Groei voorzien van economie

Na vijf jaar moet een eind komen aan de langste periode van stagnatie die Nederland in twee generaties heeft doorgemaakt. In 2006 zou de groei uitkomen op het niveau dat het kabinet hanteert voor het financieel-economisch beleid.

Dit voorziet het Centraal Planbureau in het Centraal Economisch Plan (CEP) dat over anderhalve week uitkomt. Volgens het rapport, dat in handen is van deze krant, zal Nederland dit jaar een lichte terugval in de groei (1 procent) ten opzichte van 2004 (1,4 procent) beleven, maar trekt de economie volgend jaar aan tot 2,25 procent. Daarmee komt er een einde aan de langdurige laagconjunctuur.

De cijfers fungeren als fundament het opstellen van de begroting 2006. De Nederlandse economie blijft ondanks de verwachte groei nog steeds achter bij het gemiddelde van de Europese Unie, zodat de economische voorsprong die Nederland in de jaren negentig ten opzichte van de rest van Europa had voor 40 procent weer ongedaan is gemaakt.

Vanaf de toppen van de economische euforie in 2000 beslaat de periode van laagconjunctuur inmiddels 17 kwartalen, ten minste twee keer zo lang als gemiddeld en de langste periode van laagconjunctuur sinds het kabinet-Drees van midden jaren vijftig. Daarbij valt de magere groei ook nog eens lager uit dan in vorige periodes met laagconjunctuur. In vergelijking met andere landen blijft Nederland dit jaar voor het vijfde opeenvolgende jaar achter bij het gemiddelde van de Europese Unie.

Volgens het planbureau piekt de werkloosheid naar verwachting in dit jaar, om vervolgens te gaan dalen. Het aanbod op de arbeidsmarkt neemt af door lagere immigratie, hogere emigratie en het begin van de uittreding van de generatie na-oorlogse `baby boomers'. De vraag naar arbeid trekt aan nu het bedrijfsleven zijn winstpositie heeft verbeterd, de productie stijgt en bedrijven gaan weer investeren.

De Nederlandse economie wordt dit jaar (en vorig jaar) aan de gang gehouden door de export. De wereldeconomie groeit uitbundig. Nederland trekt zich hieraan op. De binnenlandse bestedingen blijven daarentegen ver achter, aldus het rapport.

[vervolg CPB: pagina 23]

CPB

Ramingen mete een slag om de arm

[vervolg van pagina 1]

Het CPB presenteert de groeiramingen met de nodige slagen om de arm. Als de somberheid van consumenten eerder verdwijnt en spaarders weer gaan consumeren, kan dat dit jaar voor een versnelling van de groei zorgen. Anderzijds kan een sneller dan geraamde stijging van de rente leiden tot een nieuwe domper op de groei.

Het tekort van de collectieve sector - rijksuitgaven, zorg en sociale zekerheid - loopt volgend jaar terug tot 1,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp). In 2003 kwam dit zogenoemde EMU-tekort boven de maximaal toegestane waarde van drie procent van het bbp. De vermindering van het tekort in 2004 en 2005 is tot stand gekomen door bezuinigingen en lastenverzwaringen. Het rijk geeft in 2005 en 2006 zelfs twee miljard minder euro uit dan is begroot.

Volgend jaar zijn geen nieuwe bezuinigingen of lastenverzwaringen voorzien en zal het tekort teruglopen omdat de economie aantrekt. De EMU-schuld, het andere Europese begrotingscriterium, blijft met 58,1 procent net onder het maximaal toegestane plafond van 60 procent.

Volgens het CPB noopt de vergrijzing tot verdere aanpassingen van het financieel-economische beleid omdat de kosten voor de ouderdomswet AOW en de gezondheidszorg vanaf 2010 sterk oplopen. Het CPB bepleit in het uitgelekte belastingheffing over AOW-uitkeringen om de inkomsten te vergroten en lagere rentelasten om de uitgaven te verlagen.

Hiervoor zou volgens het CPB de overheidsschuld naar 40 procent van het bbp moeten dalen. Maar sinds 2002 is de schuld juist toegenomen en deze is nu een derde hoger dan het CPB houdbaar acht.