België in een tovenaarsmantel

Tentoonstellingsmaker Harald Szeemann hield van obsessionele creativiteit, niet van professionele kunst. Op `Visionair België', voor zijn dood samengesteld, staat ook werk van kunstenaars uit het marge.

Visionair België is de laatste tentoonstelling van Harald Szeemann. Vlak voor de opening van deze expositie ter gelegenheid van het 175-jarig bestaan van België overleed de beroemde tentoonstellingsmaker, 72 jaar oud. Ondanks ziekte slaagde Szeemann er opnieuw in zo'n alomvattende, macrokosmische tentoonstelling te maken waartoe alleen hij in staat was. Visionair België bestaat uit a-historische en intuïtieve assocaties, verbanden die dwars tegen alle heersende waarden en hiërarchiën ingaan, en dat alles gebaseerd op een grote kennis van de Belgische kunst. ,,Ik ben voor de kunstenaar die de anarchie cultiveert, voor kunst met voetangels, voor individuele mythologieën'', zei Szeemann ooit, en dat is wat de bezoeker te zien krijgt.

Typische `visionairen' zijn volgens Szeemann bijvoorbeeld James Ensor (Szeemann droomde ervan om de tentoonstelling te openen met Ensors De Intrede van Christus in Brussel, maar dat werk kon niet worden uitgeleend), Constant Permeke, Léon Spilliaert, Fernand Khnopff en René Magritte, en hedendaagse kunstenaars als Panamarenko, Marcel Broodthaers, Thierry de Cordier en Lyc Tuymans. Szeemann koos werken van ongeveer vijfhonderd artiesten. Niet alleen van beroemde, maar ook van kunstenaars die alleen lokaal bekend zijn, en enkele kunstenaars `in de marge', vertegenwoordigers van de door Szeemann zo geliefde outsider art of art brut (kunst van geestelijk gehandicapten).

Szeemann beperkt zich zelden tot de beeldende kunst. Visionair België gaat over architectuur en filosofie, film, religieuze tradities, de geschiedenis van het kolonialisme, spiritisme, pornografie, stripverhalen, anarchisme, het Internationale Festival van de Experimentele Film in Knokke (1949-1974), het dagelijks leven, folklore. `When Belgitudes Become Form', zo vatte hij zijn expositie samen, in een grappige verwijzing naar de tentoonstelling van internationale conceptuele kunst waarmee hij in 1969 zijn naam vestigde, When Attitudes Become Form.

Szeemann hield van obsessionele creativiteit, niet van professionele kunst. Hij hield van, zoals criticus Luk Lambrecht het uitdrukt, `de neurotische obsessies van kunstenaars om de dieperliggende en mysterieuze drijfveren van het leven in tot mislukken gedoemde beelden uit de drukken'. Neurotische obessies en dwangmatige creativiteit zijn op Visionair België overvloedig aanwezig. Behalve de bekende symbolistische en surrealistische tendensen in de Belgische kunst, zijn er bijvoorbeeld het pathetische kitsch-schilderij (Pseudo-) Zelfportret als Christus van Le Cordier, de melodramatische sculpturen van menspaarden van Berlinde de Bruyckere, en de imploderende installatie van Georges Adéagbo over `De Belgische kolonisatie in Zwart Afrika'. De steenhouwer Robert Garcet bouwde van 1952 tot 1962 eigenhandig, op een mijnheuvel bij Luik, van vuursteen een toren van zeven verdiepingen, die hij De toren van Eben-Ezer, Plaats voor vrede en verdraagzaamheid tussen de volkeren noemde. Garcet was gegrepen door de Openbaring van Johannes, en plaatste op de vier hoeken van zijn toren de vier ruiters uit de Apocalyps. Szeemann wijdde een aparte afdeling aan varkens, met name het Varken van Pornokratès in het oeuvre van Félicien Rops. Dit symbool voor wellust, libertinisme en zwijnerij in het algemeen, treedt ook op in het werk van Johan Muyle, in de sadistische zoöfiele film van Thierry Zéno en bij Wim Delvoye.

Veel Belgische kunst is bruinig. Bruin van uitwerpselen (compleet met geur in het geval van de Cloaca-machine van Delvoye), bruin van drek, teer, stof en modder, van het platteland en mijnindustrie. Bruin van zompige erotische fantasieën. Bruin van oude foto's, van stoffige archiefkasten en vergeeld papier.

In 1895 stichtten twee progressieve Brusselse burgers, Paul Otlet en Henri LaFontaine, het Internationaal Instituut voor Bibliografie. Zij zouden een volledige inventarisatie maken van de menselijke kennis, in een universele bibliografie die zou worden ondergebracht in het Musée Mondial of het Mundaneum. In 1912 telde het archief ruim 9 miljoen kaarten. Enkele archiefkasten zijn op de tentoonstelling te zien.

De Belgische vlag is, niet verbazend, een terugkerend motief op de tentoonstelling. De schrijfster Leen Huet vertelt over het geïmproviseerde ontstaan van de vlag na het oproer in de Brusselse Munstschouwburg in augustus 1830. Plotseling zag men in het gewoel Franse vlaggen opduiken, en uit vrees voor een nieuwe annexatie door Frankrijk lieten alerte journalisten de stoffenhandelaarster mevrouw Abt in allerijl twee vlaggen naaien in de Brabantse kleuren zwart, geel en rood. Een paar uur later wapperde er al een aan het stadhuis. De Belgische grondwet omschreef wel de kleuren van de vlag, maar niet hun positie, zodat men in de eerste jaren zowel horizontale als verticale driekleuren zag. Ann Veronica Jannsens maakte een ruimte gevuld met dikke, gekleurde rook, getiteld Black, Yellow and Red. Zij verving daarbij het zwart door witte rook. Cédric Noël vermengde de drie Belgische kleuren tot een homogeen grijs en noemde zijn vlag Eenheid.

Eerder maakte Szeemann een tentoonstelling over Visionair Zwitserland en Visionair Oostenrijk. Niet veel landen lenen zich ertoe om vanuit visionair standpunt te worden bekeken, zei hij. Frankrijk, Duitsland en Spanje bijvoorbeeld niet. Het is een groot gemis dat we hem niet meer kunnen vragen zo'n tentoonstelling van ons land te maken. Zou Szeemann ons land visionair genoeg geacht hebben, ondanks zijn scherpe kritiek op ons huidige kunstklimaat?

We hadden de generositeit, humor en scherpzinnigheid van zijn blik goed kunnen gebruiken. Net als de Belgen, die, in de woorden van Leen Huet, de oude jas waarvan ze dachten dat het België was, in de handen van Szeemann zagen veranderen in een tovenaarsmantel.

Tentoonstelling: Visionair België, door Harald Szeemann in het Paleis voor Schone Kunsten, Ravensteinstraat 23, Brussel. Tot 15 mei. Di - zo 10-17 uur. Informatie (0032) 02-5078444