Kuifleeuwerik

,,In de winter algemeen op straten van steden en dorpen'', schrijft het vogelboek Zien is Kennen! over deze fraaie, zandkleurig getekende leeuwerik die meteen herkenbaar is aan de lange, rechtopstaande kuif. Toen paarden vertrouwd waren in het straatbeeld, pikten de kuifleeuweriken de zaadjes weg uit de vijgen. Met het verdwijnen van paarden uit dorpen en steden is helaas het aantal kuifleeuweriken, ook strontpikker, winterjurk of straatleeuwerik genoemd, drastisch afgenomen. In 1973 telden de broedstreken van de Galerida cristata in het zuiden en midden van Nederland nog drie- tot vijfduizend broedparen, wat intussen tot beneden de honderd is gedaald. Wij namen de vogels waar op een winterse dag in Oost-Europa; ze waren met zijn drieën. De kuifleeuwerik heeft een lange, iets gebogen snavel. De bovenzijde is egaal getekend en in de vlucht vallen de oranjegele ondervleugels op. Hij heeft een voorkeur voor schrale heidevelden, stuifzand en komt zowel voor aan de rand van hoogveengebieden en duinen als langs de rommelige grenzen van de stad. Zijn woongebied strekt zich uit tot de Sahara en India. Zoals alle leeuweriken zingt deze grondvogel vliegend, soms ook zittend zijn lied dat omschreven wordt als `dudelend'.

Illustratie: Rein Stuurman

(Zien is kennen!)

freriks@nrc.nl