Handreiking bij seksuele verwennerij

Solo-seks is gezond en lekker, vindt Paul Steenhuis. Tweewekelijkse rubriek over trends in seks en seks in trends

Jongeren in Nederland denken anno 2005 nog steeds dat je van zelfbevrediging bijziend kan worden. Of blind. Of – mannenzaak – dat je sperma op raakt, als je jezelf te vaak aftrekt. ,,Maar dat je er ruggenmergtering van krijgt, dat geloven ze niet meer'', vertelt Yuri Ohlrichs van het kenniscentrum voor seksualiteit de Rutgers Nisso groep.

Dat masturbatie zo'n slechte pers heeft komt door de Verlichting – dat is althans de centrale gedachte in het boek Solitary Sex, A Cultural History of Masturbation (2003) van de Amerikaanse professor Thomas Lacqueur. Toen, `in of rond 1712', heeft een anonieme Britse arts een pamflet, Onania, gepubliceerd, waarin het christelijk zondebesef (zonde dat zaad verspild wordt) gekoppeld werd aan allerlei medische onzin over zelfbevrediging. Dat je er ziek van werd, lusteloos, blind; dat je er ruggenmergtering van kreeg.

De angst voor masturbatie kwam volgens Lacqueur voort uit de angst dat de nieuwe individuele vrijheid bij solo-seks fantasieën zou doorslaan. Tot in de vorige eeuw werd van alles bedacht om man en vrouw van masturbatie af te houden: kuisheidsbroeken, penisringen met stekels om te voorkomen dat een man een erectie kreeg, of zelfs een apparaat dat elektrische schokjes gaf en belletjes deed rinkelen zodra het mannelijk lid zich oprichtte: alles beter dan dat een man of vrouw met zichzelf speelde.

In de jaren vijftig van de vorige eeuw bleek uit onderzoek van de Amerikaanse seksonderzoeker Kinsey, dat er veel meer gemasturbeerd werd dan men dacht. Niet alleen de lagere klassen gaven zich over aan deze genotzucht; nee, vooral gestudeerde Amerikanen zeiden veel te masturberen. Vooral vrouwen. De feministische seksuele revolutie in de jaren zeventig heeft voor een belangrijke omslag in het denken over zelfbevrediging gezorgd, beschrijft Lacqueur. Zelf-bevrediging werd de echte zelf-ontplooiende seks, beter dan al dat geneuk en gepenetreer dat onderdrukkende mannen zo graag wilden.

De folder Klaar is Kees. Hoe zit het nu met Klaar? uit die tijd van de Nederlande Vereniging van Seksuele Hervorming suggereerde dat een man bij een vrouw weinig klaar kan maken.

Solo-seks wordt tegenwoordig niet zozeer beschouwd als beter dan seks met anderen, of als vervanging van seks met anderen, maar als een aparte vorm van seks die volwaardig naast seks in een relatie kan bestaan.

,,Wij vertellen mensen dat masturbatie iets positiefs is,'' zegt Yuri Ohlrichs, ,,dat je jezelf ermee kunt verwennen – zoals je een snoepje neemt. Bovendien leer je ervan, je leert je eigen lichaam en wat je prettig vindt erdoor kennen. Daardoor verbetert het ook je seksuele relatie met anderen. Voor je seksuele vorming is het belangrijk te masturberen.'' Nieuwe wetenschappelijke onderzoeken bevestigen dat er redenen zijn om aan te nemen dat masturbatie heilzaam en positief kan werken: je zelfbeeld verbetert erdoor, je kunt beginnende depressies voorkomen door jezelf te verwennen, je seksuele relatie kan erdoor verbeteren. En Australische kankeronderzoekers kwamen in 2003 met het onderzoeksresultaat dat regelmatige zaaduitstorting door masturbatie bij mannen (minimaal vijf keer per week) kan helpen bij het voorkomen van prostaatkanker. ,,Als deze bevinding klopt, moet masturbatie gepropageerd worden'', was de reactie van een Britse wetenschapper.

Inderdaad. De Europese Unie, die op ieder pakje sigaretten gruwelwaarschuwingen over de gezondheid zet, zou een positieve daad kunnen stellen, door grootscheepse campagne ter bevordering van masturbatie te beginnen. Met teksten als Masturberen voorkomt depressies of Regelmatig onaneren kan prostaatkanker helpen voorkomen, die op handschoenen of handen geplakt kunnen worden.

Maar het taboe op masturbatie is waarschijnlijk te groot. En wie heeft Europa nodig, voor zelfbevlekking? Schrijvers bieden al genoeg inspiratie. Met name de auteur van het Boekenweekgeschenk van dit jaar, Jan Wolkers, een van de beste auteurs over zelfbevrediging die Nederland kent. In Zomerhitte, zijn Boekenweekgeschenk, deze week, wordt de vrouwelijke masturbatie bezongen: `Terwijl ze me aankeek ging haar hand naar haar onderlichaam. ze streelde even de welving van haar venusheuvel, toen gleed haar vinger de roze kerf in.' ,,Een vingerende vrouw is een prachtig gezicht'', lichtte Wolkers' zijn passie voor het onderwerp vorige week in De Gids van de Vara toe.

En in de roman De doodshoofdvlinder verdiept Wolkers zich in mannelijke masturbatiedromen. De hoofdpersoon fantaseert over seks met een caissière in de supermarkt, in een berg koekjes en beschuiten: `...terwijl hij zich aftrok zag hij zichzelf de koekkruimels van haar lichaam likken. [...] Zijn tong gleed tussen haar billen door. Hij proefde de opwindende bittere smaak van haar aars. `De room uit je kut', mompelde hij, `Geef me de room uit je kut schat.' Hij drukte op haar buik zodat het zijn mond binnengulpte. Op hetzelfde ogenblik spoot zijn zaad er uit. Tegelijkertijd hield hij met zijn linkerhand het laken omhoog. De tent der zelfbevlekking.'

Voor de laatste berichten uit de tent der zelfbevlekking moeten we nog een week wachten: eind volgende week publiceert de Rutgers Nisso groep het eerste grote seksonderzoek sinds 10 jaar over Nederlanders van 25 en jonger. Met daarin de laatste cijfers over masturbatiegedrag.