Beck: arty humbug

Beck, het Amerikaanse wonderkind van de popmuziek van de jaren negentig, heeft al drie jaar lang nauwelijks iets van zich laten horen. En zijn laatste cd, Sea Change uit 2002, was zo'n plaat die je na een paar keer luisteren voor anderhalve euro aan een tweedehands winkel verkoopt. Het tovermiddel Beck leek, kortom, uitgewerkt.

Maar het nieuwe nummer en de bijbehorende nieuwe clip, `E-pro', biedt weer een beetje hoop. `E-pro' is geen dreinerige, stroperige vioolmuziek, maar een ouderwets, simpel, puntig gitaarrocknummer. De clip wordt nu al uitgezonden door MTV en laat weer eens zien wat de belangrijkste functie van de videoclip is: reclame voor muziek, in dit geval voor Becks nieuwe cd Guero die eind maart verschijnt.

`E-pro' is weer typisch de oude Beck: arty, op het irritante af. De clip is een kunstzinnige proeve van computersurrealisme, uitermate geschikt voor een museale tentoonstelling van videoclips. Eerst zien we een schijnbaar gewichtloze Beck door de ruimte draaien, dan bevindt hij zich plotseling op een kerkhof, omgeven door wandelende skeletten en grafstenen. Lang blijft hij hier niet, want na een seconde of twintig beklimt hij een wolkenkrabber vanwaar hij op een vreemdsoortige fiets aan een tocht door de ruimte begint. Zo gaat het verder met ongerijmdheden. Beck krijgt bijvoorbeeld ook nog een hondenkop.

Bijzonder aan `E-pro' is dat het computersurrealisme, een populair genre in de clipwereld, dit keer niet bestaat uit het gebruikelijke knip- en plakwerk van allerlei verschillende elementen. Behalve Beck zelf en de hondenkop bestaan de grafstenen, gebouwen en andere objecten, als een soort kindertekeningen, uit dunne helder gekleurde lijnen tegen een zwarte achtergrond.

Maar meer dan de kwalificatie `mooi' (of, afhankelijk van je smaak, juist `lelijk') valt er niet te zeggen over `E-pro'. De video is een aaneenschakeling van onbegrijpelijkheden. Ook de tekst van het nummer biedt geen uitkomst. Die is al net zo ondoorgrondelijk als het filmpje, zodat je bij `E-pro' ten slotte toch blijft zitten met het gevoel dat Beck behalve een handige componist van aardige deuntjes vooral een verkoper van arty humbug is.