Huldiging?

Schaatser Bob de Jong werd woensdag in Leimuiden gehuldigd voor zijn winst op de tien kilometer bij de WK afstanden. Een bijzondere prestatie of zijn er te veel huldigingen?

Anky van Grunsven, tweevoudig olympisch kampioene dressuur: ,,Ik denk het niet. Bij ons in de gemeente huldigen ze elk jaar sporters uit alle categorieën, ook de amateurs en de jeugd. Een huldiging is een mooie uiting van waardering. Voor mij was het mooiste moment, toen mijn paard Bonfire na Sydney (olympisch goud in 2000 op dressuur, red.) door schoolkinderen werd gehuldigd. Het ligt er ook aan op welke locatie en door wie je wordt gehuldigd. Als er tien huldigingen op rij zijn en eentje moet er snel tussendoor, is het natuurlijk minder leuk. Maar in je eigen dorp en met je eigen familie, is heel mooi.''

Erben Wennemars, prolongeerde dit seizoen wereldtitel sprint, schaatser van het jaar: ,,In Nederland is het ook nooit goed. Een huldiging is goed om het gevoel vast te houden dat winnen iets unieks is. Het is niet goed als er geen aandacht is voor een prestatie. Ik heb zelf dit seizoen een hoofdprijs gewonnen. Voor Bob de Jong was de wereldtitel afstanden het hoogst haalbare en het gaat om een groot toernooi. Dus is hij terecht gehuldigd. Als Bob in Amsterdam had gewoond was hij misschien niet gehuldigd, maar Leimuiden is een dorp. De mensen zijn daar meer betrokken bij hun sporters; zo'n huldiging is meer een dorpsfeest.''

Ton Boot, basketbalcoach, vorig seizoen in Groningen gehuldigd na behalen landstitel: ,,De huldiging in Groningen was heel apart. Basketbal leeft hier gewoon, de hele stad doet er aan mee en de mensen identificeren zich met de club. De eerste titel na meer dan twintig jaar was heel speciaal en zo'n huldiging is ook maar één keer per jaar. Uit huldigingen spreekt een zekere waardering en dat vinden spelers en coaches leuk. Maar ze gaan vaak weer snel over tot de orde van de dag. Vanuit de omgeving is een huldiging misschien wel belangrijker. Identificatie speelt daarbij een grote rol. Schaatsen interesseert mij niks, maar wel als een Nederlander wereldkampioen wordt. Dat is het nationalistische gevoel. In een dorp zie je dat nationalistische gevoel terug als een soort dorpsgevoel.''

Bob de Jong, drievoudig wereldkampioen op de tien kilometer: ,,Hartstikke mooi om zo binnengehaald te worden in je geboortedorp en van vrienden en bekenden waardering te krijgen. Dit was mijn zevende huldiging in Leimuiden. Ik ben blij dat het enthousiasme in het dorp en bij de schaatsclub nog aanwezig is. De meest speciale huldiging was na de zilveren plak in Nagano (Winterspelen in 1998, red.). Toen kreeg ik een gemeentelijke onderscheiding. Maar deze wereldtitel is ook speciaal. De afstandstitels worden in het internationale schaatsen steeds belangrijker vergeleken met allroundtitels. Het is aan de gemeenschap te bepalen of iets een huldiging waard is, niet aan de sporter.''

Mark Huizinga, olympisch kampioen in Sydney (2000) en meervoudig Nederlands en Europees kampioen judo: ,,Een huldiging moet wel bijzonder blijven. Dat hangt af van de prestatie en hoe zeldzaam het is voor een plaats of stad. In een stad moet een sporter meer opvallen en iets heel bijzonders winnen om gehuldigd te worden, bijvoorbeeld een olympische plak. Een huldiging hier en daar is niet verkeerd maar na Athene (bronzen medaille, red.) waren er voor mij zes gepland. Dat was te veel van het goede. Dan was de huldigingsweek na Sydney (olympisch goud, red.) meer op zijn plaats. Verder moet de persoon zelf de huldiging ook leuk vinden, anders schiet het zijn doel voorbij.''

Raymond van Barneveld, viermaal winnaar The Embassy (WK darts): ,,Een huldiging blijft een geweldige ervaring. In Nederland kunnen we niet met onze topsporters omgaan zoals bijvoorbeeld in Engeland. Het is hier al snel: `Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg'. Huldigingen zijn juist goed om sporthelden de aandacht te geven die ze verdienen.''