Een plaats voor de teen van Cornelis de Witt (Gerectificeerd)

Het debat over een nationaal historisch museum werd gisteren voortgezet in het Haus der Geschichte in Bonn, als inspirerend voorbeeld.

De uitgerukte tong van Johan de Witt en een afgehakte teen van zijn broer Cornelis. Het felicitatietelegram van koningin Wilhelmina aan Hitler, nadat deze in 1939 een moordaanslag had overleefd. Het liefdesbed van Yoko Ono en John Lennon uit het Amsterdamse Hilton hotel. En de Nachtwacht van Rembrandt.

Die vier hoogtepunten uit de vaderlandse geschiedenis mag de bezoeker van het toekomstige Nationaal Historisch Museum verwachten. Het zijn althans de objecten die – in dezelfde volgorde – volgens SP-voorman Jan Marijnissen, cultuurhistoricus Thomas von der Dunk, rijksarchivaris Maarten van Boven en Rijksmuseum-conservator Kees Zandvliet niet mogen ontbreken in zo'n museum. Overigens is Zandvliet helemaal niet van plan om `zijn' Nachtwacht af te staan aan een nieuw museum, want volgens het Rijksmuseum bestaat er al een nationaal historisch museum: het Rijksmuseum zelf. In het nieuwe Rijksmuseum zullen kunst en geschiedenis immers geïntegreerd worden. Marijnissen: ,,Dat schilderij is niet van jullie, maar van het Nederlandse volk.'' Von der Dunk: ,,Correctie, dat schilderij is van het Amsterdamse volk.''

De wenselijkheid van een Nederlands historisch museum was gisteren onderwerp van een debat in het Haus der Geschichte in Bonn. Al jaren wordt gebakkeleid over de vraag of zo'n museum er moet komen. Voorstanders, zoals Jan Marijnissen, wijzen daarbij graag naar het inspirerende voorbeeld in Duitsland. Dus zaten zo'n tachtig mensen zes uur in de trein en anderhalf uur in de bus om in een Duits museum te praten over de Nederlandse geschiedenis. Reis en debat waren georganiseerd door de CPNB, als onderdeel van de aan geschiedenis gewijde Boekenweek.

Het tien jaar geleden geopende Haus der Geschichte trekt jaarlijks vijf miljoen bezoekers – onder wie veel scholieren, de toegang is gratis. De vaste tentoonstelling toont de naoorlogse geschiedenis van met name de Bondsrepubliek (een dependance in Leipzig legt de nadruk op de voormalige DDR), en doet dat met foto's, affiches, documenten en begeleidende teksten. De rondleider vertelt enthousiast over `ons meest indrukwekkende object': de originele dienst-Mercedes van bondskanselier Konrad Adenauer uit de jaren vijftig.

Tijdens het debat erkende Marijnissen dat de presentatie voor verbetering vatbaar is. Wat hij waardeert aan het Haus der Geschichte is het lef om zo'n delicate geschiedenis in een nationaal museum te presenteren, en het feit dat het geen politieke propaganda is geworden. Wat hij mist in Nederland, zo schrijft hij ook in zijn gisteren gepresenteerde boekje Waar historie huis houdt, is een museum waar ,,hét verhaal van de wordingsgeschiedenis van (de mensen die wonen in) `de lage landen bij de zee' wordt verteld''. De vele historische musea (Scheepvaart, Zuiderzee, Openlucht) bieden deelaspecten, niet het complete verhaal. Een nationaal museum zal leiden tot herwaardering van historisch besef, meent Marijnissen.

Behalve het boekje van Jan Marijnissen – met veel reiskiekjes ver weg van Oss – werd ook Het Nederlands museum van Thomas von der Dunk in Bonn gepresenteerd. In een hilarisch betoog lichtte de auteur zijn plannen toe. Bezoekers van zijn imaginaire museum wandelen door tweeduizend jaar Nederlandse geschiedenis en stuiten daarbij op vele verrassingen. Het originele ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius uit Rome bijvoorbeeld, of een enorm beeld van Van Oldenbarnevelt waar ze binnenin naar de ogen van de raadspensionaris kunnen klimmen. Von der Dunk: ,,In mijn museum is heel veel interactie!''

Voor de twee vertegenwoordigers van bestaande instellingen, Van Boven van het Nationaal Archief en Zandvliet van het Rijksmuseum, hoeft er geen nieuw museum te komen. Volgens Zandvliet gaat het de voorstanders van een historisch museum eigenlijk om iets anders: ,,Het debat over een nationaal museum is symbolisch voor de behoefte aan versterking van het geschiedenisonderwijs.''

Ongenoemd bleef het meest serieuze initiatief van dit moment om te komen tot een historisch museum dat vooral geen museum mag heten. De ministers Van der Hoeven (Onderwijs) en De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing) hebben recent besloten om twee kwakkelende plannen samen te voegen, in de hoop dat een fusie wél van de grond komt. Hun `Publiekscentrum voor Democratie en Politiek' is een combinatie van de in ontwikkeling zijnde Boulevard van het Actuele Verleden en het Huis van de Democratie. Maar de twee betrokken bewindslieden vinden het plan nog te pril om er iets over te zeggen.

Rectificatie

In het artikel Een plaats voor de teen van Cornelis de Witt (12 maart, pagina 7) wordt een beoogd nationaal historisch museum aangeduid als Publiekscentrum voor Democratie en Politiek. De voorlopige naam is Publiekscentrum voor Democratie en Geschiedenis.