielig kinnesinne uitstraalt? Hoe kan het dat Nederland maatschappelijk keer op keer tot onleefbaar wordt verklaard, terwijl het in de literatuur van de Lage Landen juist zo'n gezellige boel is?

Natuurlijk is het een marktbepaalde vicieuze cirkel, de meeste boekenkopers zoeken nu eenmaal vertrouwdheid, dus waarom zou een schrijver nog proberen iets nieuws te zeggen over ongemakkelijke thema's, zoals seks liefde en dood, waar nu even niemand behoefte aan heeft?

Geschiedenis en literatuur in deze tijd lijken het twee manieren van wegkijken geworden. Als er dan toch moet worden teruggekeken, dan liever niet naar die duffe literaire folklore die grote schrijvers als Couperus en Reve bijna geheel aan het zicht heeft onttrokken, maar naar de werkelijkheid die zij in hun boeken voelbaar hebben gemaakt: de nihilistische wanhoop waarvan de Nederlandse samenleving doortrokken is, de schaduwkant van ons veelgeprezen realisme. Hollandse kunst Vermeer, Van Gogh heeft altijd zin kunnen ontdekken in de waarneembare werkelijkheid, het leven zoals het zich in al zijn alledaagsheid aan ons voordoet. Maar altijd is er een donkere, onzichtbare onderstroom geweest, de angstige notie dat er niets anders is dan wat we zien, dat de werkelijkheid om ons heen niets anders is dan dat, dat je leven hopeloos begrensd wordt door diezelfde alledaagsheid.

Geen thema actueler dan dat de benauwde revolte van Fortuyn heeft veel meer daar mee te maken dan met de hang naar met welke politieke hervorming dan ook en toch was het ook wat Eline Vere en Frits van Egters al pijnigde; de angst dat er alleen die zichtbare werkelijkheid is, dat alles aan illusie en verbeelding steeds weer stukloopt op een muur van onverzettelijk realisme. Is er niets meer dan dit? Is iedere kans op een leven dat boven zichzelf uitstijgt bij voorbaat bekeken? Ben ik veroordeeld om slachtoffer te worden van futiele omstandigheden?

Heel het werk van zowel Couperus als Reve is een worsteling met vergeefsheid en vergankelijkheid, een gevecht tegen een bestaan waarin van alles wat wezenlijk is, van alles wat wringt en pijn doet door anderen een gezellige quiz wordt gemaakt. Aan dat gevecht is niks nostalgisch, je hoeft alleen maar om je heen te kijken, of in de spiegel. Willen we de literatuur van de Lage Landen uit haar reservaat van oubollige gezelligheid bevrijden, dan hoeven we haar alleen maar even te lezen.