Anoniem prijsschieten

Eerlijkheid duurt het langst, vindt de Duitse hoogleraar Stefanie Dimmeler (37) van de Universiteit van Frankfurt. In december kreeg zij de Leibnizprijs (de hoogste wetenschappelijke onderscheiding in Duitsland) van de Deutsche Forschungsgemeinschaft (DFG). De andere zes winnaars namen hun prijs vorige week in Berlijn in ontvangst, maar Dimmeler besloot nog even te wachten met die ceremonie. De biologe, die moleculair onderzoek doet naar de achtergrond van hart- en vaatziekten, werd in een anonieme brief gericht aan DFG-president Ernst-Ludwig Winnacker beschuldigd van fraude. Dimmeler wil dat een DFG-commissie haar naam nu eerst van alle blaam zuivert, voordat zij de prijs in ontvangst neemt.

Is de anonieme brief een geval van jaloezie of is de beschuldiging terecht? De kwestie spitst zich toe op twee wetenschappelijke publicaties van de onderzoeksgroep van Dimmeler waarin dezelfde foto wordt gepresenteerd, maar met een tegenstrijdig bijschrift. In de eerste publicatie, in het vakblad Blood van augustus 2003, staat een laser-Dopplerscan van de doorbloeding in de achterpoten van een met het bloedhormoon EPO behandelde laboratoriummuis. Exact dezelfde foto duikt op in een publicatie in Nature Medicine van november 2003, maar nu meldt het onderschrift dat het gaat om een onbehandelde controlemuis. Dat het om dezelfde foto gaat is onmiskenbaar, want het bloedvatenpatroon is voor iedere muis uniek.

Nature Medicine ontving in april 2004 ook al een anonieme brief die hierop wees. Dimmeler zei toen in een reactie van niets te weten, maar heeft de zaak daarop tot op de bodem uitgezocht. Het bleek dat een van haar postdocs per ongeluk foto's had verwisseld, maar omdat deze daar geen belang bij had ging Dimmeler uit van goeder trouw. Niettemin liet zij de experimenten in haar laboratorium overdoen. De gereproduceerde gegevens werden door Nature Medicine opnieuw aan onafhankelijk peer-reviewers voorgelegd waarna het als correctie werd gepubliceerd in Nature Medicine van september 2004. Blood publiceerde, in juni 2004 ook een rectificatie van de foto.

Dimmeler legde het geval ook nog voor aan de ombudsman van de DFG, Hans Heinrich Trute. Die kwam op 30 juni 2004 tot de slotsom dat haar wetenschappelijke gedrag zuiver was, en verder onderzoek onnodig. Daarmee leek de kwestie afgedaan, maar met de voordracht van Dimmeler voor de Leibniz-prijs kwam de zaak opnieuw in opspraak.

Dimmeler vermoedt dat dezelfde persoon tweemaal een anonieme brief heeft geschreven, en een persoonlijke rancune tegen haar koestert. De brief aan de DFG is kwaadaardiger dan de eerste. De briefschrijver is ervan overtuigd dat Dimmeler bewust de zaak bedonderd heeft. De rectificaties hebben op deze persoon geen indruk gemaakt. Het Duitse vakblad Laborjournal citeert uit de brief: `Iedere andere wetenschapper zou gedwongen zijn beide publicaties terug te trekken. Maar niet mevrouw Dimmeler' en `Zulke machinaties vormen de grondslag voor een zeer succesvolle carrière, die zelfs met de Leibnizprijs bekroond wordt. Een slechte beurt voor Duitsland als onderzoeksland.'

Dimmeler, overtuigd van haar onschuld, wacht intussen de beraadslagingen van de speciale DFG-onderzoekscommissie af. Wat de DFG betreft blijft Dimmeler de ongekroond prijswinnares, zolang haar schuld niet is aangetoond.