Buscontact

Maartje Duin neemt de Greyhoundbus naar het zuiden, en hoort over het ware Amerikaanse leven

Ik neem de Greyhound naar Fayetteville, Arkansas. De reis kost tachtig dollar en duurt iets minder dan twee dagen.

Een paar uur buiten LA krijg ik gezelschap van een vrouw met een massieve nek en blonde bakkebaarden. Ze is vrachtwagenchauffeuse. Ze had met een vracht naar Phoenix moeten rijden, maar tijdens de verplichte drugtest van tevoren bleek haar bloeddruk te hoog. En ze hadden suiker in haar urine gevonden. Misschien had ze diabetes. De dokter stuurde haar met de bus naar huis. Dat vindt ze niet zo erg. Twee weken geleden heeft haar vriend een hartaanval gehad en nu kan ze een paar dagen voor hem zorgen. Eigenlijk wil ze stoppen met rijden, zegt ze, ze is te weinig thuis. En onderweg is het moeilijk vrienden maken. Als vrouw helemaal. Je kunt niet de eerste de beste een kopje koffie aanbieden in je cabine. Ze lacht, maar haar lachen klinkt als hoesten.

In Phoenix, Arizona, stapt ze uit. Het is dan al donker. Slapen lukt niet, want om de paar uur is er een stop en dan stommelt iedereen naar buiten. Soms moeten we er allemaal uit zodat de bus kan worden schoongemaakt.

Een man aan de andere kant van het gangpad geeft me een deken. Hij gaat naar South Carolina. In Californië bezocht hij zijn zus, die kanker heeft en nog maar een maand te leven heeft. Zelf loopt hij op krukken sinds een mislukte heupoperatie, vorig jaar. Hij had wel dood kunnen zijn. Nu heeft hij een rechtszaak tegen de chirurg lopen. Hij denkt er een schadevergoeding van vier miljoen uit te slepen.

In Flagstaff, om half drie 's nachts, komt er een jongen met kortgeschoren haar naast me zitten. Hij is op weg naar zijn ouders in Connecticut, in de hoop dat die hem nog herkennen. Tien jaar geleden liep hij weg van huis. Sindsdien heeft hij overal wat bij elkaar gescharreld. In Colorado verdiende hij de kost als verhuizer, in Arizona als dakdekker, in de redwoods van Californië als houthakker. Hij sliep in een hangmat in het bos, zijn poolhond Nanook hield de wacht. Maar afgelopen december viel er een boomstam op Nanook. Bedrijfsongeval. Hij had hem moeten laten afmaken.

Nanook was zijn beste vriend geweest, eigenlijk zijn enige. Dat had hem aan het denken gezet. Misschien moet hij het roer omgooien. Een opleiding volgen, een gezin stichten. Of het leger in. Risico's nemen doet hij zijn hele leven al, heeft hij bedacht. En als hij naar Irak gaat, krijgt hij niet alleen geld voor een opleiding, maar ook respect van de maatschappij. Nu kijken de mensen op hem neer. De politie arresteert hem om het minste of geringste. Terwijl hij zich al jaren netjes gedraagt. Vroeger niet, nee. Maar nu wel.

Op het station in Albuquerque, New Mexico, laat hij zijn tatoeages zien. Op zijn borst staan zijn initialen, op zijn onderarm een bonte tekening van een clown die een traan langs zijn wang heeft lopen en iemand knock-out slaat. Dat slaat op hem, zegt hij, zijn achternaam is McDonald.

Wanneer de jongen is uitgestapt, buigt de man met de krukken zich over het gangpad naar mij toe. Geloof zijn praatjes maar niet, zegt hij, hij is op de vlucht voor de politie. Hij zoekt medelijden. Kijk naar mij, wijst hij op zijn been, ik klaag toch ook niet. Ik heb niets meer. Mijn enige zus gaat dood, ik ben mijn baan kwijt en drie maanden geleden is mijn vrouw van me weggelopen, met onze vier kinderen.

Ik knik. Ik heb de hele reis niets anders gedaan dan knikken. Normaal stel ik mensen vragen, maar in de Greyhound begint iedereen ongevraagd te praten. Tegen mij, tegen elkaar, maar vooral tegen zichzelf.

In Joplin, Missouri, moet ik overstappen. De man met de krukken stopt me een briefje toe. Ik mag het pas lezen als ik op mijn plaats van bestemming ben. Op het busstation van Fayetteville lees ik het. `Hi my name is buddy', staat er. `I don't really no who I am eny more, but it was nice to meet you. Hope you have a great trip, an a happy an wonderful marriage an life. I whish we could of been friends if things never work out an you are looking for a vencher in life, call me.' Hij heeft er vier telefoonnummers bijgezet, van zijn vader, moeder, zus en hemzelf.