Dooie dozen (Gerectificeerd)

Volgens het kabinet zijn bedrijven-terreinen onontbeerlijk voor de nationale welvaart, volgens critici is de overproductie aan goedkoop, liefdeloos ingericht niemandsland juist slecht voor de economie. Welstandzorg Noord-Holland ging het vraagstuk te lijf met de prijsvraag `De logica van de lelijkheid'.

In de tien meter hoge bedrijfshal sterven langzaam de laatste noten weg van Mendelssohn en Schumann. De piano's en de concertvleugels, met prijzen tussen de 2.000 en de 99.500 euro, zijn aan de kant geschoven om plaats te maken voor een kleine honderd stoelen. Op het podium staat pianiste Liana Serbescu op en neemt met een elegante buiging het applaus in ontvangst. Op deze onwaarschijnlijke locatie, een bedrijventerrein aan de rand van Woerden, wordt elke eerste vrijdag van de maand een live opvoering van klassieke muziek gehouden. ,,Dit is het Concertgebouw van Woerden'', zegt Ed Weber trots, managing director van deze eerste zelfstandige vestiging in de Benelux van de Duitse pianofabrikant Bechstein. Kinderen kunnen er ook pianoles volgen, en Bechstein organiseert bijeenkomsten voor muziekleraren uit het hele land met informatie over bijvoorbeeld hun pensioenvoorziening.

Een bedrijventerrein als culturele bestemming: het is een unicum in Nederland. Verreweg de meeste zijn een verzameling dooie dozen achter wat schaamgroen aan vormeloze straten waar je nooit de weg kunt vinden omdat alle golfplaten hallen op elkaar lijken, waar het voor je gevoel altijd waait, waar het overdag stil is, 's avonds eng. Toch bepalen bedrijventerreinen in toenemende mate het aanzien van Nederland, aan de randen van steden en dorpen en al helemaal vanaf de snelweg.

Hoewel Nederland voor slechts ruim 1 procent uit bedrijventerreinen bestaat, is dit de snelst groeiende functie. Is de oppervlakte voor woningen sinds 1989 met 10 procent toegenomen, die voor bedrijventerreinen is met 29 procent gegroeid. Van de werkende bevolking verdient 40 procent zijn brood op een bedrijventerrein, aldus het Centraal Plan Bureau.

En dat zal alleen maar meer worden, gezien de plannen van dit kabinet. De Nota Ruimte die deze week definitief door de Tweede Kamer is gekomen, voorziet in de aanleg van 230 vierkante kilometer (325 als je de wegen, het groen en de waterberging meerekent) in 2020, bovenop de bijna 840 vierkante kilometer die er vorig jaar waren. Het ministerie van Economische Zaken heeft in zijn Actieplan Bedrijventerrein van afgelopen mei een bedrag van 114 miljoen euro uitgetrokken voor de herstructurering van bestaande terreinen en de aanleg van nieuwe. Over twee maanden lanceert EZ twee pilotprojecten, één voor inpassing van het geplande bedrijventerrein in de Hoeksche Waard en één voor verbetering van de architectuur van de zware industrie.

,,Als we geld willen blijven verdienen moeten we ruimte hebben om te groeien'', is de stellige overtuiging van Karien van Gennip, CDA-staatssecretaris van Economische Zaken. ,,Geen welvaart als je niet bedrijven, zowel de zware industrie als de kantoren, de ruimte geeft om dat geld te verdienen. En ik heb nog niemand horen zeggen dat ze die welvaart niet meer wilden.''

Er zit iets paradoxaals in: wonen en werken zijn ooit van elkaar gescheiden omdat het werken overlast veroorzaakte, maar ondertussen is het werk steeds schoner geworden. Bovendien is dienstverlening vanuit kantoren minstens even belangrijk voor de Nederlandse economie als de vuile, lawaaierige (maak)industrie, die voor een deel ook naar lagelonenlanden verhuist. Die scheiding van wonen en werken geeft juist nieuwe problemen, zoals blijkt uit de opkomst op nieuwe bedrijventerreinen van voorzieningen die van oudsher onderdeel waren van de bestaande stad, bijvoorbeeld stomerijen, fitness, crèches, kinderparadijzen – en pianoconcerten.

De bezorgdheid over deze trend groeit, niet alleen om `zachte' redenen als de aantasting van het landschap, maar ook om `harde' ruimtelijk-economische redenen. Daarvan getuigt de recente stortvloed aan boeken, rapporten en symposia, zoals het boek Vademecum bedrijventerreinen (uitg. 010, 2004) van directeur Stef van der Gaag van ontwerpbureau Kaap3, het boek Planning van bedrijventerreinen (SDU, 2004), het symposium `Werk in uitvoering' dat Architectuur Lokaal in Amsterdam organiseert op 31 maart, en het symposium gisteren waar Welstandszorg Noord-Holland de uitkomst bekendmaakte van de prijsvraag `De logica van de lelijkheid' (zie kader).

Volgens critici is de overproductie van goedkope ruimte voor bedrijven juist schadelijk voor de economie: de aanleg van steeds meer nieuwe terreinen zou tot verval van de bestaande leiden – de meeste bedrijven die naar een nieuw terrein verhuizen, verlaten immers daarvoor een bestaand – en de binnenstad leegzuigen. Directeur Noud de Vreeze van Welstandszorg Noord-Holland: ,,Zelfs mijn tandarts zit godbetert tegenwoordig op een bedrijventerrein!''

Heeft de nationale economie al die ruimte echt nodig, zoals het kabinet zegt? Of zijn het vooral de gemeenten die – ieder voor zich – een ruime voorraad goedkope, bouwrijpe grond achter de hand willen hebben om bedrijven mee te lokken? Nu al maken de gemeenten voor iedere hectare die ze uitgeven, 0,9 nieuwe hectare bouwrijp, in de hoop dat er vraag naar zal zijn. De Nota Ruimte geeft hun een nóg grotere vrijheid dan voorheen om zelf over de ruimtelijke ordening te beslissen. Gemeenten verdienen er dubbel aan, zowel bij de verkoop van de grond als bij het heffen van OZB, inmiddels een onmisbare post in de gemeentefinanciën.

De concurrentie tussen gemeenten drukt de grondprijs en dat neemt elke prikkel weg voor bedrijven om compact of hoog of mooi te bouwen. Nu al kost een hectare bedrijventerrein amper een zesde van een hectare voor woningen; de eisen ten aanzien van de inrichting en de inpassing in het landschap zijn navenant laag, de belangstelling van ontwerpers en architecten dus ook. Nel de Jonge, fractievoorzitter van GroenLinks in Haarlemmermeer, een van de vier collegepartijen, noemde vorige week de financiering een vicieuze cirkel, aldus het Haarlems Dagblad: ,,Voor bedrijventerreinen moeten wegen worden aangelegd en die financiert de gemeente met de opbrengsten van [nieuwe] bedrijventerreinen. En die worden steeds groter door al die platte dozen. Het probleem is dat van open ruimte de economische waarde niet wordt ingezien.''

Volgens Erik Louw, geograaf aan het onderzoekscentrum OTB van de TU Delft, heeft de groei van de bedrijventerreinen niet geleid tot de verwachte groei van de werkgelegenheid. Sterker, naarmate het aanbod aan bedrijventerreinen groter wordt, wordt de toegevoegde waarde per hectare volgens hem juist kleiner. ,,Bedrijventerreinen consumeren in een ongekend tempo een grote hoeveelheid ruimte, hebben een lage ruimtelijke kwaliteit en verouderen zienderogen'', schrijft hij als een van de vier auteurs van Planning van bedrijventerreinen. ,,Het vasthouden aan specifieke grootschalige monofunctionele locaties is achterhaald in een tijdperk waarin behoefte is aan variatie.''

Het kabinet denkt daar anders over, zoveel zal duidelijk zijn. ,,Nederland leeft nog altijd voor de helft van de maakindustrie'', zegt staatssecretaris Van Gennip, ,,en moet ook alles in het werk stellen om dat zo te houden – al was het maar omwille van de werkgelegenheid voor laaggeschoolden.'' Zij deelt de kritiek niet dat gemeenten elkaar de loef proberen af te steken met goedkope grond – ,,Ik zie juist steeds meer gemeenten samenwerken en hun bestemmingsplannen op elkaar afstemmen'' – en over leegstand op oude terreinen is zij niet bezorgd. ,,Op de lange termijn vertoont de behoefte aan bedrijventerreinen een stijgende lijn. De leegstand die er is, is tijdelijk, die lost op als de economie weer aantrekt.''

Dat er toch ruimte voor verbetering is, blijkt uit de eisen die Van Gennip in haar Actieplan stelt. Daarin wijst zij vijftig `Toppers' aan, nieuwe én bestaande bedrijventerreinen die geld van het rijk kunnen krijgen als ze aan een aantal voorwaarden voldoen. ,,Ze moeten een bepaalde omvang hebben en er moet voor een deel particulier geld in zitten. Er moet een gezamenlijk beheer zijn, het zogenaamde `parkmanagement', en ze moeten grensoverschrijdend zijn in die zin dat er samenwerking is met belendende gemeenten of de provincie.''

Een van de zes Toppers die vorig jaar geld uit het actieplan hebben gekregen, is de Rivierzone in Vlaardingen. Het is een industrieel landschap oude stijl, een gebied van vijf kilometer lang en één breed tussen het spoor en de Nieuwe Waterweg. Alles is er groot: de dikke ronde silo's met onbekende inhoud, de lange transportbanden op stelten, de enorme blinde hallen, de hoge hopen schroot en kegels erts, en de hekken, eindeloze hekken. ,,Op één en dezelfde dag kregen we hiervoor geld van zowel de provincie als het rijk'', zegt VVD-wethouder Economische Zaken Paul Scheffer met onverholen genoegen, ,,samen bijna 4 miljoen euro.'' Zijn gezicht betrekt: ,,Voor het hele gebied hebben we uiteindelijk 1,3 miljard nodig.''

Sloop is volgens Scheffer de grootste kostenpost. Hij wijst naar de onmetelijke hal van voorheen Damen Shipyards, waar containervervoerder Norfolk uit Scheveningen naar toe komt. ,,Die dozen lijken allemaal hetzelfde, maar van binnen zijn ze heel specifiek op bepaalde functies toegesneden, zoals hellingbanen voor scheepsreparatie. Dan is aanpassen duurder dan nieuw bouwen.'' Vlaardingen wil de Rivierzone zowel herstructureren (opknappen en slimmer indelen voor de bestaande bestemming) als transformeren (opknappen en nieuwe bestemmingen introduceren zoals wonen en horeca). Vooruitlopend op de bouw van 1.500 nieuwe woningen in dit gebied zijn een paar jaar geleden al appartementen gemaakt van een voormalig pakhuis aan de Westhavenkade. De bewoners kijken nu nog uit op Dick's Autoschade, een bedrijf dat haast een filmdecor lijkt met zijn vale handgeschilderde uithangbord, muren van ruwe betonnen platen die rijkelijk versierd zijn met roestig prikkeldraad en een binnenplaats met opgestapelde containers.

Wat vroeger de thuishaven was van de haringvloot – een ander woord voor Vlaardinger is `haringkop' – vind je nu weer Haringhandel De Vleet vlak naast een handel in lampenkatoen in het oude gebouw van rederij Doggers Bank. Bijzonder is dat CDA-staatssecretaris van VROM Van Geel onlangs ontheffing heeft verleend om ondanks de milieubelasting hier te mogen wonen. Voor de appartementen aan de Westhavenkade is al een wachtlijst. Vlaardingers noemen het uitzicht op de imposante schepen op de Nieuwe Waterweg en de fakkels van Pernis hun `lightshow'.

Is er – liever dan repareren achteraf – geen betere systematiek te bedenken voor financiering, aanleg en beheer vooraf? Directeur Noud de Vreeze van Welstandszorg Noord-Holland: ,,Wellicht moet het provinciale bestuur verschillende gebieden gaan aanwijzen: die waar de ontwikkeling van bedrijventerreinen helemaal niet wordt toegestaan, die waar een beleid van `neen tenzij' geldt en de andere met een beleid van `ja mits'.'' Wat de financiering betreft moeten we afstappen van de relatie tussen afzonderlijke gemeenten en individuele bedrijven, vindt De Vreeze. ,,Bedrijventerreinen moeten worden ontwikkeld in public-private partnerships tussen publieke regionale ontwikkelingsverbanden en professionele ontwikkelaars van commercieel onroerend goed. Daarmee voorkom je dat er regionale overproductie ontstaat – maar de grondprijzen zullen substantieel omhoog moeten.''

Herstructurering, duurzaamheid, intensief ruimtegebruik – doekjes voor het bloeden, vindt Louw. Dus: géén nieuwe bedrijventerreinen aanleggen behalve voor milieuverontreinigende bedrijven. ,,De nadruk moet liggen op hergebruik van de bestaande voorraad en niet op het aanleggen van een groot areaal nieuwe bedrijventerreinen. Dan blíjft het rijk geld in de herstructurering pompen. Mikken op beide is wedden op twee paarden die elkaar voor de voeten lopen. Dat kunnen nooit winnaars zijn.''

Dit is het eerste deel van een serie.

Rectificatie

In het artikel Dooie dozen (12 maart, pagina 22), over bedrijventerreinen, werd Imoss bureau voor stedenbouw genoemd als winnaar van de prijsvraag `De logica van de lelijkheid'. Voor de winnende inzending werkte het samen met bureau Meedenken en doen.